Cacao-chicanes om pure chocolade

De belangen van cacao-boeren, cacao-vermalers, chocolademakers en snoepkonten botsen in een verbeten strijd om 'pure' chocolade. Mag een reep 'chocolade' heten als de cacao vervangen is door ander vet?...

BART DIRKS

IN BIJNA elke reep chocolade, waar ook ter wereld gegeten, zit cacao die in Nederland is verwerkt. De Nederlandse cacaosector, die al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw de Zaanstreek van werk en een penetrante lucht voorziet, werkt als een stille kracht in de Nederlandse economie. Cacaoproducten - boter, massa en poeder - staan sinds jaar en dag in de export-Top-10. De Zaanstreek maakt van Nederland het grootste cacaoverwerkende land ter wereld.

De cacaoverwerkers in de Zaanstreek zouden met liefde nóg eens anderhalve eeuw ongestoord cacaobonen willen vermalen, maar de Europese Commissie heeft de sector danig opgeschrikt. Een gewone chocoladereep bevat nu cacao en suiker. De Europese Commissie stelt voor om toe te staan dat een deel van de cacao wordt vervangen door goedkoper vet.

Hiermee is een doos van Pandora geopend. Wie aan de cacaowetgeving rommelt, roept rampspoed over zich af. Achter Brusselse en Zaanse schermen woedt een grimmige chocolade-oorlog waarin de belangen van de cacao-boeren in straatarm Afrika op een lijn staan met de belangen van snoepers, poederproducenten en chocolaatjesmakers.

Europese regelgeving is begin- en eindpunt van alle beroering. Volgens de huidige regels mag chocolade geen vervangende vetten bevatten. Chocola is chocola. Iets bruins en zoets dat is gemaakt met andere plantaardige vetten heet cacao-fantasie.

De regels sluiten niet. In zeven EU-lidstaten mag cacao-fantasie van oudsher wél chocola heten. De uitzonderingspositie voor deze landen - die samen zo'n 25 procent van de Europese chocolade produceren - leidde pas tot problemen toen eind 1992 de Europese binnengrenzen werden afgeschaft.

Europa werd plotsklaps lekker gemaakt met Engelse, Deense en Portugese chocolade die goedkoper was dan Nederlanders en Belgen gewend waren. In de acht 'pure' lidstaten stond de chocolade-industrie meteen op haar achterste benen. Dit is een toonbeeld van oneerlijke concurrentie, schreeuwden producenten als Mars en Nestlé om het hardst.

De Europese Commissie moest een keuze maken. In alle lidstaten onversneden chocola óf alle lidstaten moesten toestemming krijgen hun chocolade met ander vet te fabriceren. Maar Eurocommissaris Martin Bangemann van Industriezaken begaat een derde weg: elk land mag zelf kiezen of het cacaovervangers toestaat, met een maximum van 5 procent van het gewicht van de reep.

Bangemanns voorstel, pas vier jaar na de totstandkoming van de interne markt op papier gezet, beweegt sinds april 1996 traag door de Europese besluitvormingsmolen. Zolang het definitieve besluit uitblijft, hagelt het rapporten waarin belanghebbenden hun argumenten kracht bij zetten.

0 E Zaanstreek is beducht voor de derde weg van Bangemann. Louis Bensdorp is directeur van de Nederlandse Cacao Vereniging (NCV), de lobbyclub van cacao-malers en verwante bedrijven. Hij rekent voor wat de mogelijke gevolgen zijn.

'Als 5 procent van het gewicht van chocolade-producten vervangen wordt, betekent dat voor ons grofweg een afname van 60 duizend ton cacaoboter per jaar. Vooral de cacaopersindustrie zal dat voelen. Wij vechten voor ons voortbestaan.' Misschien is die 5 procent nog maar het begin. 'Wie garandeert ons dat het vervolgens geen 10, 60 of 100 procent wordt?', vraagt Rinus Heemskerk van cacao-verwerker ADM Cocoa in Koog aan de Zaan zich af. 'Nu is er nog een duidelijk onderscheid. Een koetjesreep is geen Verkade.'

De chocolademakers hebben in de chocolade-oorlog een argument in stelling gebracht dat gericht lijkt op de emoties van de consument. Als cacaovervangers komen sheanoten uit Mali en Burkina Faso in aanmerking. Vrouwen op het platteland van deze West-Afrikaanse landen plukken en verwerken deze alleen in het wild groeiende noten. Door sheanoten als vervangers voor cacao te gebruiken, zegt de chocolade-industrie te kiezen voor de allerarmste groepen in de wereld.

Lariekoek, meent Mark Huis in 't Veld, medewerker handelspolitiek van de handelsorganisatie Fair Trade in Culemborg. 'Het aanbod van die noten is ontoereikend en heel wisselvallig. Als vervangers zullen raapzaad, soja of palmolie gebruikt worden. Dat zijn producten die grootschalig worden geproduceerd in Europa en de Verenigde Staten.' Inderdaad hebben vettenleveranciers zoals Unilever en Fuji Oil de laatste jaren fors geïnvesteerd in technieken die sheanoten overbodig maken.

Bovendien, stelt Huis in het Veld, 'de chocolatiers hebben zich nooit bekommerd om de cacaoboeren in Ghana of Ivoorkust, maar nu het zo uitkomt springen ze wél in de bres voor vrouwen in Burkina Faso en Mali.'

Of deze plattelandsvrouwen er nu wel of niet beter van worden, voor honderdduizenden cacaoboeren en -boerinnen is het toestaan van andere vetten in chocolade ronduit desastreus. Per jaar scheelt dat de producenten uit onder meer Ivoorkust, Ghana en Indonesië 450 miljoen gulden, zo valt op te maken uit een studie van de Amsterdamse Vrije Universiteit. En als Europa vervangende vetten toestaat, zullen Amerikaanse chocoladegiganten niet lijdzaam toezien, maar ook andere vetten gaan gebruiken. Dat is voor veel cacaoboeren de doodsteek.

De Nederlandse chocolaatjesmakers hebben nóg een argument voor vervangende vetten. De sector heeft in Nederland misschien zijn langste tijd gehad als hier geen vervangende vetten worden toegelaten. 'Ik zou het ten zeerste betreuren als de chocolade-industrie uit Nederland moet verdwijnen, omdat de harmonisatie van de cacaorichtlijnen niet rond komt. Dat is geen dreigement, maar de consequentie van dit debat zonder einde', zegt Fons Kasbergen, strateeg van Mars in Veghel en tevens voorzitter van de Nederlandse Stichting voor de Chocolade-Industrie (NSC). 'Oneerlijke concurrentie doet ons dan de das om.'

De derde weg van Eurocommissaris Bangemann zal er toe leiden dat binnen afzienbare tijd alle Europese landen vervanging van cacao zullen toestaan. PvdA-Europarlementariër Maartje van Putten, die het voorstel van Bangemann binnenkort in het Europees Parlement zal bespreken, maakt zich hierover geen illusies. 'Onder druk van de eigen chocolade-industrie zullen lidstaten die in eerste instantie nog tegen vervangers blijven, vroeg of laat toch overstag gaan.'

Vervangende vetten zullen het produceren van een chocoladereep een paar cent goedkoper maken. Het is maar de vraag of dat prijsverschil aan de chocolade-eter wordt doorberekend. Voor de Europese chocolademakers betekent het een besparing van zo'n 200 miljoen gulden per jaar. De cacao-vervangers veranderen weinig tot niets aan de smaak van 'chocolade'.

0 AT HEEFT de consument dan wél aan de nieuwe generatie chocolade-snoepgoed? Die gaat er per saldo alleen maar op achteruit, denkt Maartje van Putten. 'We leven in een tijd waarin we nauwelijks weten wat we eten. In het tijdperk van gemodificeerd voedsel en biotechnologie is de traditionele grondstof de grote verliezer. Productinnovatie is niet per definitie negatief. Maar wanneer kaas niet meer van melk, en chocola niet meer van cacao wordt gemaakt, kan de consument gemakkelijk misleid worden.' Wie cacaovervangers gebruikt, zou zijn product geen chocolade mogen noemen, stelt Van Putten.

De klant moet zelf maar kiezen welke chocolade hij eten wil, vindt VVD-Europarlementariër Jan Mulder. 'Het gebruik van andere plantaardige vetten dan cacao moet duidelijk op de verpakking staan, en ook zonder vergrootglas leesbaar zijn.'

Bangemanns derde weg is bij nader inzien vooral een strategische zet. Hij hoopt te voorkomen dat hij partij moet kiezen voor of tegen cacaovervangers. De laatste manoeuvres in de chocolade-oorlog worden in Bangemanns opzet in de lidstaten zelf uitgevochten.

Grote winnaar van die oorlog worden de chocolaatjesmakers, de cacaoboeren in de Derde Wereld verliezen. Nóg roken de schoorstenen in de Zaanstreek op volle kracht.

Meer over