Bush' nieuwe wereldorde

Tussen het neerdwarrelend stof van een verwoestende ronde VN-diplomatie tekent zich een nieuwe wereldorde af. Niet die van Bush sr. maar die van Bush jr...

Arnout Brouwers

De vorige omwenteling was na 1945. Toen verbrijzelden de VS de restanten van een 'koloniale' wereldorde en verrees uit de puinhopen een mondiaal stelsel van allianties en economische verbanden, geschraagd door Amerika. De Veiligheidsraad, waarin de Grote Vier (plus Frankrijk) zouden besluiten over oorlog, raakte snel verlamd in de Koude Oorlog, maar voor het Westen bleef de Amerikaanse ordening het richtsnoer.

De omwenteling van 1989/91 was in de Verenigde Staten aanleiding voor een groot strategisch debat. De presidenten Bush sr. en Clinton poogden het gezag van de Verenigde Naties te herstellen. De dreigingen veranderden, maar het uitgangspunt bleef hetzelfde: zolang de structuur van de internationale orde in de pas liep met Amerikaanse belangen konden de Verenigde Staten beperkingen aan hun macht accepteren. Al ging dat steeds moeilijker, blijkens een serie door de Senaat afgeschoten verdragen.

Ongebreidelde machtsuitoefening stuitte in de Verenigde Staten op binnenlandse blokkades: klachten over 'de kosten' van het imperium, het ontbreken van het koloniale instinct, en de brede behoefte aan minder - niet meer - internationale verplichtingen. Bush sr. weigerde vlak na de Golfoorlog in te grijpen op de Balkan, deels uit aversie tegen een rol als 'Global Policeman'.

Twaalf jaar later ziet het debat in de Verenigde Staten er heel anders uit. De verliezers van toen vormen nu het hart van de regering-Bush. Ze hebben na '11 september' voldoende binnenlands draagvlak om de oude orde rigoureus aan te passen. Een essay van Charles Krauthammer over 'Het unilaterale moment' werd in 1990 weggehoond, ook in de Republikeinse partij. Nu is het de basis van een doctrine die uitgaat van Amerika's onaantastbare macht. Inzetbaar om dreigingen uit de weg te ruimen en geënt op de gedachte dat geen wet hoger is dan de Amerikaanse.

Als daarbij 'Amerikaanse' waarden zoals democratie, mensenrechten en vrije markten de wereld veroveren - mooi toch? Weg dus met oude verdragen, knellende allianties en onnodige verplichtingen. De vijanden zijn levensgevaarlijk en de tijd om de hele wereld daarvan te overtuigen, ontbreekt.

Maar er is één groot probleem met deze alternatieve wereldorde. De rest van de wereld wil er niet aan. En ook het Amerikaanse volk kan er zijn bekomst van krijgen. Want, zoals ook in de VS wordt vastgesteld: president Bush is erin geslaagd al vóór het uitbreken van de oorlog veel kostbaar porselein te breken.

De haviken mogen nu victorie kraaien over de irrelevantie van de Veiligheidsraad. Maar op de langere termijn zou de 'les van Irak' wel eens kunnen verkeren in het tegendeel. Zij wijst immers op de beperkingen van de Amerikaanse macht. Een unilaterale agenda uitvoeren met wisselende coalities blijkt, aldus de Britse commentator Quentin Peel, 'onvoorspelbaarder en duurder' dan de multilaterale aanpak. In eigen land is de steun voor oorlog fragiel en blijft de behoefte aan gezamenlijk optreden in VN-verband even groot als de scepsis over buitenlandse avonturen.

In Bob Woodwards Bush at War (2002) zegt president Bush over Irak dat 'zelfbewuste actie' die vruchten afwerpt 'weifelende landen en leiders' alsnog zal overtuigen. Met zijn ambitie om het Midden-Oosten 'veilig voor democratie' te maken, onderzoekt Bush jr. de grenzen van de macht. Niet omdat hij dat leuk vindt, maar omdat hij overtuigd is van de noodzaak.

De komende tijd zal blijken of die missie een nieuw tijdperk inluidt of een uitschieter is in de sinds 1990 ingezette Amerikaanse zoektocht naar een nieuwe rol in de wereld. Zeker is wel is dat Amerikanen leven in 'de wereld na 11 september' en niet zichzelf, maar massale terreurdaden als oorzaak van de spelverruwing zien.

Het wordt dan ook steeds moeilijker voor de rest van de wereld om te volstaan met toverformules als 'indamming' of 'multilaterale orde'. Zonder inhoud zijn dat holle kreten. Zo is bijvoorbeeld Noord-Korea niet 'Bush' probleem' waarmee punten vallen te scoren over Amerikaanse hypocrisie. Het is een mondiaal probleem - en sofisten winnen weleens debatten, maar nooit oorlogen.

Zoals de Amerikaanse commentator Max Boot vaststelde: 'Wat Noord-Korea's nucleaire programma betreft vinden de overtuigde multilateralisten Frankrijk, China en Rusland dat de VS het probleem unilateraal moeten oplossen. Thank you, guys.'

Voorlopig stemmen de conclusies over een nieuwe wereldordening dus niet optimistisch. Amerika bewijst dat het zijn eigen ergste vijand kan zijn.

Andere landen buitelen over elkaar om aan te tonen dat de Verenigde Staten geen monopolie hebben op onverantwoord gedrag. Dat blijkt vrijelijk beschikbaar, net zoals lucht.

Meer over