Bush, Powell en Pronk in Carré

Stuff happens..

AMSTERDAM Politici als Jaap de Hoop Scheffer hadden dezer dagen in het Amsterdamse theater Carré pijnlijk herinnerd kunnen worden aan hun eigen rol in de oorlog tegen Irak. ‘Overtuigend’ noemde De Hoop Scheffer (CDA), destijds minister van Buitenlandse Zaken, in 2003 de beruchte ‘bewijzen’ die zijn Amerikaanse collega Colin Powell voor de Verenigde Naties gaf van de massavernietigingswapens waarover het Irak van Saddam Hoessein zou beschikken.

Maar De Hoop Scheffer was er niet bij in Carré, toen daar zondag-en maandagavond een Nederlandstalige versie werd opgevoerd van Stuff Happens, de theatrale reconstructie van de Britse schrijver David Hare van de ontwikkelingen die leidden tot de Irak-oorlog. Net zo min als Wim Kok, Camiel Eurlings of Ben Bot. Hun aanvechtbare uitspraken van destijds waren ook niet te horen: het was de vertalers, Pieter Hilhorst en Carel Alphenaar die beiden ook meespeelden, verboden om Nederlandse elementen toe te voegen aan de oorspronkelijke tekst, die speelt in Amerikaanse en Britse regeringskringen en in de VN. Hilhorst vroeg zich na afloop af of hun verzoek Hare wel had bereikt: ‘Met hem hebben we nooit contact gehad. Ik vrees dat zijn agent namens hem op safe heeft gespeeld.’

Er ging wel meer mis met de dappere poging om Hare’s ambitieuze spektakelstuk, dat zo’n veertig spelers telt, voor het eerst aan een Nederlands publiek te tonen. Wegens verplichtingen van de acteurs konden de opvoeringen, zoals gepland, niet plaatsvinden tijdens de kabinetsformatie in februari. Heel jammer, vond Hilhorst: ‘Een uitvoering toen had een Nederlandse Irak-enquête kunnen helpen.’ Die kwam er dus niet.

Wim Visser, adjunct-directeur van Carré, werd evenmin beloond voor zijn durf. Hij bedoelde de Nederlandse Stuff als het begin van een traditie: ieder jaar rond de dodenherdenking een politiek getint stuk in het voormalige circustheater, waar vooral grootschalig entertainment is te zien. De geplande opvoering in de piste sneuvelde toen een paar dagen voor de eerste uitvoering nog maar 100 van de 2.000 stoelen waren verkocht. Visser: ‘Ik had cabaretiers en andere grote Carré-sterren uitgenodigd om mee te spelen, maar die waren allemaal al bezet.’ Noodgedwongen week hij uit naar een geïmproviseerde tribune op en rond het toneel, waar uiteindelijk zo’n driehonderd bezoekers plaatsnamen.

Wat wél goed ging, was dat die mensen een geweldige avond hadden. De cast was een mengeling van professionele acteurs, zoals Jaap Spijkers (George W. Bush), Victor Löw (Tony Blair) en Mark Rietman (Donald Rumsfeld), met jazz-zangeres Denise Jannah als Condoleezza Rice, voormalig talkshow-presentator Sonja Barend als verteller en, zo waar, toch twee oud-politici. Socialist Jan Pronk als anonieme ‘Engelsman in New York’ die de Amerikaanse oorlogshysterie hekelt: ‘Op Nine Eleven is Amerika veranderd. Ja. Het is veel stompzinniger geworden.’ En de liberaal Frank de Grave als een Britse New Labour-politicus die de oorlog verdedigt: ‘Ik kan niet met mijn hand op het hart zeggen dat het goed komt met Irak. (. . .) We lopen ruggelings de toekomst tegemoet.’

De Nederlandse versie bleef beperkt tot een reading: de spelers lazen van papier, er ging slechts één repetitie aan de uitvoeringen vooraf. Anders zou de opvoering te duur worden, zegt Visser. Samenwerking met grote Nederlandse toneelgezelschappen, om die barrière te slechten, heeft hij niet overwogen: ‘In het verleden heb ik dat wel eens geprobeerd met Gerardjan Rijnders. Ik werd vierkant uitgelachen. Samen met Carré? Stel je voor zeg!’ Daardoor ontbraken het moordende tempo en de weergaloze choreografie van de oeruitvoeringen in 2004 voor uitverkochte zalen in het Londense Royal National Theatre, die de enorme cast soepel deden zwermen van massale naar intieme settings, van het Witte Huis naar Camp David of Downing Street 10. In Carré zochten sommigen vooral in het begin naar hun zinnen, of naar de juiste stoel aan een vergadertafel.

Het deed er niet zoveel toe. Het publiek genoot van de ijzersterke tekst, een combinatie van publieke uitspraken van weleer en Hare’s visie op hoe de geheime conversaties tussen Bush, Blair en hun assistenten moeten zijn verlopen. Geestig vaak, zoals wanneer Colin Powell (Theo Fransz) de Amerikaanse medeplichtigheid hekelt aan Saddams dictatuur: ‘Hoe weten we dat hij massavernietigingswapens heeft? Omdat we de verkoopbonnetjes nog hebben.’ ‘Geweldig’, vond toeschouwer Eric de Vroedt, de jonge maker van de politiek geëngageerde theaterreeks mightysociety. ‘Voor mij was dit dé theatergebeurtenis van het seizoen.’

Meer over