Bush en de meedogenloze agenda van Poetin

De moeilijkheid met de manier waarop de regering-Bush een steeds agressiever wordend Rusland aanpakt, is dat Poetin een stuk doelmatiger terugduwt....

John Vinocur

Bush wordt gehinderd door Irak en door Ruslands vooraanstaande rol in de VN-Veiligheidsraad als poortwachter wat betreft de nucleaire ambities van Iran. Daardoor wordt Bush nu in de rol van smekeling gedwongen, in een zo goed als passieve houding, waarin hij weinig anders kan zeggen dan, bijvoorbeeld, dat hij hard bezig is ‘om een escalatie te voorkomen in de retoriek’ in wat nu toch een ernstig verslechterde verhouding is.

Zonder een verandering van de Amerikaanse tactiek zal het openbare gevecht tussen beide mannen, dat morgen begint op de G8 in Duitsland en dat zal voortduren tot een bijeenkomst in Maine in juli, een ongelijke strijd worden.

In de ene hoek van de ring staat Vladimir Poetin, die flink wat meer gewicht heeft gekregen door de enorme oliewinsten en die een tactisch voordeel heeft vanwege de Amerikaanse ellende in Irak. Daardoor voelde hij zich sterk genoeg om een volledige omslag te forceren in de relatie tussen Rusland en het Westen.

Afgelopen week was Poetin druk bezig met zijn poging de boel om te buigen: Rusland maakte openbaar dat een test met de R-24 raket die naar eigen zeggen een gat kon slaan in elke militaire verdedigingslinie ter wereld. Rusland dreigde in de VN met een veto tegen een onafhankelijk Kosovo. En Rusland eiste dat er in juni overleg zou komen om het Verdrag over Conventionele Wapens in Europa (CFE) te herzien.

Eigenlijk stelde Poetin dat hij elke ontwikkeling in de richting van de integratie van de Balkan in het Westen zou blokkeren en dat hij, wat betreft het CFE-verdrag, oude spanningen nieuw leven in zou blazen om te proberen elke expansiepoging van de NAVO in de buurt van de Russische grens onmogelijk te maken. Dit alles in combinatie met de dreiging van een nieuwe, onverslaanbare Russische raket en Koude Oorlog-achtige kernwapendoelen in Europa.

In de andere hoek staat George Bush. Zijn strategie bestond tot nog toe uit uitspraken over verstandige woorden. Maar kennelijk vindt hij het lastig te erkennen dat Rusland niet alleen maar praat, maar ook een nieuwe strategische orde tot stand probeert te brengen. Een orde die ingaat tegen de Amerikaanse notie van een Europa dat ‘één geheel is en vrij’ – een notie die opkwam na de triomf der democratie die volgde op de val van de Sovjet-Unie in 1991.

Om Poetin aan te kunnen spreken op deze omwenteling, zou Bush moeten erkennen dat hij hem verkeerd heeft ingeschat en ten onrechte heeft vertrouwd op een Rusland dat volgens een hoge Amerikaanse functionaris Amerika als zijn ‘belangrijkste tegenstander’ beschouwt. Volgende dezelfde functionaris ‘denkt de regering nog steeds na over wat de agressieve toon van Rusland nu betekent. In welke mate gaat het om nationalistische retoriek en in welke mate om een achterliggende verandering van strategie?’

In de aarzeling om deze ontwikkeling te willen erkennen lijkt één centrale factor te schuilen: dat Bush bereid is heel ver te gaan om zijn toch al controversiële nalatenschap niet verder te besmetten met wat hij denkt dat men als een mislukt Ruslandbeleid zou zien.

Maar Amerika heeft een goede reden om Rusland nog harder terug te dringen: aan Poetins bereidheid om de hachelijke situaties uit te melken waarin Amerika zich bevindt en die doorlopen tot na het bewind van Bush zijn geen grenzen.

Tijdrekken in de kwestie-Iran, Europa en Amerika tegen elkaar uitspelen rondom het raketschild, proberen de grenzen van de NAVO opnieuw te bepalen en verdeel en heers proberen te spelen tussen de oude lidstaten van de EU en de nieuwe – Poetin heeft een meedogenloze agenda opgesteld.

Aan het eind van deze maand zal de Veiligheidraad waarschijnlijk voor de derde keer een lijst met tegen Iran gerichte sancties hebben aangenomen. Net als de vorige twee keer zullen de sancties de mullahs wel enig ongemak bezorgen. Omdat Rusland hun effectiviteit zal belemmeren, zullen de maatregelen geen einde maken aan Irans nucleaire ambities.

Een werkelijke poging tot terugdringen zou dan bestaan uit een door Amerika geïnitieerd plan om een Russisch veto in de Veiligheidsraad te omzeilen en een lijst van sancties op te stellen die echt pijn doen, waaronder ook sancties op het gebied van oliehandel en van financiële transacties, met een groep geestverwante landen, zoals Groot-Brittannië, Frankrijk, Japan, Zuid-Korea, een aantal Golfstaten en misschien Duitsland.

Dat zou een duidelijke tot-hier-en-niet-verder-boodschap van Bush zijn en geen provocatie. Bovendien klinkt er in Europa ook een nieuw geluid als het gaat om de banden tussen Rusland en Iran. Nicolas Sarkozy vertrouwt Moskou duidelijk niet en overweegt het tegenhouden van Iran als de grote veiligheidskwestie van dit decennium naar voren te schuiven. Als Bush nou ook nog direct overleg met Iran zou beginnen ter aanvulling van de extra sancties van de ad hoc samengestelde groep landen, zou hij niet alleen de Russische invloed op de kwestie verder verminderen, maar ook zijn Europese bondgenoten nauwer aan zich binden.

Een tweede duw terug zou bestaan uit het minder voorzichtig aanpakken van de monopolies op het gebied van het olie- en gasaanbod, die de financiële bron en ook de praktische aanleiding vormen van de agressie van Rusland.

Bij de vorige G8-top afgelopen jaar ontkwam Rusland aan het ondertekenen van een energiehandvest waarin regels vastgelegd zouden worden over wat een rechtvaardig aanbod zou zijn. Misschien omdat het handvest landen als Duitsland, dat speciale regelingen met de Russen heeft, zou afschrikken, heeft Bush de kwestie niet hoog opgespeeld.

Twee kandidaten voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, de Republikein John McCain en Joe Biden, de Democratische voorzitter van de senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken, hebben Bush op de vingers getikt vanwege zijn onvermogen om de landen bij elkaar te krijgen die te lijden hebben van de Russische olie- en gaschantage. Ook hebben zij gewezen op de noodzaak van een strategisch antwoord op dit punt van Amerika op Poetins keuze de democratie in zijn eigen land terug te dringen en de onomkeerbaarheid van het democratiseringsproces in NAVO- en EU-landen aan de grens van Rusland te tarten.

Poetin zelf heeft ook in de gaten dat het Amerika ontbreekt aan een strategie die opgewassen is tegen zijn vastberadenheid en directheid. Als Bush niet gauw met zo’n strategie komt, zei Poetin onlangs, ‘blijven er steeds minder manieren over om Rusland onder druk te zetten’, omdat ‘we ons economisch en militair potentieel weer hebben opgebouwd’.

Alleen maar vol respect vragen of Poetin een toontje lager wil zingen zal niet helpen.

Meer over