Buur en bank

Laatst droomde ik nog van hem, van mijn vroegere overbuurman. Dat ik net als toen voor het raam stond en vanuit mijn ooghoeken een zwarte vlek van drie hoog langs de gevels zag razen....

ANTOON MELISSEN

En nu, toch bijna drie jaar later, schrik ik nog steeds van elke meeuw die een duikvlucht voor mijn ramen neemt. Of van opwaaiende kranten en HEMA-tasjes die soms even rusten op mijn vensterbank. De vanzelfsprekendheid van wonen op twee hoog heeft plaatsgemaakt voor een sluimerend gevoel van onbehagen dat omslaat in een misselijkmakende paniek bij elk vermoeden van vallend onraad.

Dus ik schrik als op een rustige maandag een groot vleeskleurig projectiel rakelings langs mijn ramen scheert. In die seconden van doodse stilte tussen sprong en val, slaat een vuist van angst genadeloos in op mijn maagwand. Voor heel even ben ik alleen met het raam, de stoep beneden mij en de wetten van de zwaartekracht. Ik weet het zeker; dit is geen vogel, geen oude krant. Het is een bankstel.

Een roze, imitatielederen bankstel. En even snel en onverwacht als de hemel zich opende om deze annunciatie in skai te presenteren, ontstaat beneden mij een kleine volksoproer. Opgewonden stemmetjes golven langs de gevels van mijn smalle straatje. Het is een schandaal, en zou je ze niet. Buren die ik nog nooit heb gezien kijken boos omhoog en zwaaien wild met hun armen. Er wordt aangebeld. Nee, het is niet mijn bank. Mijn bovenbuur houdt zich wijselijk stil, en even later is het weer rustig op straat.

Met als getuigenis van het wonder, een roze bankstel.

'Gajes is het.' Een van mijn overburen heeft vanachter haar netgordijnen alles gezien, en ik weet dat ik daar niet aan hoef te twijfelen. 'Het raam ging open en hup, daar ging het de diepte in.' Ze trekt haar zorgelijkste gezicht en vraagt me waar dat toch allemaal heen moet vandaag de dag. En wat ik doe voor de kost. Ik schud wat van ja en van nee, en realiseer me dat ik binnen twee dagen meer mensen uit mijn straat gezien en gesproken heb dan in de afgelopen drie jaar.

Twee weken later staat de bank nog steeds voor mijn deur. Vuilnismannen laten het gevaarte eerbiedig staan en ook fietsen worden zonder morren een boompje verderop geplaatst. En ik word door wildvreemden gegroet. Want ik ben de buurman van die van drie hoog, die van de bank. De commotie is verdwenen maar de bank blijft. En de interesse, of wat daar voor door moet gaan. Groeten, zwaaien, en vooral blijven kijken.

Want je weet nooit wat er verder nog naar beneden komt.

En dan is alles opeens voorbij. Het bankstel is verdwenen, en niemand weet waar het gebleven is. Mijn buurvrouw fronst haar wenkbrauwen en legt haar hand op mijn arm. Uit haar gekromde rug spreekt teleurstelling. ''Gajes is het.' Maar we blijven groeten, natuurlijk.

Antoon Melissen, Amsterdam

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 259. Bijdragen aan de reeks, tussen de 450 en 500 woorden lang, zijn welkom. Ze kunnen, mits voorzien van naam en woonplaats, worden gestuurd naar: Redactie de Voorkant, de Volkskrant, Postbus 1002, 1000 BA Amsterdam.

Meer over