Bush

Toen George Bush, president van de Verenigde Staten, de verwoestingen zag, dacht hij: 'This is what war is like in the 21st century.' Dat zei hij tenminste in het interview met National Geographic, ter gelegenheid van tien jaar 9/11.

Ook na tien jaar nadenken wist Bush over de beslissende dag van zijn presidentschap niets op te merken dat het niveau van een voetbalinterview te boven ging. Dat maakte zo'n helder inzicht op de dag zelf onwaarschijnlijk. Het was overigens ook onzin. Even later regenden de bommen volgens de beste tradities van de twintigste eeuw neer op Afghanistan.

'Wij willen breuklijnen in de geschiedenis, maar er zijn helemaal geen breuklijnen. Breuklijnen zijn niets anders dan onze projecties op schokkende voorvallen.' Dat zei de eminente historicus Herman von der Dunk bij het eerste lustrum van 9/11.

Toch hebben wij, naarmate een ingrijpende gebeurtenis langer is geleden, juist steeds meer de neiging hem als breuklijn te interpreteren, als overgang naar een nieuw tijdperk. De symboliek van 9/11 is in de loop der jaren alleen maar sterker geworden - dat bleek maar weer eens rond de plannen voor de bouw van een moskee in de buurt van Ground Zero. En dat blijkt uit de aandacht die de herdenking van 9/11 krijgt - die staat vooral in het teken van symbolische duiding.

Tot 11 september 2001 leefden we in een oude wereld, sindsdien in een nieuwe. 'Als we dat maar vaak genoeg herhalen', zei Von der Dunk in 2006, 'wordt het langzaam maar zeker waar.'

We omkleden de ramp met verhalen en symboliek, we spinnen hem in tot hij de kern is van een netwerk van processen en ontwikkelingen; zo geven we het gebeurde betekenis en vormen we onze perceptie. Beeldvorming en realiteit gaan door elkaar lopen, tot het beeld werkelijkheid is geworden.

Het was echt pech dat op 9/11 een idioot de scepter zwaaide in het Witte Huis. Het was ook botte pech dat de idioot was omringd door gevaarlijke mafkezen. Zodoende kreeg de perceptie van een dwaas de kans tot werkelijkheid uit te groeien en konden neoconservatieve oorlogshitsers daarmee aan de haal gaan: Cheney, Rumsfeld, Wolfowitz.

In juni verscheen een rapport van het Watson Institute for International Studies van Brown University, Providence, Rhode Island. Daarin werd de balans opgemaakt van bijna tien jaar 'War on Terror': totale kosten tussen 3.700 en 4.400 miljard dollar - van alle oorlogen die de Amerikanen uitvochten was alleen WO II duurder. Minimaal 224 duizend directe slachtoffers, 365 duizend gewonden en 7,8 miljoen vluchtelingen.

De opbrengst, een dode Osama meegerekend: mager.

Tegenover elk van de 2.995 doden van Ground Zero staan er 73 in de War on Terror - onder wie zesduizend Amerikaanse soldaten. De kosten van de aanslag bedroegen voor Al Qaida naar schatting tussen de vier en vijf ton in dollars. Elke dollar die Osama in 9/11 investeerde, leidde tot tien miljoen dollar aan Amerikaanse oorlogskosten: een monsterrendement.

Wie daarvoor het meest verantwoordelijk was, Osama of Bush, moeten krijgshistorici uitmaken - ik vermoed Bush.

Tijdens de herdenking van 9/11 zouden we ook stil moeten staan bij de tien jaar van krankzinnigheid van de War on Terror; met een intelligentere aanpak en pak 'm beet 2.000 miljard dollar had er toch meer succes geboekt kunnen worden tegen terreur en de oorzaken van terreur.

'Het was een monumentale dag', zei Bush, met die monumentale domheid in zijn ogen. 'Een dag die we nooit zullen vergeten.' Hij leek er nog iets aan te willen toevoegen, maar hij was zeker vergeten wat en loenste guitig naar de interviewer.

undefined

Meer over