CaDance kan wat optimistischer

raakte in een cadans - en dat is geen compliment.

Dans


Cadance: Q61 en losse stukken

Den Haag -Full house, riep Jirí Kylián vrijdagavond tegen een bomvolle zaal: 'The dance need also full house in the future.' Met de Haagse wethouder van Cultuur, Marjolein de Jong, had Kylián zojuist het volledig vernieuwde Korzo Theater geopend, in het centrum van Den Haag. Samen trokken ze een oude, verlepte ballerina (danspop Portia) de grote zaal in. Portia leende de armen en benen van haar bespeler, danser Jim Barnard, om vervolgens met schmierende stem de freelancemakers in het zonnetje te zetten die dankzij Korzo hun eigen dansidioom konden ontdekken.


Meer toeschouwers dan afgelopen vrijdag kan Korzo ondanks de nieuw gewonnen ruimte ook weer niet behappen: in groepjes ging het publiek schuifelend in optocht door gangen en trappenhuizen.


De korte openingspresentaties waren vooral amuses. Choreograaf en animator David Middendorp friste Bleu Journey op, een lieflijke interactie tussen dans en schaduwen-op-doek, die hij twee jaar geleden maakte voor Introdans Ensemble voor de Jeugd.


Alida Dors, afkomstig uit de hiphopscene, toonde met het meidentrio Or fall for anything haar nog erg prille schreden op de kruising van moderne dans en streetdance. En Kenzo Kusuda maakte voor danser Alioune Diagne een eenvoudige solo - barrevoets in pak. Vooral de gerestaureerde kerkramen achterin lieten fraai oplichtende doorkijkjes zien van het invallen van de avond.


Naast deze drie jonge makers toonde Kylián zijn meesterlijke ervaring: in het tien minuten durende Anonymous nagelde hij de gelouterde danseressen Sabine Kupferberg en Cora Bos-Kroese met hun onderlichaam vast in een zee van goudpapier, als trotse koninginnen van een bal craquelé. Op film scheurden hun gemanipuleerde gezichten echter woest uit elkaar, alsof innerlijke onrust door de huid barstte.


Maar niet alleen naar het gebouw waren de bezoekers nieuwsgierig, ook naar de Nederlandse première van Q61, het sextet van de Vlaamse choreografe Ann Van den Broek dat de opening markeerde van het veertiendaagse CaDance Festival voor moderne dans.


Drie mannen en drie vrouwen nestelden zich in schemerblauw tussen en in zes verlichte nissen. Hun hagelwitte kleren ging uit en aan, tot naakt aan toe. Ze citeerden bewegingen uit eerdere successen van Van den Broek, zoals de contactarme aanrakingen uit I SOLO MENT en de gebarentaal uit We Solo Men.


Maar in tegenstelling tot de zorgvuldige opbouw van toenemende zindering in eerder werk, bleef Q61 hangen in een zacht pulserende rondgang van staan, lopen en liggen, alles gehuld in een globale sfeer van zinloosheid. De nissen veranderden weliswaar langzaam in klankkasten, maar een bite kreeg Q61 daardoor niet. De toestand van het zestal bleef zwevend, de voorstelling raakte in een cadans. En dat is geen compliment, ook al vormt Q61 de opmaat van het tweejaarlijkse festival CaDance.


Dans is de kunstvorm van het optimisme, zei CaDance-directeur Leo Spreksel tijdens de opening: dansante lichaamsbeweging ademt volgens hem de geest van verandering en utopische levensenergie. Een beetje optimisme kan CaDance na deze magere opening wel gebruiken.


Annette Embrechts


Meer over