Bush' regering kan beter even stilzitten en zwijgen

George Bush heeft sinds deze week een kopzorg erbij en afgaande op de grote woorden in zijn entourage is het een echt hoofdpijnprobleem....

Clarke bleef rustig onder het spervuur. 'Ik weet zeker dat ze hun honden op me af zullen sturen', had hij gezegd en hij werd in deze verwachting niet teleurgesteld. Hij heeft in een maandag gepubliceerd boek en voor een commissie van onderzoek de betrokkenheid van de president bij diens eigen oorlog tegen het terrorisme ondergraven.

'Schunnig' was het trefwoord dat Condoleezza Rice, de veiligheidsadviseur van de president, had bewaard.

De vastberadenheid van Clarke en de gekrenktheid van het Witte Huis gaven de posities goed weer. Clarke had zijn aanval kennelijk zorgvuldig voorbereid. Op zondagavond zat hij in een gezaghebbend tv-programma, de volgende ochtend lag zijn boek in hoge stapels in de winkels, woensdagmiddag was hij kroongetuige voor de onderzoekscommissie. En telkens was zijn verhaal: Bush heeft niet het recht zich op te werpen als de apostel van het antiterrorisme, Bush heeft tot na de aanslagen van 11 september 2001 alarmerende waarschuwingen in de wind geslagen, Bush was geobsedeerd door Irak, waar geen terrorist te vinden was totdat Bush besloot het land te bezetten, hetgeen de facto een bijdrage bleek aan de bloei van het terrorisme.

Het Witte Huis was niet voorbereid op deze aanslag, dat is het minste dat je ervan moet zeggen. De aanval was ook moeilijk te pareren. Clarke heeft gediend onder Reagan en de oude Bush. Hij is geen bevlogene, hij is een carri-ambtenaar met een staat van dienst van dertig jaar. In het kamp van de president is geprobeerd hem weg te zetten als een loopjongen van het Democratische partijbelang, maar die gedachtensprong is te groot om geloofwaardig te zijn. En het belangrijkste: de kern van Clarkes verhaal is behoorlijk overtuigend.

Hij beschrijft in zijn boek hoe nog op de avond van de twaalfde september, de dag na de onthutsende aanslagen, de president hem opdraagt achter Irak aan te gaan. De tegenwerping dat het Al Qa'ida-aanslagen waren en dat een connectie tussen Osama bin Laden en Saddam Hussein niet is aangetoond, wordt door de president weggewoven. 'Kijk of Saddam dit heeft gedaan', zegt de president nog eens.

Het is een van de illustraties waarmee Clarke wil duidelijk maken hoezeer de oorlog tegen het terrorisme in wezen niet over het terrorisme gaat, maar over andere dwingende overtuigingen binnen de politieke bureaucratie van Washington.

Het is maar een voorval, maar toch is de vraag interessant hoe het kwam dat als bij reflex Irak werd verbonden met de rokende puinhopen van Ground Zero. 'Een aanslag van Al Qa'ida paste niet in het wereldbeeld van de regering-Bush', schreef woensdag Harold Meyerson, columnist van de Washington Post. Daar lijkt het op.

In de neoconservatieve hoek van de regering bestond vanaf het moment van aantreden een opmerkelijke preoccupatie met het bewind van Saddam Hussein. Minister van Defensie Rumsfeld en zijn onderminister Wolfowitz bewaarden hun leerstuk van de preventieve aanval voor Irak, waarmee in 1991 niet ten volle was afgerekend en dat bezig zou zijn met de wederopbouw van grote arsenalen dodelijke wapens. Zo moesten we de wereld zien.

Een onduidelijk groepje als Al Qa'ida paste niet in dat beeld, leidde goed beschouwd de aandacht alleen maar af. En de president leende zijn oor aan deze visie op het kwaad. Naar buiten riep hij zich uit tot opperbevelhebber van de antiterroristische strijdkrachten, maar in de salon van de macht sloeg hij waarschuwingen over Al Qa'ida in de wind.

Waarom heeft Bush nu hoofdpijn? De peilingen laten zien dat het volk verdeeld is over het economisch beleid van de president. Maar als terreurbestrijder is Bush in de enqus onovertroffen. Nu komt een eigen ambtenaar vertellen dat het een valse verdienste is, een constructie. Dan sta je er gekleurd op, zeven maanden voor de verkiezingen. In de politiek geldt dat je eventjes moet stilzitten als je geschoren wordt. Dat kost het kamp van Bush moeite, maar het zou wel het beste zijn.

Meer over