Interview

Burgemeester Jorritsma van Eindhoven: ‘We zijn een verwend land, dat ‘gij zult’ niet accepteert’

Burgemeester John Jorritsma van Eindhoven gaat tot verbazing van velen niet voor een tweede termijn. 'In deze baan sta ik 24/7 aan.' Beeld Jiri Buller
Burgemeester John Jorritsma van Eindhoven gaat tot verbazing van velen niet voor een tweede termijn. 'In deze baan sta ik 24/7 aan.'Beeld Jiri Buller

John Jorritsma ziet af van een nieuwe termijn als burgemeester van Eindhoven, de vijfde stad en ‘brainport’ van Nederland. Een Macher die meer van het economisch dan het empathisch besturen is. Behalve op die ene dag, na de avondklokrellen, toen hij zijn hart liet spreken.

De avondklokrellen van 24 januari dit jaar brachten burgemeester John Jorritsma ongewild internationale bekendheid. Een dag na het verbod van het kabinet om vanwege corona na 21.00 uur de straat op te gaan, werd in Eindhoven op grote schaal geplunderd.

De BBC besteedde er aandacht aan en het Duitse Bild citeerde de burgemeester: ‘Meine Stadt weint und ich auch.

De Eindhovense binnenstad veranderde in een spergebied waar stenen en golfballen door de lucht vlogen, waar paardenhoeven op het asfalt kletterden en vuurwerkbommen ontploften. Rond het station werd voor bijna 7 ton schade aangericht. Er werden die avond zestig relschoppers aangehouden, maar de arrestaties gingen het hele jaar door, tot nog zeer recent het totaal kwam te staan op 105.

Jorritsma trok de volle aandacht omdat hij voor camera’s sprak over daders als ‘eencelligen’ en ‘het schuim der natie’. Hij gebruikte de term ‘burgeroorlog’. Collega’s van hem keken er met verbijstering naar, Peter R. de Vries eiste in Jinek excuses, hetgeen Jorritsma weigerde.

Hoe kijkt u op die avond terug? Heeft u achteraf geen spijt van uw uitspraken?

‘Nee, nee. Ik heb mij daar mens getoond. De explosie van geweld ging alle perken te buiten. Er werd met ploertendoders op paarden geslagen, het was ongekend. Mensen die onder hun jassen pvc-pijpen droegen, ijzeren staven achterin de broek hadden, handschoenen droegen met stalen frame, alleen maar om de boel kapot te maken.

‘Ik had misschien eerst tot tien moeten tellen. Maar ik was daarvoor in het treinstation geweest bij de mensen van ProRail en NS. Die hadden zich net als de mensen in Capitol Hill in Washington verschanst achter bureaus en omgetrokken kasten. Er waren er die zich uit angst hadden bevuild, die apathisch waren.

‘Dan word je naar voren geduwd richting de pers die je wel even zegt wat je niet goed hebt gedaan. Door bestuurskundigen wordt gezegd dat ik geen verbinding heb gezocht, maar ik wíl geen verbinding met dat soort mensen. Nee, ik neem niks van mijn woorden terug, no way.’

Twee weken geleden maakte John Jorritsma (65) tegen alle verwachtingen in bekend dat hij na een burgemeesterschap van vijf jaar in Eindhoven geen nieuwe termijn ambieert. Hij stopt. Fysiek en mentaal is het zwaar, zegt hij. De jaren gaan tellen. In de pandemie is net als bij veel collega’s, de balans tussen werk en privé volledig zoek geraakt. ‘Ik wil het niet dramatiseren, maar ik sta 24/7 aan. Dit is een baan die je leeg vreet.’

Met zijn besluit overviel hij zijn wethouders, de gemeenteraad, zijn ambtenaren en de burgers van Eindhoven. Iedereen dacht: die tekent blind bij. ‘Het is een moeilijke afweging geweest, maar allereerst een rationele. Mijn eerste termijn eindigt in september 2022. Dan ben ik 66. De grens ligt voor een burgemeester bij 70, dus die tweede ronde kan ik niet voltooien. We staan in deze stad voor torenhoge opgaven. Dat moet wat mij betreft worden gemodereerd met nieuw elan.’

In bestuurlijk Nederland kon de afgelopen decennia niemand om John Jorritsma heen. Een netwerker, een ‘macher’, volgens sommigen een ijdeltuit, met wellicht een tikkeltje te weinig van de eigenschap die je van een burgervader mag verwachten: empathisch vermogen. Maar ook een manager van een kaliber waarvan er bij de overheid maar weinig rondlopen. Bij zijn pensionering is hij straks 46 jaar ‘dienaar van de publieke zaak’ geweest: als ambtenaar, als gemeentesecretaris, burgemeester, directeur van de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, commissaris van de koning in Friesland en weer burgemeester van Eindhoven, de vijfde stad van het land.

Als burgemeester heeft hij de afgelopen jaren naar eigen zeggen ‘de paraplu regelmatig moet opsteken’. Want zo populair was hij niet. In Eindhoven heerst de sfeer: hij is goed voor de stad, de harten van veel burgers heeft hij niet weten te winnen. En dat terwijl hij met zijn vrouw talrijke werkbezoeken aflegde in buurten en instellingen, hij trouw 100-jarigen bezocht en honderden onderscheidingen aan ingezetenen heeft uitgereikt.

Des te vervelender als dan een niemendalletje aan je blijft kleven. In Eindhoven was de boot aan toen hij in de zomer buschauffeurs vroeg niet meer naar hem te toeteren als hij met de dienstwagen gebruik maakte van de busbaan om snel van A naar B te komen. Dan ben je in je stad voor altijd ‘die kapsoneslijer’, ongeacht wat je verder aan prestaties neerzet.

‘De een zegt over mijn vertrek: opgeruimd staat netjes, de ander zegt: goh, wat jammer. Er is altijd druk, je kunt het nooit voor iedereen goed doen. Mijn eigen morele kompas is mijn enige houvast, maar dat betekent niet dat ik ongevoelig ben voor de kritiek.’

Later in het gesprek, als hij geestdriftig vertelt over zijn rol als ambassadeur van het mondiale kenniscentrum Eindhoven, schetst hij hoe hij woekert met zijn tijd. ‘De delegaties die ik heb mogen ontvangen: noem mij een land of ze zijn hier geweest. Dan is er geen tijd, ik chargeer nu, om nog naar de koren en muziekverenigingen te gaan.’

John Jorritsma typeert zichzelf als ‘een bestuurlijk manager wiens hart economisch tikt’. Als geboren Fries had hij gemakkelijk zijn tijd kunnen uitzitten als commissaris van de koning, een onder gearriveerde bestuurders felbegeerde functie. Maar Friesland maakte hem na achtenhalf jaar onrustig. Teveel van - hij bedoelt het niet verkeerd - ‘seen it all, done it all.’ ‘Ik wilde nog één keer vlammen.’

Feitelijk heeft hij vijf banen. Want hij is niet alleen burgemeester van 240 duizend inwoners, maar ook voorzitter van de metropoolregio Eindhoven (830 duizend inwoners), regioburgemeester voor Oost-Brabant, voorzitter van de veiligheidsregio en voorzitter van de ‘brainport’: na Amsterdam (Schiphol) en Rotterdam (de haven) de derde officiële mainport van Nederland, met Eindhoven in de rol van Silicon Valley der lage landen. Die laatste functie was hem het dierbaarst. Hij vloog ervoor de wereld over, van Boston naar Singapore en verder, ontmoette koningen, presidenten en ministers.

Waarom bent u eigenlijk nooit in Den Haag beland?

‘Ik ben geen politicus, ik ben een liberaal die er een hekel aan heeft om VVD’er genoemd te worden. Vanaf mijn 21ste ben ik lid van de partij, maar ik heb nooit op de zeepkist gestaan. Je zult mij niet in een Tweede Kamer zien, dat is teveel hit and run. Ik ben vaak aangesproken of ik geen bewindspersoon wilde worden, maar het Haagse opportunisme gun ik mezelf niet.’

Rutte en Hoekstra, managers van Unilever of McKinsey, worden gezien als de dood in de pot van de politiek. Moet Nederland niet weer gewoon ideologisch worden bestuurd?

‘Je moet dit niet zwart-wit benaderen: Den Uyl, Lubbers, Wiegel, noem ze allemaal maar op, die leefden in een verzuilde wereld. We hadden Nederland 1 en 2, en geen sociale media, de gemiddelde burger was gezagsgetrouw, je kon met trots zeggen: ik ben politicus. Nu zeggen ze: wat doe je daar in hemelsnaam, ik dacht dat je zo goed kon leren?

‘De samenleving is in hoog tempo veranderd. En dat heeft zijn sporen getrokken. Tijdens corona hebben we 82 miljard euro geïnvesteerd om dit land overeind te houden. Het is tegenwoordig een megaklus om het veelkoppige monster Overheid te bedwingen. Maar het is gelukt. Als ik met Peter Wennink, directeur van hightechbedrijf ASML, spreek, zegt hij: ‘Wij maken ingewikkelde machines, maar de machine waarin jij werkt, is nog veel ingewikkelder.’ Welnu, het besturen ervan doe je daarom op een rationele, zakelijke grondslag. Ik was er helemaal niet rouwig om geweest als in de formatie was besloten tot een buitenparlementair kabinet.’

Sinds begin 2020 was Jorritsma samen met zijn collega’s van Tilburg en Den Bosch dag en nacht in touw met de coronacrisis. De eerste besmettingen doken vorig jaar op na het carnaval in Brabant, de drie voorzitters van de veiligheidsregio’s werden de frontsoldaten in de pandemiebestrijding. ‘Brainport’ raakte onvermijdelijk op het tweede plan.

Wat in Brabant werd bedacht, werd door Rutte en De Jonge landelijk uitgerold. De voorzitters van de Brabantse veiligheidsregio’s wilden vaak zwaardere en snellere maatregelen dan Den Haag voor stond, liepen voor de troepen uit. ‘Dan wilden wij een persconferentie geven en kregen we een telefoontje uit Den Haag: hoho, wacht even, wij zijn ook bezig.’

Hij was de eerste die pleitte voor een lockdown, voor een mondkapjesplicht en het versneld sluiten van alle nertsenfokkerijen. ‘Beter deep down the drain, dan pappen en nathouden. Dat werd me niet in dank afgenomen.’ Hij zag van dichtbij hoe emoties steeds zwaarder de gemeenschap ontwrichtten. Hoe de druk op gezinnen ondraaglijk werd, de echtelijke ruzies, kinderen die geen kant op konden, het aantal suïcides dat een stijgende lijn liet zien. ‘Dat was heel zwaar voor me.’

Jorritsma toonde zich een hardliner in een gezondheidscrisis die voor burgemeesters steeds meer uitpakte als een zaak van openbare orde. ‘We zijn een egalitaire samenleving geworden die niet accepteert: gij zult. Wij zijn een samenleving die zegt: hoezo? Als je in Duitsland zegt: spring, dan zeggen ze: hoe hoog? Hier zeggen ze: waarom? Maatregelen worden direct gepolitiseerd. Ik heb me wild geërgerd aan al die debatten in de Kamer waar Hugo de Jonge samen met Jaap van Dissel op het matje werd geroepen. Waar hun voorstellen door een politiek badje werden getrokken. Hou die mensen niet van hun werk!’

De onvrede heerst intussen overal. Er gaan tienduizenden de straat op, met slechts één gemeenschappelijke noemer: een diep gekoesterd wantrouwen jegens de overheid.

‘We zijn een verwend land. We behoren tot de drie rijkste ter wereld en toch is iedereen ontevreden. Ik heb dit jaar al 242 demonstraties gehad en het is pas oktober. In 2018 had ik er 74. Iedereen infecteert elkaar, noem een onderwerp en het wordt gepolariseerd. Dat was latent al aanwezig, maar bijna twee jaar corona heeft iets met ons gedaan. Sinds de laatste verkiezingen hebben we zeventien partijen in de Tweede Kamer. Door afsplitsingen zijn dat er inmiddels negentien. Wat wij altijd zagen als het heilzame midden, bestaat niet meer. De flanken zijn dominant en het simpele feit dat wij eigenlijk al vanaf januari met een demissionair kabinet zitten, doet daar geen goed aan. En dan heb ik het nog maar even niet eens over zoiets als de toeslagenaffaire.’

Ziet u de politiek als medeschuldige?

‘Tal van zaken zijn vanwege het demissionaire kabinet controversieel verklaard, terwijl de opgaven voor dit land mega zijn. Na de verkiezingen wordt de winnende combinatie van VVD, CDA en D66 door links niet meer geaccepteerd. Vervolgens richt iedereen de ogen op de minister-president. De 150 dames en heren die net zijn verkozen hebben geen kluiven om in te bijten en vullen hun tijd met incidentenpolitiek. En de praatprogramma’s en de media vergroten dat uit. Er is geen regeerakkoord, dus we kunnen niet praten over de omgevingswet en dat we een miljoen woningen moeten bouwen; over de duurzame energie; over de circulaire economie; over de kringlooplandbouw of het klimaat, of over een cultuuromslag in het bestuur.’

Met een regeerakkoord en een nieuw kabinet is het probleem niet opgelost, toch?

‘Misschien moeten we naar een renaissance in het Huis van Thorbecke, de manier waarop we het landsbestuur hebben ingericht. We praten alsmaar over innovatie, maar dat huis staat er sinds 1848. Ik wil niet alles omver werpen, maar de samenleving is zo complex geworden dat er iets fundamenteels moet veranderen. En dan heb ik het niet over die bestuurscultuur, alsof er door het vrijgeven van kabinetsnotulen iets verandert.

‘Ik zou een verhoging van de kiesdrempel geen slecht idee vinden. Maar ja, het CDA en de ChristenUnie doen daaraan niet mee, die komen direct in de problemen.’

Maar is niet veel meer het functioneren van de politiek in het geding?

‘Ja, dat is zo. Laat ik het onderwijs als voorbeeld nemen. Dat heeft zich in de pandemie in drie weken tijd tot digitaal getransformeerd. Als we daartoe in de Kamer hadden besloten op basis van een initiatiefwet, waren we snel tien jaar en drie kabinetten verder geweest, waren miljarden door de pomp gegaan en was het nog niet gerealiseerd. In Eindhoven plusten bedrijven als VDL, NXP en ASML bij waar scholen het niet konden financieren. Dus als de samenleving het zelf oppakt, gaat het sneller en beter. Met andere woorden: het Huis van Thorbecke kan onze participatiesamenleving helemaal niet meer bijbenen.’

Zijn de politici nog wel competent genoeg? Vaak wordt gezegd dat de echte talenten er niet meer willen werken, vanwege het grote afbreukrisico.

‘De burger moet beter worden bediend. Ik zou wel een vertegenwoordigingsplicht voor een paar jaar willen voor mensen uit kennisinstellingen, het bedrijfsleven of de cultuursector. Een soort maatschappelijke dienstplicht, maar dan als volksvertegenwoordiger in landelijke of lokale politiek. Dat zijn wilde dromen, maar ik beoog ermee dat we een betere afspiegeling krijgen van die participatiesamenleving. Die zie ik nu niet, of onvoldoende. Ook in de gemeenteraad mag het bedrijfsleven wel wat manifest aanwezig willen zijn. Zodat er minder wordt gewerkt op basis van incidenten en cliëntelisme, en op thema’s die de ochtend in de krant stonden.’

Is de afstand tussen Den Haag en de lokale politiek niet veel te groot geworden?

‘Op en rond het Binnenhof is de Randstad dominant en komt de provincie vaak nauwelijks aan bod. Dan krijg je spanningen tussen Rijk en gemeenten.

‘Het begint ermee dat je elkaar als partner ziet. Maar onze departementen, dat zijn allemaal hokjes. Je praat niet met het Rijk, maar het departement X, Y of Z, waar de ene hand niet weet wat de andere doet. Ze hebben daar geen enkel benul wat er in de regio gebeurt.

‘De ambtenaren op ministeries zijn intelligente mensen, maar negen van de tien keer komen ze zo uit de collegebanken. Ze hebben nog nooit voor hun eigen boterham gewerkt, weten niet wat het is om met je poten in de drek te staan. Je moet veel geluk hebben om daar iemand te vinden die de taal van het lokale bestuur spreekt. En dan word je geacht om aan de samenleving uit te leggen dat je bondgenoten bent? Dat gaat zich wreken.’

Wat is er in Eindhoven veranderd sinds u aantrad?

‘Het is nog te vroeg voor een terugblik, ik ben nog niet klaar. Maar toen ik kwam had de stad een begroting van 940 miljoen euro en een jaarlijks tekort van 50 miljoen. Met het college hebben we de stad weer in balans gebracht, we zijn lean and mean. Onze begroting komt dit jaar voor het eerst boven het miljard uit, we houden incidenteel 30 à 40 miljoen over. Daar ben ik trots op, want geld moet je verdienen door niet teveel uit te geven.

‘Bij Rutte III staan wij zes keer in het regeerakkoord. Daar heb ik voor gesjouwd, gesleurd en gelobbyd. Nu vecht ik ervoor dat in het regeerakkoord, al is het op hoofdlijnen, in één zin komt te staan: het kabinet onderschrijft de noodzaak van sleutelproject Eindhoven. Dan heb je het over de ontwikkeling van het stationsgebied. Eindhoven CS is straks een draaideur voor Nederland met 90 duizend transfers per dag. In het gebied worden straks 15 duizend mensen gehuisvest. Dat realiseer je niet uit de gemeentebelastingen.’

Op de as Eindhoven-Den Haag gaat het vooral over geld, veel geld. Voor de manager Jorritsma is het eenvoudig. ‘Put your money where your mouth is.’ Dat geldt evenzeer voor Brainport, dat structureel geld behoeft.

‘Het verdienmodel van de BV Nederland is eraan gekoppeld. Als we in dit land een verwachting hebben tot 3,8 procent groei, gaan wij daar als regio nog 2 procent overheen. High tech bepaalt de toekomst van de hele wereld. Dan gaat het niet over technische snufjes, hè. We komen mensen tekort in het onderwijs, bij de politie, in de zorg. Die trek je niet uit een la. We zullen op een technisch hoogwaardige manier met schaarste moeten omgaan. Er komt een moment dat u niet meer naar de huisarts hoeft, omdat die al op afstand heeft gezien dat uw bloeddruk verontrustend hoog is. Dan krijgt u een telefoontje dat u even langs moet komen. We gaan ons leven met artificial intelligence en het verzamelen van data nog veel efficiënter inrichten. Eindhoven Brainport is de kip met de gouden eieren. Die moet je als kabinet dus het beste voer geven.’

Meer over