BVD-Archief is anderhalve km unieke historie

Met de vernietiging van een groot deel van het BVD-archief gaat uniek historisch materiaal verloren, meent Gerrit Voerman. Voordat dossiers in de versnipperaar gaan, moeten eerst scherpe selectie-criteria worden gesteld....

GERRIT VOERMAN

NU de Koude Oorlog is afgelopen, poogt de Nederlandse staat de bezem te halen door het archief van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Met het verdwijnen van de communistische vijand in binnen- en buitenland moeten ook de stoffelijke resten van de strijd tegen de CPN en andere 'staatsgevaarlijke organisaties' naar de vuilnisbelt.

Morgen debatteren de kamercommissies van Binnenlandse Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over de plannen een groot deel van het archief van de BVD te vernietigen. Zo'n anderhalve kilometer dossiers met daarin vele historisch belangwekkende gegevens staat op het spel.

De eerste omstreden plannen tot schoning van het BVD-archief dateren van 1990. Van het voornemen van minister Dales van Binnenlandse Zaken om persoonsgegevens te vernietigen die voor de BVD niet langer van belang waren, kwam toen niets terecht. De voor dat doel opgerichte Vereniging Voorkom Vernietiging tekende bezwaar aan.

Ook de Algemene Rijksarchivaris was weinig ingenomen met de plannen. En de overwegend uit historici bestaande Rijkscommissie voor de Archieven, die procedureel om advies moet worden gevraagd, bepleitte een 'defensief vernietigingsbeleid'. De tweede poging van Dales en de BVD, in 1993, had evenmin het beoogde resultaat. Dit keer steunde de Algemene Rijksarchivaris de plannen wèl, zij het dat hij meende dat een steekproef van de te vernietigen persoonsgegevens moest worden bewaard. De Rijkscommissie voor de Archieven was echter ook nu weer ontevreden.

Vijf jaar na de eerste plannen presenteerde staatssecretaris Nuis van Cultuur deze maand de aangepaste 'vernietigingslijst' voor het BVD-archief. Afgezien van het opnemen van een steekproef van persoonsgegevens is er weinig in veranderd.

Ongeveer 80 procent van de anderhalve kilometer archiefmateriaal die bij de BVD staat, komt volgens deze lijst in aanmerking voor vernietiging. Al het materiaal met betrekking tot 'geheime bronnen' van de BVD (zoals informanten of agenten) en alle bescheiden betreffende geobserveerde organisaties (zoals de Centrumpartij of de CPN) wacht dit lot, evenals het grootste deel van de persoonsdossiers.

Als regel zullen alleen die archiefbescheiden worden bewaard die de reconstructie mogelijk maken van het beleid van de BVD op hoofdlijnen. Het betreft hier vooral documenten die betrekking hebben op de politieke sturing van de BVD door de verschillende ministers en op de democratische controle door de Staten-Generaal.

OOK betreft het stukken die samenhangen met de samenwerking van de BVD met zusterorganisaties in binnen- en buitenland; en materiaal betreffende de 'beleidsvorming rond de taakuitvoering'. Hieronder vallen ook archivalia betreffende 'bijzondere gebeurtenissen', die tot beleidswijzigingen bij de BVD hebben geleid.

Van de vele persoonsdossiers die door de BVD in de loop der jaren zijn aangelegd, worden slechts de gegevens bewaard van Nederlanders 'die van zeer groot belang zijn voor de uitvoering van de taken van de BVD'. Te denken valt hier aan spionnen of terroristen, of aan 'gezichtsbepalende en invloedrijke personen' van belangrijke door de BVD geobserveerde organisaties - Paul de Groot bijvoorbeeld. Ook dossiers van gebeurtenissen bij de taakuitvoering 'die publiekelijk opzien hebben gebaard' ontkomen aan de papierversnipperaar.

Vanuit historisch oogpunt zijn deze voorstellen van Nuis niet mis. Zij komen neer op een decimering van het BVD-archief. Deze kaalslag is vooral het gevolg van het beperkte uitgangspunt waarop de hele operatie rust. Daardoor worden alleen diè bescheiden bewaard die de reconstructie van de hoofdlijnen van het beleid mogelijk maken. Deze regel geldt bij de schoning van archieven van alle overheidsinstanties.

Maar de BVD is nu juist geen organisatie binnen het overheidsapparaat waarvan er dertien in een dozijn gaan, integendeel. Op grond van bijzondere taken als de bescherming van de staatsveiligheid en de democratische rechtsorde, was de BVD gerechtigd via openbare èn heimelijke bronnen (informanten, infiltranten, afluisteren) informatie te verzamelen over extremistisch geachte personen en groepen van de Nederlandse samenleving. Voorbeelden zijn Jehova-getuigen, lezers van het communistische dagblad De Waarheid, leden van de PSP en van de NVSH. Overigens werd onlangs bekend dat de BVD al eerder gegevens van deze groepen heeft vernietigd.

Juist door de unieke positie die de BVD in het staatsbestel inneemt, verkrijgt zijn archief een grote historisch-culturele betekenis, zo meende ook de Rijkscommissie voor de Archieven. Om die reden kan bij de selectie dan ook niet worden volstaan met alleen maar het 'reconstructie'-criterium, maar zou meer rekening moeten worden gehouden met het belang van de geschiedswetenschap.

Door de bijzondere werkwijze hebben vele van de vergaarde gegevens immers een hoge 'zeldzaamheidswaarde'. Het BVD-archief is daarmee een Fundgrube waaruit geschiedkundigen en politicologen kunnen putten bij hun onderzoek. Niet 'vernietigen, tenzij' zou het uitgangspunt moeten zijn, maar 'blijvende bewaring, tenzij'. Nederland kan in dit verband een voorbeeld nemen aan de ruimere bewaarpraktijk in de VS, Canada of Australië.

Wanneer het uitgangspunt van bewaring onverhoopt politiek niet haalbaar is en toch tot grootschalige vernietiging wordt overgegaan, dan dienen eerst de voorgestelde selectiecriteria nog eens kritisch te worden bekeken. Ten aanzien van de van vernietiging uit te zonderen categorieën hult de lijst zich in zeer vage termen, die niet eenvoudig zijn te operationaliseren.

Op welke gronden wordt bepaald of een persoon 'gezichtsbepalend en invloedrijk' was? Wie scheidt het te vernietigen kaf van personen die 'van groot belang' waren voor de BVD, van het te bewaren koren van diegenen die 'van zeer groot belang' zijn geweest? Waar ligt die grens? In welke mate moet een gebeurtenis 'publiekelijk opzien' hebben veroorzaakt om het dossier dat over zo'n voorval is aangelegd, ter bewaring door te sturen?

Gevreesd moet worden dat een administratief-technische benadering de doorslag zal geven. In de toelichting op de lijst wordt immers als meetinstrument 'de zwaarte en de duur van de inzet van bijzondere inlichtingen-middelen' voorgesteld. In plaats dat aan de hand van historische criteria de selectie wordt gemaakt, lijkt zo de dikte van het dossier bepalend te worden - wat bijvoorbeeld vuistregel is in sommige Amerikaanse overheidsarchieven.

Het is daarbij overigens de vraag of de selectie geheel aan de BVD moet worden overgelaten, zoals nu het plan is. Door de inschakeling van externe deskundigen kan wellicht beter een inhoudelijke afweging worden gemaakt.

GEKRAKEEL over criteria kan echter worden voorkomen door de vernietigingsoperatie (voorlopig) af te blazen en meer ruimte te geven aan geschiedkundige overwegingen. 'Wij waren op zoek naar een speld in een hooiberg en daarom verzamelden wij hooibergen', aldus een voormalig hoofd van de BVD.

Vanuit cultureel-historisch oogpunt is het zeer gewenst dat dit karakteristiek-Nederlandse archief-landschap behouden blijft voor het nageslacht.

Gerrit Voerman is directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over