Business as usual

Nooit meer Lehman Brothers, de overheid zou weer greep op de banken krijgen. Maar die weten met agressief lobbyen bij politici de regels af te zwakken.

Mervyn King lucht zijn hart. Het is 25 juni en King is bezig aan zijn laatste publieke optreden als gouverneur van de Britse centrale bank. De 65-jarige laat zijn frustraties over de kongsi tussen de financiële sector en de politiek de vrije loop. 'Banken oefenen gigantische druk uit op politici en andere hoge functionarissen om toezichthouders te beïnvloeden, opdat die hun eisen aan banken versoepelen', zegt hij. 'Dat gelobby moet stoppen'.


King geeft zijn verbijsterde gehoor die zomerdag een onthullend inkijkje in de achterkamertjespolitiek die hem de laatste maanden het leven zuur maakt. De Bank of England is sinds in april belast met het toezicht op de Britse financiële instellingen. King verordonneert de banken vrijwel meteen 13 miljard pond extra reserves op te bouwen, om ze beter bestand te maken tegen financiële crises. Dat commando valt niet in goede aarde, merkt hij. 'Het eerste wat banken na een vertrouwelijk gesprek met de toezichthouder doen, is politici bellen', vertelt King. 'Er zijn telefoontjes gepleegd met Downing Street 11 (de ambtswoning van minister van Financiën Osborne, red.) en in sommige gevallen ook met nummer 10 (het adres van premier Cameron). Het is erg belangrijk dat dit niet meer gebeurt. Als banken op deze wijze besluiten van hun toezichthouders kunnen beïnvloeden, dreigt het onafhankelijk toezicht een farce te worden.'


Warm hart

Hoofdverdachte George Osborne doet geen enkele poging te ontkennen dat hij King op verzoek van de banken onder druk heeft gezet. 'De banken hebben het recht hun zaak te bepleiten', zegt de minister van Financiën in het Lagerhuis. Alleen als er sprake is van 'onacceptabele druk, dan is dat onacceptabel', voegt Osborne eraan toe, zonder te definiëren wat dan onacceptabel is.


Osborne heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij de City, het financiële centrum van Londen, een warm hart toedraagt. In april, als de Bank of England het bankentoezicht van de falende toezichthouder FSA overneemt, verzoekt Osborne de nieuwe toezichthouder geen maatregelen te nemen die de economische groei kunnen schaden. Een niet mis te verstaan signaal van de minister om de banken niet te hard aan te pakken.


Dat soort compassie met de banken was eind 2008, begin 2009 nog ver te zoeken. Staande op de smeulende puinhopen van het internationale bankwezen speelden westerse politici een potje 'banken kastijden, geselen en vierendelen'. Begrijpelijk, want om een economische catastrofe à la de jaren dertig te voorkomen, waren ze gedwongen Europese en Amerikaanse banken met duizenden miljarden belastinggeld te redden. Geld dat de overheden anders in scholen, wegen, gezondheidszorg of het midden- en kleinbedrijf hadden kunnen investeren. Ook de centrale banken hebben sinds 2008 duizenden miljarden in de banken gepompt.


Vlak na de ondergang van de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers op 15 september 2008, morgen precies vijf jaar geleden, drong het besef door dat de overheid de controle over de banken helemaal kwijt was. In de dertig jaar voor de crisis is de sector sterk gedereguleerd, zodat vele honderden banken ongehinderd konden uitgroeien tot mega-instituten die groter zijn dan complete economieën. Het balanstotaal (de schulden en de bezittingen) van ING Groep is bijvoorbeeld 1.100 miljard euro, terwijl de totale productie van de Nederlandse economie ongeveer 600 miljard euro bedraagt.


Veel banken zijn zo groot en complex geworden, dat overheden ze niet failliet durven laten gaan. Ze zijn too big to fail. Bovendien zijn de westerse banken allemaal met elkaar verknoopt. Een bank die omvalt, kan als een dominosteen een hele rij banken in andere landen meesleuren. Daarom stonden regeringen eind 2008 met de rug tegen de muur en moesten ze de banken wel redden. De Nederlandse econoom Arnoud Boot sprak eind 2011 in een Volkskrant-debat van 'een gijzeling door de banken'.


Gokactiviteiten

Regeringen en toezichthouders in Europa en de VS hebben sinds 2008 talloze voorstellen ingediend om die gijzeling op te heffen. De belangrijkste leggen banken grotere buffers op. Ze moeten bijvoorbeeld meer eigen vermogen aanhouden dan vroeger, zodat ze verliezen voortaan zelf kunnen opvangen. Politici willen daarnaast een strikte scheiding tussen de traditionele diensten - lenen aan burgers en bedrijven - en de gokactiviteiten die banken in de laatste dertig jaar hebben ontplooid. Sommige banken speculeren met het geld van hun klanten op de financiële markten. Als ze winnen, steken de bankiers de winst in eigen zak. Gaat het mis, dan betaalt de belastingbetaler. De bankiers mogen in dat geval al hun eerder verdiende bonussen en hoge salarissen houden. Kortom: een loterij zonder nieten. Een belasting op financi-ele transacties moet dit casinogedrag ontmoedigen. In Europa willen politici daarnaast een bonusplafond, opdat bankiers niet langer worden beloond voor het nemen van onverantwoorde risico's.


Ondertussen beloven banken voor de bühne beterschap en cultuurverandering, maar zagen ze achter de coulissen ijverig aan de stoelpoten van de nieuwe regulering. De lobbyisten van de banken zijn erin geslaagd de overheidsplannen flink af te zwakken. De invoering van het belangrijkste pakket regelgeving is in april met vier jaar uitgesteld. Andere onderdelen zijn zo aangepast dat de banken er makkelijker aan kunnen voldoen. Sommige eisen waren van begin af aan 'soft', zoals het criterium dat banken een eigen vermogen van minimaal 3 procent van hun balanstotaal moeten bezitten. Nota bene Lehman Brothers voldeed vlak voor het faillissement aan die eis. Een aantal politici, onder wie minister Dijsselbloem, pleit ervoor de eis te verhogen naar 4 procent, maar daar is geen internationaal draagvlak voor. '3 procent was bedoeld als absoluut minimum, maar de bankenlobby heeft daar een maximum van gemaakt', klaagt een hoge functionaris die nauw betrokken is bij het Europese bankentoezicht.


Een andere wijde maas in de nieuwe regelgeving is risicometing. De grote banken (vanuit het perspectief van de belastingbetaler de gevaarlijkste categorie) mogen eigen, interne risicomodellen gebruiken om te bepalen hoeveel reserves ze moeten aanhouden. Dit is vragen om manipulatie en banken manipuleren dan ook. Een voorbeeld: Deutsche Bank dreigde eind vorig jaar de buffernorm niet te halen. De bank heeft toen 26 miljard euro aan risico's uit de boeken weggetoverd door zijn risicomodel aan te passen. Een puur boekhoudkundige facelift, want feitelijk was de bank geen spat veiliger geworden. Maar de regels staan het toe.


De financiële transactietaks, die überhaupt maar door elf EU-landen zou worden ingevoerd (Nederland wilde niet omdat zo'n taks de economische groei zou schaden), werd deze week afgeschoten door EU-juristen. De strenge scheiding tussen 'casinobanken' en reguliere banken verkeert nog altijd in een pril plan-stadium. Ook het bonusplafond is in veel landen nog niet ingevoerd. Desondanks anticiperen banken door nu alvast de vaste salarissen van hun beste medewerkers te verhogen: een Brits rekruteringsbureau maakte in augustus bekend dat tweederde van de Londense banken de salarissen met gemiddeld 20 procent heeft verhoogd.


Slimme lobby

Deze ontwikkelingen zijn een rechtstreeks gevolg van de grote invloed van de bankenlobby. Die maakt er dankbaar gebruik van dat de prioriteiten van de politiek na vijf jaar economische ellende zijn veranderd. Regeringen vinden economische groei nu belangrijker dan bankenregulering. De lobby haakt daar slim op in door politici constant in te prenten dat banken die aan strengere regels moeten voldoen minder kunnen uitlenen aan burgers en bedrijven. Lenen zou bovendien duurder worden. Politici blijken zeer gevoelig voor deze argumenten, hoewel die geen hout snijden.


Diverse onderzoeken, onder meer door de Canadese centrale bank, leiden tot de conclusie dat strengere regulering op de lange termijn de economische groei juist bevordert. Dit omdat regulering de kans op grote crises vermindert. Als de impliciete overheidsgarantie van de too big to fail-status wegvalt, zullen banken misschien minder goedkoop kunnen lenen. Hun schuldeisers kunnen er immers niet langer van uitgaan dat ze bij een bankroet hun geld van de overheid terugkrijgen. Als banken die extra kosten doorberekenen aan hun klanten (wat ze vrijwel zeker doen), zal lenen inderdaad duurder worden. Maar die redenering houdt geen rekening met bankenreddingen op kosten van de maatschappij. Die moet de burger ook betalen. Het is daarom te simpel om te stellen dat strenge regels de belasting-betaler geld kosten.


Het is ook geen wet van Meden en Perzen dat banken hun kredietverlening aan burgers en bedrijven moeten inkrimpen zodra ze meer reserves moeten aanhouden. Banken hebben het grootste deel van hun uitleencapaciteit de afgelopen decennia immers gebruikt voor riskante gokactiviteiten en wat je zeepbelfinanciering zou kunnen noemen. De huizenmarkt is het pregnantste voorbeeld. De financiële sector in de VS leende massaal aan consumenten die zich helemaal geen koophuis konden veroorloven. Die onverantwoorde kredietverlening joeg de huizenprijzen op. In Nederland, Spanje, Groot-Brittannië en Ierland gebeurde hetzelfde. Dit bracht economische groei, omdat burgers op de pof huizen consumeerden, waarvan bouwondernemers, vastgoedontwikkelaars, grondbezitters en makelaars profiteerden. Maar al deze 'groei' leveren we nu weer net zo hard in.


Geldschieters

Waarom zijn politici en toezichthouders zo vatbaar voor de drogredenen van de banken? In de Verenigde Staten zijn volksvertegenwoordigers sterk afhankelijk van geldschieters die hun verkiezingscampagne financieren. Wall Street is al jaren de grootste geldschieter van Congresleden. De sector schonk in 2012 bijna 500 miljoen dollar aan politici. De Democraat Jim Himes, die meerdere wetsvoorstellen steunde die de financi-ele sector bevoordelen, gaf in The New York Times ronduit toe dat hij te koop is. 'Ik zal geen moment bestrijden dat dit systeem, waarbij wetgevers afhankelijk zijn van grote sponsoren, problematisch is. Het is walgelijk, het is weerzinwekkend en het lokt belangenconflicten en corruptie uit. Helaas is dat de wereld waarin we leven.'


Het gevolg? De commissie Financiële Regulering in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden keurde onlangs een wetsvoorstel goed dat banken meer ruimte geeft om in derivaten te handelen. Derivaten zijn complexe, riskante financiële producten die een belangrijke rol speelden bij het ontstaan van de kredietcrisis. De Amerikaanse superinvesteerder Warren Buffett noemde ze in 2002 met vooruitziende blik 'tijdbommen' en 'financiële massavernietigingswapens'. The New York Times bracht aan het licht dat dit wetsvoorstel werd geschreven door de bank Citigroup. De parlementariërs namen de zeventigregelige tekst die de bankiers hun aanreikten woord voor woord over.


Minstens de helft van de Amerikaanse ambtenaren, bewindslieden, Congresleden en toezichthouders die de financiële sector moeten reguleren, heeft op Wall Street gewerkt. Minister van Financiën Jack Lew was van 2006 tot 2008 in dienst bij Citigroup. Hij kreeg volgens contract bij zijn vertrek een dikke bonus mee, omdat hij 'een hoge positie bij de Amerikaanse regering of een toezichthoudende instelling' ging bekleden. Zulke clausules in arbeidscontracten zijn schering en inslag op Wall Street. Banken en advocatenkantoren moedigen hun ex-medewerkers zo aan te infiltreren in overheidsinstanties. Mary Jo White werd in april dit jaar voorzitter van de SEC, de belangrijkste Amerikaanse bankentoezichthouder. Daarvoor werkte ze een heel decennium voor een gerenommeerd advocatenkantoor op Wall Street. In die functie beschermde ze topbankiers tegen strafrechtelijke vervolging door de SEC. Dezelfde mensen die ze nu geacht wordt te controleren en eventueel te vervolgen.


Infiltratie

Omkoopbaarheid speelt in Europa minder, omdat politici hier meestal niet hun eigen verkiezingscampagne hoeven te financieren. Maar voor infiltratie zijn overheidsorganen aan deze zijde van de Atlantische Oceaan net zo vatbaar. De Brusselse antilobbygroep Alter EU beschreef in 2009 in het rapport A Captive Commission hoe de Ierse eurocommissaris Charlie McCreevy (2004-2010) het maken van Europese wetgeving voor de financiële industrie feitelijk had uitbesteed aan de financiële industrie. McCreevy bleef gewoon zitten en ontpopte zich na zijn afscheid tot warm pleitbezorger van bankenbelangen.


In Duitsland is de overheid als eigenaar nauw verbonden met het lot van banken. De Duitse Landesbanken en Sparkassen zijn traditioneel (deels) eigendom van de lokale overheden. Duitse politici hebben kilo's boter op het hoofd, omdat zij hun Landesbanken voor de crisis zelf aanzetten tot riskant gedrag. Hoe meer winst, hoe meer dividenden er in de koffers van de deelstaten vloeiden. De Landesbanken stortten zich gretig in de derivatenhandel. Sommige vraten zich vol met Amerikaanse rommelhypotheken. De meeste Landesbanken zakten eind 2008 dan ook als een plumpudding in elkaar.


Nog een verklaring voor het succes van de bankenlobby: financiële producten en markten zijn zo complex geworden, dat een normaal mens er met zijn verstand niet meer bij kan. Omdat parlementariërs en bewindslieden niet begrijpen hoe banken functioneren, kunnen ze de argumenten van de sector niet weerleggen. Ze leunen zwaar op de expertise van deskundigen. Die werken vrijwel allemaal voor financiële instellingen. In Frankrijk heeft de bankenlobby een wet die de potentiële verliezen voor de belastingbetaler bij nieuwe bankencrises moest beperken, tot op het bot uitgekleed. Of, zoals de Franse econoom Jean-Paul Pollin het in het weekblad L'Express verwoordde: 'Alle mooie beloften van president Hollande om het bankwezen te hervormen zijn door de macht van de financiële lobby in rook opgegaan. Er staan zo veel uitzonderingen in de wet dat die van elke inhoud is ontdaan.' In Duitsland was er vorige maand ophef toen de regering-Merkel de Bondsdag een overzicht van haar gesprekken met de financiële sector verstrekte. De lijst, die de periode vanaf oktober 2009 beslaat, was 34 bladzijden lang.


En hoe staat het met de interne cultuurverandering waarover de banken zo vroom spreken? Niet meer dan een dun laagje vernis, zo lijkt het. In NRC Handelsblad mijmerden anonieme ABN Amro-bankiers onlangs over het glorieuze verleden van de huidige staatsbank. Uit hun uitspraken viel af te leiden dat ze niet kunnen wachten totdat de ambtenaren in de raad van bestuur zijn opgehoepeld, de bank geprivatiseerd is en ze hun oude manier van zakendoen - meedoen met de 'grote jongens' op Wall Street en in de City - weer kunnen oppakken.


Arrogant

De bestuursvoorzitters van Deutsche Bank, Anshu Jain en Jürgen Fitschen, beloofden vorig jaar met de hand op het hart schoon schip te maken. Deutsche Bank is onderwerp van meerdere justiti-ele onderzoeken naar witwas- en fraudeverdenkingen. Maar toen de politie enkele maanden later een inval deed in het hoofdkantoor in Frankfurt, pleegde Fitschen een 'doe er eens wat aan, vrind'-telefoontje naar de president van de deelstaat Hessen.


Begin dit jaar serveerde JP Morgan-topman Jamie Dimon een journalist die een kritische vraag stelde af met de woorden: 'Daarom ben ik rijker dan jij.' Daarmee gaf hij blijk van de arrogante, geldbeluste mentaliteit waarvan het publiek de bankiers verdenkt en die de huidige crisis mede heeft veroorzaakt. JP Morgan verloor ruim 6 miljard dollar doordat één derivatenhandelaar van de bank in Londen onverantwoorde risico's nam. Dat gebeurde niet vóór de crisis, maar vorig jaar.


IMF-directeur Christine Lagarde vatte de stand van zaken in januari kernachtig samen in haar nieuwjaarstoespraak. 'Het financiële systeem is nauwelijks veiliger dan het was toen Lehman Brothers in elkaar zeeg. Het is nog steeds veel te complex. De activiteiten zijn nog te veel geconcentreerd in grote instellingen en het perspectief van too big to fail blijft onveranderd. Voortdurende excessen en herhaalde schandalen bewijzen dat de cultuur van het bankwezen in de kern niet veranderd is.'


De door de bankenlobby murw gebeukte Mervyn King is per 1 juli gepensioneerd en in de adelstand verheven als dank voor bewezen diensten. Hij heeft als baron van Lothbury plaatsgenomen in het House of Lords. Zijn opvolger als gouverneur van de Britse centrale bank heet Mark Carney, oud-werknemer van Goldman Sachs. Carney staat bekend als een 'duifachtige' (milde, niet strenge) bankenopziener. Hij is sinds kort ook voorzitter van de internationale bankentoezichthouder FSB. Een van Carneys eerste acties in die functie was protesteren tegen een Amerikaanse wet die de derivatenhandel aan banden legt.


EU en VS


Duizenden miljarden steun

Volgens de recentste calculatie van de Europese Commissie hebben de EU-landen de afgelopen vijf jaar 1.600 miljard euro in de Europese banken geïnjecteerd. De VS hebben ruim 600 miljard dollar belastinggeld in hun financi-ele instellingen gepompt. Niet al dat geld is weg; het grootste deel bestaat uit leningen die de banken met rente moeten terugbetalen en uit overheidsgaranties. De Europese Centrale Bank (ECB) verstrekte eind 2011 en begin 2012 ruim 1.000 miljard euro noodleningen aan 800 Europese banken. De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve (Fed), deelde in het heetst van de crisis ongeveer 7.000 miljard dollar aan renteloze leningen aan de financiële sector uit. Dat laatste feit kwam pas in november 2011 aan het licht. Het financiële persbureau Bloomberg moest tot aan het Amerikaanse Hooggerechtshof procederen om de overheidsdocumenten die deze actie van de Fed blootlegden in handen te krijgen. De Amerikaanse regering en de Fed wilden geheimhouden hoeveel geld ze aan de banken hadden gegeven. Sommige banken maakten tientallen miljarden winst op die leningen.


vijf jaar crisis

Deel 4 (slot): de bankiers


Vijf jaar geleden viel de Amerikaanse bank Lehman Brothers om, het beginpunt van een wereldwijde crisis. Vonk geeft de stand van zaken op vier belangrijke terreinen.

Meer over