Cabaretier moet zijn tv-grenzen kennen

Zelfs een middelmatige cabaretier is een gewild panellid op tv. Maar cabaret staat of valt met geloofwaardigheid...

Het leedvermaak was groot, toen bleek dat Jack Spijkerman met Koppensnellers KoppensnellersKoKoKo meer dan de helft van zijn oude VARA-aanhang had verloren. 866.000 Kijkers voor de tweede aflevering: dat was groot nieuws voor De Telegraaf, en als je bij deze publieksvriendelijke krant uit de gratie bent dan weet je het wel. Want bij De Telegraaf realiseren ze zich donders goed, en beter dan waar ook, wie zich in de gunst van het volk mag verheugen.

Sinds die aflevering ging het met de kijkcijfers niet veel beter (vorige week zelfs minder dan 800 duizend kijkers), terwijl moeilijk kan worden volgehouden dat het programma drastisch is veranderd sinds het Kopspijkers heette. Er kwam een - afgelopen zaterdag geschrapte - sitcom bij, en de hamers van het kopspijkerspel werden vervangen door een Kop van Jut. Maar verder is het opnieuw een mix van soms hilarische tv-fragmenten, niet al te zware gesprekjes voor de broodnodige inhoud en het cabaret-onderonsje als toetje.

De afgelopen weken sprak Spijkerman onder anderen een vrouw die stemmen hoort en een dakloze die gemeenteraadslid wil worden, en ontving hij aan de cabarettafel Rita Verdonk, Johan Remkes en Danny Blind. Dat klinkt oud en vertrouwd. Koppensnellers doet nauwelijks onder voor het laatste seizoen Kopspijkers, toen gangmakers Paul Groot en Owen Schumacher - binnenkort weer te zien bij Koefnoen - al bij het programma vertrokken waren.

Toch haakte het publiek goeddeels af. Vanwege het imago van Talpa wellicht, maar ook vanwege het imago van Spijkerman zelf, die van een deel van zijn deugdzame kijkers de zwart piet kreeg toegeschoven nu hij - zo luidt althans het cliché - voor een zender met reclame en goud geld koos. De voormalige cabaretier, bij de VARA immer geëngageerd en stelling nemend tegen de graaicultuur, kan zich wat dat betreft minder permitteren dan een niet-geëngageerde tv-presentator als Bridget, of dat nou terecht is of niet, en hoezeer hij zelf ook steeds verklaart dat hij rechtgeaard socialist blijft. In de beeldvorming werd Jack Spijkerman Kop van Jut.

Wat wél merkwaardig is: dat zijn cabaretiers steeds buiten schot bleven. Terwijl zelfs een middelmatige cabaretier tegenwoordig ogenblikkelijk het licht vangt. Sterker nog: hij is inmiddels Neerlands tv-hoop in bange dagen. Zodra een cabaretier enigszins van zich doet spreken, wordt hij (of zij) ingelijfd door omroepdirecteuren en programmamakers. Als inleider, als potsenmaker, als panellid, als quizkandidaat, als commentator, als voetbaldeskundige, als allesdeskundige, als side-kick - zolang er maar iets te lachen valt, vooral ook buiten het eigen theaterprogramma om. En hoezeer cabaret - volksvermaak bij uitstek, zo wordt verondersteld - toch ook is gebaat bij exclusiviteit, inhoudelijkheid en enige pretentie. De cabaretier kan zich, net als leidsman Jack Spijkerman, lang niet zo veel permitteren als, zeg, de soap-acteur die van zenderzappen en panelhoppen zijn hobby heeft gemaakt. Omdat diezelfde cabaretier, zo is althans de aanname, ook nog iets vanuit zichzelf te melden heeft.

Bepaalde beroepen hebben het nou eenmaal wat lastiger dan andere. Zoals je je als columnist met ferme opvattingen niet straffeloos voor een reclamespot in een leeuwenpak kunt hijsen en je als geëngageerd politicus niet zomaar een afwerkplaats voor hoeren kunt afstruinen, zo gelden er voor een tv-cabaretier ook ongeschreven wetten.

Harde grappen maken over Catherine Keijl en een dag later gezellig bij haar te gast zijn? Merkwaardig. Als Beatrix opduiken in zowel Koppensnellers als Koefnoen? Verwarrend. Op zondag een televisiegala persifleren en een week later als typetje in zo'n gala te gast zijn? Not done. Met verve in de huid kruipen van John de Mol om vervolgens met hem in zee te gaan? Armoedig. Wat dat betreft had Erik van Muiswinkel gelijk toen hij in de Volkskrant uitlegde waarom hij niet met Spijkerman overstapte naar Talpa: 'Ik heb zelf in diverse theaterprogramma's en namens Jack op tv John de Mol neergezet als een tycoon en een patser.' Van Muiswinkel is ongetwijfeld een gelukkige veelverdiener en heeft in die zin makkelijker praten dan de collega's die ook moeten rondkomen van een paar schnabbels. Maar cabaret valt of staat met geloofwaardigheid.

En dus blijft het een beetje raar om Peter Heerschop in uiteenlopende programma's te zien opduiken als olijke side-kick, of Mike Boddé en Thomas van Luyn, gezichtsbepalend bij de VARA in de enerverende Mike & Thomas Show, min of meer hetzelfde kunstje te zien vertonen bij Talpa.

Een warm nestje dat van zender verkast blijft in een andere omgeving niet datzelfde nestje. Om Spijkerman en de zijnen cirkelen nu behalve reclameblokken ook Viola Holt en, als het tegenzit, Kim Holland. En een typetje is niet zomaar een typetje, maar wil ook een commentaar zijn op de samenleving. Niet voor niets heeft het cabaret van wijlen Kopspijkers niet alleen de beeldvorming, maar ook de opinievorming beïnvloed. Als cabaretier kun je niet kritiekloos onderdeel worden van een cultuur die eerder zo geniaal op de hak werd genomen. Grappen over het eigen onvermogen of de eigen ondeugd - acteur Frank Lammers in de Koppensnellers-sitcom over Koppensnellers: 'Het ouwe niveau halen ze toch niet meer' - helpen dat leed niet te verzachten.

En stel dat het volgens de cabaretiers én kijkers op termijn allemaal toch moet kunnen, in deze tijd waarin een opportunistische transfer nog weleens als grensoverschrijdend denken wordt gekwalificeerd: ook best, misschien. Zolang zij zich dan maar wél realiseren dat het cabaret op dat moment van een van zijn belangrijkste functies is beroofd: betekenis.

Meer over