op het tweede gezicht

‘Bullebak’ Priti Patel is de lieveling van Boris Johnson en past ervoor zich te profileren als strijder tegen racisme

Olaf Tempelman legt bekende buitenlanders op de sofa. Deze week: Priti Patel, Boris Johnsons minister van Binnenlandse Zaken, is van Oegandees-Indiase afkomst, houdt van Thatcher en doet er een schepje bovenop.

Olaf Tempelman
null Beeld Javier Muñoz
Beeld Javier Muñoz

Ze hekelt anti-racismeprotesten in minder subtiele taal dan trumpiaanse twitteraars, staat een harder anti-immigratiebeleid voor dan de rechtervleugel van de Conservatieve Partij en hecht meer aan standbeelden van koloniale helden dan van stokoude lords. Ze wilde de Britten al uit de ‘socialistische’ klauwen van Brussel bevrijden toen nog niemand Nigel Farage kende.

In Britse cartoons is Priti Patel, Boris Johnsons minister van Binnenlandse Zaken, een multifunctioneel wezen, maar of ze nu als heks, tank of buldog opdoemt, in elke gedaante haalt ze uit. Haar echtgenoot, effectenbeursconsultant, noemde haar liefkozend zijn ‘persoonlijke piranha’. Boris Johnson muntte de koosnaam ‘The Prittster’. Zo goed is de chemie tussen die twee dat hij weigerde Patel te ontslaan nadat ambtenaren zich hadden beklaagd over ‘bullebakgedrag’ en een rapport dat bevestigde. De Britse ambtenarenvakbond (FDA) sloeg de juridische weg in om ‘naleving van de ministeriële gedragscode’ af te dwingen. Woensdag begon de zaak voor het hooggerechtshof.

Gegoede kringen

Priti Patel werd in 1972 geboren in een Indiase familie uit Oeganda die Afrika ontvluchtte toen de veiligheidssituatie daar verslechterde. Als tiener in Londen zocht ze aansluiting bij gegoede conservatieve kringen waarin mensen met haar achtergrond een uitzondering waren. Haar neiging extra fervent ideeën te verkondigen die daar gangbaar zijn, wordt verklaard uit een behoefte aan acceptatie.

Patel is al een carrière lang ‘mans’ genoeg om de vloer aan te vegen met alle psychologie van de koude grond. Zij ziet zichzelf als navolger van de Britse premier die in haar tienerjaren haar idool was, Margaret Thatcher. Zoals de eerste Britse vrouwelijke premier niets had met feministisch beleid, zo past Patel ervoor zich te profileren als strijder tegen racisme of woordvoerder van migranten. Progressieve Britten gebruikten het adjectief ‘smakeloos’ toen ze midden in de coronacrisis met aangescherpte asielwetgeving kwam. Dat adjectief klonk ook toen ze het idee lanceerde asielzoekers op een eiland 4.000 mijl van de Britse kust onder te brengen. Net als Thatcher vindt ze Britse werknemers weinig productief, liever ziet ze een no work-no pay-systeem à la Singapore.

Thatcher hechtte wel aan regels. Critici van Patel vinden dat respect daarvoor bij haar te wensen overlaat. Voor ze omhoog schoot in de Conservatieve Partij, lobbyde ze voor de alcohol- en de tabaksindustrie, branches waarin je vaak de grenzen van het toelaatbare moet verkennen. Aan Patels eerste ministerschap, van Internationale Ontwikkeling onder premier Theresa May, kwam een eind toen ze zonder haar superieuren in te lichten met de Conservatieve Vrienden van Israël (CFI) gesprekken voerde in Tel Aviv en Jeruzalem.

Het einde van haar tweede ministerschap leek in zicht toen de hoogste ambtenaar op Binnenlandse Zaken in 2020 haar ‘bullebakgedrag’ wereldkundig maakte. In het rapport dat volgde bleek hij niet de enige die met haar ‘geschreeuw en gescheld’ te maken had gehad, zowel mannelijke als vrouwelijke ondergeschikten ‘herkenden’ het. Het feit dat Johnson het rapport naast zich neerlegde, noopte zijn ethisch adviseur zijn functie neer te leggen. Patel verklaarde dat, als ze al ‘bullebakachtig’ was uitgevaren, dat volstrekt onbedoeld was. De wereld dankt er een cartoon in The Independent aan, waarop een vrouwelijke beul in traditionele Indiase kledij per ongeluk een hoofd met een bolhoed van een mannenlichaam verwijdert. Binnenkort horen we de definitie van de rechters van ‘bullebakgedrag’.

Meer over