Bush' oorlog breidt zich uit, bedoeld en onbedoeld

'Politiek is de kunst om problemen te zoeken, deze overal te vinden, om ze, zonder ze te begrijpen, met de verkeerde middelen te bestrijden.' Het is maar een onschuldige oneliner van Groucho Marx....

Van onze buitenlandredacteur Arnout Brouwers

Het wordt steeds duidelijker dat de jacht op een schimmige, maar dodelijk serieuze vijand Washington voor een grote uitdaging plaatst. Minister Rumsfeld van Defensie erkende het donderdag ruiterlijk, sprekend van een defensie 'tegen het onbekende, het onzekere, het onzichtbare en het onverwachte'.

Toch heeft die onzichtbare vijand weer een bekend gezicht gekregen. President Bush heeft in een retorisch gespierde State of the Union de 'As van het Kwaad' - Irak, Noord-Korea en Iran - de wacht aangezegd. Helemaal nieuw is het niet. De VS zijn al tien jaar bezig met de politiek-militaire indamming van deze landen, waarvan bekend is dat ze massavernietigingswapens (of ballistische raketten) ontwikkelen.

Maar nieuw is wel dat Bush deze landen nu openlijk onderdeel heeft gemaakt van Amerika's oorlog tegen terrorisme. In feite ontvouwde Bush deze week voor het eerst sinds 11 september zijn ultieme 'oorlogsdoel': de bestrijding van álle dreigingen die het Amerikaanse vasteland kunnen raken. Niet alleen terroristen, of de staten die hen helpen, maar ook landen die wapens produceren waarmee de Verenigde Staten getroffen of gechanteerd kunnen worden.

Daarmee krijgt de Bush-doctrine haar definitieve vorm, als amalgaam van raketschild en terreurbestrijding.

De conservatieve commentator Charles Krauthammer kraaide al victorie in de Washington Post: 'De discussie over Irak binnen de regering is voorbij. Bush' toespraak was nog net geen oorlogsverklaring.' Krauthammer noemt de aanval op Irak fase drie van de oorlog. Tijdens de planning daarvoor ontrolt zich eerst nog fase twee: het plukken van 'laaghangend fruit' in de Filipijnen, Bosnië, Somalië, Sudan en Jemen.

Bush' toespraak is kritisch onthaald door Amerika's bondgenoten in het Midden-Oosten. Maar ook Europese leiders voelen zich niet op hun gemak, getuige het pleidooi van de Duitse kanselier Schröder tegen een aanval op Irak. NAVO-chef Robertson zei donderdag dat de defensieclausule die na 11 september in werking werd gesteld, 'niet automatisch van toepassing is' op de drie landen.

Ook in de Amerikaanse regering wordt gemord, vooral op het State Department. Diplomaten vrezen dat de harde taal de deur dicht slaat voor toenadering tot de gematigde krachten in Teheran. Zij wijzen erop dat Iran een matigende invloed op niet-Pathaanse krijgsheren in Afghanistan heeft gehad. En herinneren eraan dat Teheran zijn grondgebied zelfs openstelde voor reddingsmissies van de Amerikanen.

Hetzelfde geldt voor de besprekingen met Noord-Korea. De VS herhaalden deze week 'op elk moment' bereid te zijn tot besprekingen met Pyongyang. Maar een hoge Amerikaanse diplomaat schamperde: 'Zijn de besprekingen met Noord-Korea dood? Het is moeilijk om te zien wat Pyongyang gaat doen om uit de ''As'' te komen.'

Terwijl Washington zich openlijk bezint over de volgende stappen in de oorlog, worden de Verenigde Staten her en der geconfronteerd met de 'onbedoelde gevolgen' van de oorlog. Bush' oorlogsverklaring aan terroristen vindt grote navolging onder de meer dan vijftig landen in de wereld die met de een of andere vorm van gewapende oppositie te maken hebben. De vuile oorlog in Tsjetsjenië, de onderdrukking van moslims in China, de arrestaties van 'fundamentalisten' in Oezbekistan, ze zijn volgens de betrokken landen in een ander daglicht komen te staan.

Kernwapenmacht India vindt het een geschikt moment om Pakistan de duimschroeven aan te draaien over Kasjmir. Israëls premier Sharon voelt zich gesterkt in zijn hardvochtige aanpak van de Palestijnen. Onderhandelen met 'onze Bin Laden'? Ondenkbaar. Een van de onbedoelde gevolgen is dat de Amerikaanse diplomatie nu meer moet investeren in onwrikbare (Palestina, Kasjmir) of zelfs vergeten conflicten (Sudan) dan voorheen.

Zo breidt de oorlog tegen terrorisme zich, bedoeld én onbedoeld, als een olievlek over de wereld uit. President Bush verdedigde de afgelopen dagen zijn harde toespraak als 'waarschuwing' aan Irak, Noord-Korea en Iran. 'Maar wat te doen', vroeg de commentator van The New York Times, als deze landen 'niet met de ogen knipperen'?

Het zou niet voor het eerst zijn in de geschiedenis, dat gestaalde retoriek een politiek klimaat creeert dat de keuzes in een later stadium vernauwt.

Meer over