Nieuws

‘Burgers en kleine bedrijven betalen de prijs van de energietransitie, terwijl grootverbruikers worden ontzien’

De kosten die de overheid in rekening brengt voor het uitstoten van CO2 zijn ongelijk verdeeld over de samenleving. De burgers en kleine bedrijven betalen relatief veel, terwijl de zware industrie veel minder, en de landbouw en luchtvaart nagenoeg niets kwijt zijn aan de door hen veroorzaakte klimaatschade.

Plakken staal worden tot rollen staal uitgewalst in de Warmbandwalserij van staalbedrijf Tata Steel in IJmuiden. Beeld ANP
Plakken staal worden tot rollen staal uitgewalst in de Warmbandwalserij van staalbedrijf Tata Steel in IJmuiden.Beeld ANP

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concludeert dat in een rapport dat vandaag verschenen is. Het heeft onderzocht hoeveel sectoren betalen voor de uitstoot van CO2 en of dit in verhouding staat tot de werkelijke klimaatschade. Alleen in de bebouwde omgeving (onder meer door belasting op verwarming van huizen en kantoren) en bij transport is de balans redelijk op orde, aldus het planbureau, al maakt het bij verkeer wel uit van welk vervoermiddel gebruik wordt gemaakt.

Accijnzen op fossiele brandstoffen staan redelijk in verhouding tot de veroorzaakte schade. De ‘impliciete’ CO2-belasting op benzine bedraagt 300 euro per ton, wat flink meer is dan de ‘echte’ CO2-prijs, die momenteel rond de 50 euro schommelt.

Huishoudens betalen de prijs

‘Het zijn vooral de kleinverbruikers die deze prijs betalen; het gemiddelde tarief voor grootverbruikers is veel lager’, aldus het rapport. Dit komt doordat de belastingen dalen bij een hoger gebruik: hoe meer aardgas of elektriciteit een fabriek verbruikt, hoe lager de belasting per hoeveelheid energie.

Ook dragen kleine verbruikers relatief het meest bij aan de belasting die wordt geheven om onder meer het opwekken en de opslag van elektriciteit mogelijk te maken, de zogenoemde ODE. Het MKB en milieuorganisaties als Milieudefensie klagen al langer dat vooral burgers en het MKB opdraaien voor de energietransitie. Zij willen dat grootverbruikers naar rato gaan betalen.

Energiebelasting

Hier staat tegenover dat in de toekomst elektriciteitsprijzen sterk zullen gaan schommelen en soms torenhoog zullen zijn. Het idee hierachter is dat elektriciteit op sommige momenten schaars zal zijn (bijvoorbeeld als het niet waait en de zon niet schijnt, met name in de winter), waardoor de prijs flink zal stijgen. In zulke gevallen moet met name de zware industrie de portemonnee trekken, of minder stroom verbruiken door bedrijfsonderdelen tijdelijk stil te leggen.

Het PBL vindt dat er nu al gekeken moet worden naar de energiebelasting op elektriciteit. ‘De huidige vormgeving wordt een steeds grotere sta-in-de-weg voor de energietransitie.’

Meer over