Profiel

Call of Duty in het echt: het elitekorps DSI is tot de tanden bewapend en razendsnel ter plekke

Zowel bij de roofoverval als bij de steekpartij in Amsterdam kwam een speciaal politieteam snel in actie. Wie zijn deze mannen, die een buurt in een oogwenk veranderen in een oorlogsgebied?

Een DSI’er (Dienst Speciale Interventies) tijdens de jacht op de daders van een gewelddadige overval, die eindigde in een weiland in het Noord-Hollandse Broek in Waterland. Beeld ANP
Een DSI’er (Dienst Speciale Interventies) tijdens de jacht op de daders van een gewelddadige overval, die eindigde in een weiland in het Noord-Hollandse Broek in Waterland.Beeld ANP

In de nacht van vrijdag op zaterdag worden in de Amsterdamse buurt De Pijp vijf mensen neergestoken; een van hen overlijdt ter plekke. Binnen een paar minuten krijgen de toegesnelde hulpdiensten assistentie van een speciaal elitekorps: de Dienst Speciale Interventies (DSI), bedoeld om terreurverdachten en extreem gevaarlijke criminelen in te rekenen. Ditmaal is dat niet nodig: de 29-jarige, vermoedelijk verwarde, dader is al gearresteerd. De DSI levert enkel medische hulp.

Twee dagen eerder kan de Amsterdamse politie ook al rekenen op hun collega’s van de DSI. Van Amsterdam-Noord tot het dorpje Broek in Waterland maken beide eenheden jacht op de daders van een gewelddadige overval op een waardetransport. De tot de tanden bewapende DSI’ers trekken op de sociale media veel bekijks. Een filmende burger vergelijkt de taferelen voor zijn neus met het computervechtspel Call of Duty.

Wie zijn deze mannen die zo snel paraat zijn en burgers in een oogwenk het gevoel geven dat hun wijk in oorlogsgebied is veranderd? En hoe gaan ze te werk?

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Stoer

Dat bewoners schrikken als de DSI zijn opwachting maakt, is niet verbazingwekkend, zegt DSI-woordvoerder Dennis Janus. Snelheid en overrompeling zijn de grote kracht van de dienst, die ongeveer achttienhonderd keer per jaar uitrukt. ‘We zien er heel stoer uit en zijn zwaar bewapend. We moeten voorbereid zijn op het onverwachte: we gaan zeker niet met te weinig middelen naar binnen.’

Niet voor niets dragen alle DSI’ers het motto ‘Praeparatus Esto’ op de mouw – Latijn voor ‘Wees voorbereid’. Maar geweld wil de DSI zo min mogelijk gebruiken. ‘We noemen ons specialisten van geweldbeheersing. Door de snelheid en manier waarop we werken hoeven we vaak niet eens geweld te gebruiken. Negen van de tien keer ligt een verdachte op de grond, nog voor hij weet wat er gebeurt.’

Niet altijd gaat het goed. De Militaire Kamer veroordeelde in 2020 een DSI’er tot een werkstraf van dertig uur voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel door onoplettendheid. Hij schoot de onschuldige Rubens Grouwels, die was aangezien voor een terrorismeverdachte, per ongeluk in zijn bovenarm met fysiek letsel en trauma tot gevolg. De Militaire Kamer oordeelde dat de DSI’er ‘aanmerkelijk onoplettend’ was geweest, mede omdat DSI-leden speciaal worden getraind om onder druk met vuurwapens om te gaan.

Uniek

De DSI is een unieke samenwerking tussen politie en defensie: ze herbergt naast alle arrestatieteams van de politie ook leden van het korps mariniers, het korps commandotroepen en een speciaal arrestatieteam van de Koninklijke Marechaussee. Nergens ter wereld wordt op deze manier zo samengewerkt.

De dienst is het resultaat van een ware antiterreur-evolutie. De eerste Nederlandse speciale eenheid werd opgericht na de aanslagen op de Olympische Spelen in München in 1972. In de loop der jaren zijn er steeds meer eenheden bijgekomen en onderling samengevoegd. De laatste grote uitbreiding stamt uit 2015: in reactie op aanslagen elders in Europa investeerde Den Haag structureel tientallen miljoenen extra in de ‘versterking van de veiligheidsketen’.

De DSI heeft nu ruim vierhonderd leden, ‘operators’ genoemd, die zijn getraind om bijvoorbeeld vuurwapengevaarlijke verdachten aan te houden. Allemaal zijn het mannen, maar dat is volgens de woordvoerder geen beleid.

Politie

Omdat de dienst officieel onder de Nationale Politie valt, hebben alle militairen minimaal een opleiding tot boa achter de rug. ‘Al ben je fulltime bij de DSI, nagenoeg elk lid van een arrestatieteam is toch in de basis politieman. Als jij met je telefoon in je hand fietst, zouden ze je mogen beboeten.’

De eenheid is merkbaar trots op haar positie tussen het politieblauw en legergroen in – wat op het mengpalet heeft geleid tot licht grijsgroene uniformen. ‘Intern noemen wij onszelf ‘paars’’, aldus de woordvoerder. ‘Wij zijn geen politie, geen defensie – nee, wij zijn DSI. Wij zijn het beste van twee werelden.’

Aan de ene kant is de positie van de DSI in Nederland inderdaad uitzonderlijk, zegt Jaap Timmer, politiewetenschapper aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Zowel politie als defensie draagt in personele zin bij. Dat dat samenkomt onder één dak, is uniek: iedereen valt onder de verantwoordelijkheid van het hoofd van de DSI. Bovendien krijgen alle leden dezelfde opleiding.’

‘Wel is het zo dat antiterreureenheden vaker uit politiemensen met een militaire achtergrond bestaan’, nuanceert Timmer meteen. Duitsland kent bijvoorbeeld een politieonderdeel dat op militaire wijze is georganiseerd. En in Zuid-Europese landen hebben de grootste politiekorpsen ook allemaal een antiterreureenheid.

De DSI onderscheidt zich vooral van soortgelijke teams uit andere landen door de snelheid waarmee de dienst paraat staat. Zogenaamde Rapid Response Teams, drie volledig uitgeruste DSI’ers in een gepantserd voertuig, rijden permanent rond – in heel Nederland maar vaak in de buurt van grote steden – om zo snel mogelijk te kunnen helpen bij een mogelijke aanslag. ‘Vaak hoeven ze alleen de lokale politie bij te staan. Maar ze zijn in elk geval veel sneller ter plaatse dan wanneer ze van huis moeten komen en zich nog moeten omkleden.’

Bij de vluchtpoging via het weiland in Broek in Waterland werden woensdag verscheidene DSI-teams ingezet. Dan moet je denken aan tientallen operators, zegt de woordvoerder.

Voor het geval meer manschappen nodig zijn, heeft de dienst een Quick Reaction Force achter de hand: extra personeel dat op locatie paraat staat. Via een speciaal ‘DSI-alarm’ kunnen zelfs alle operators in Nederland worden opgeroepen. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de aanslag op een tram in Utrecht, in 2019.

Voor het incident in Amsterdam en Broek in Waterland was zo’n zwaar middel niet nodig. Sterker nog, de Amsterdamse politie zelf nam een groot deel van het werk voor zijn rekening. ‘Het is bewonderenswaardig wat ‘blauw’ daar heeft gedaan’, wil de woordvoerder kwijt. ‘De DSI stapt op-en-top voorbereid het geweld in, maar de lokale politie is daar niet op getraind. Toch hebben ze dat gedaan. Daarvoor kun je alleen maar veel waardering uitspreken.’

INZET

De 29-jarige man die vrijdagavond is aangehouden na een steekpartij in de Amsterdamse buurt De Pijp, waarbij één dode en vier gewonden vielen, is geen bekende van de politie en justitie. Enkele getuigen beschreven het gedrag van de verdachte als verward. De vijf mensen werden afzonderlijk van elkaar neergestoken, een van hen overleed ter plekke. Het gaat om een 64-jarige Amsterdammer.