Reportageprotesten Bulgarije

Bulgaren pikken corruptie niet langer en gaan de straat op tegen ‘de pompoen’ en ‘de pet’

Betogers voor het Paleis van Justitie in de Bulgaarse hoofdstad Sofia.Beeld Waldthausen Marlena

De zon gaat onder in Sofia. Tientallen petjes vliegen door de lucht, begeleid door gejoel en applaus. ‘Ontslag!’, roepen de Bulgaren. De petjes belanden op de traptreden van het Paleis van Justitie, de vaste werkplek van de hoogste baas van het Openbaar Ministerie. Hij heet Ivan Gesjev, maar de meesten kennen hem als ‘de pet’ (Gesjev is een fervent drager van een platte pet in Franse stijl). Wie je het ook vraagt in Sofia, ze zeggen allemaal hetzelfde: de pet moet opstappen. De pet is corrupt.

Met een megafoon in de hand beklimt Hristo Ivanov (45) twee traptreden. Even lijkt het alsof al zijn werk slechts een prelude was op dit moment. Ivanov probeert al jaren de notoir corrupte rechterlijke macht in Bulgarije op de schop te nemen: eerst als activist, later (een jaar lang) als minister van Justitie, nu als oppositiepoliticus.

Door de megafoon somt hij de namen op van de mensen die in de herfst van 2019 voor de benoeming van Gesjev stemden. In de maanden daarna, zo gaat de verdenking, heeft de procureur-generaal een meedogenloos spel gespeeld. Gesjevs politieke vrienden kunnen op bescherming rekenen, zijn vijanden krijgen de recherche op hun dak.

Als het aan Ivanov ligt, vertrekt niet alleen Gesjev, maar ook de ‘pompoen’, die andere hoofdrolspeler in het Bulgaarse spiegelpaleis. Onder leiding van de pompoen, beter bekend als de 61-jarige premier Bojko Borissov, is het land de voorbije tien jaar alleen maar corrupter geworden, zegt Nadezjda Jordanova (47), een jurist die al dagen demonstreert tegen de regering. ‘Het ergste vind ik: hij misbruikt het parlement. Hij dirigeert de parlementsleden in z’n eentje naar een stem vóór of tegen.’ Waaraan Borissov de bijnaam ‘pompoen’ verdiend heeft, weet ze ook niet. ‘Misschien vanwege zijn grote hoofd.’

Politieke crises

Het Balkanland aan de Zwarte Zee beleeft een van de grootste politieke crises in dertig jaar. Al naar gelang je politieke oriëntatie is het een 1989-achtig moment (aldus de optimisten) of een ritueel dat om de zoveel jaar terugkeert (volgens de zwartkijkers). In 2013, tijdens de laatste protestgolf, staken meerdere mensen zichzelf uit wanhoop in brand. Een zinloze dood, snoeven de pessimisten nu. In Bulgarije verandert nooit iets. Te veel pompoenen, te veel petten. Een door de oppositie ingediende motie van wantrouwen overleefde Borissovs kabinet dinsdag vrij gemakkelijk.

De kiem voor de huidige crisis werd gelegd op 8 juli, toen Ivanov aan de kust een sloep huurde en voor het oog van de camera probeerde aan te leggen bij een klein strandje. Op papier mag dat: stranden zijn wettelijk openbaar (want in handen van de staat), en onder normale omstandigheden had zijn filmpje amper kijkers getrokken.

Bij het naderen van het bootje verschenen er stevige bewakers die hem de toegang verboden. Ze duwden Ivanov terug het water in. Dit bleek geen gewoon strand, dit was een gebiedje dat in stilte van de Bulgaarse staat was afgepakt door een van ’s lands beruchtste miljonairs. Ahmed Dogan, de erevoorzitter van de Turks-Bulgaarse Beweging voor Rechten en Vrijheden (DPS), had een hek om het strand gezet om zijn nabijgelegen paleis te beschermen. De potige bewakers – hoewel betaald met belastinggeld – bleken naar Dogans bevelen te luisteren.

En er kwam steun uit onverwachte hoek. Hans van Baalen, oud-Europarlementariër voor de VVD en tegenwoordig voorzitter van de liberale Europese partij ALDE, schaarde zich op Twitter achter (partijgenoot) Dogan. Ivanov noemde hij een ‘extremist’ die zich onuitgenodigd op privéterrein had begeven.

Voor veel mensen was het strandfilmpje (aantal clicks: 1,2 miljoen) de druppel. Het bleek – zoals vaker in Bulgarije – slechts het begin. Binnen een paar dagen waren de lijnen getekend voor een soort politieke loopgravenoorlog. ‘Het is aan ons om de maffia eruit te gooien bij de regering’, zei de Bulgaarse president Rumen Radev, waarmee hij de facto zijn premier de oorlog verklaarde. ‘Nee tegen angst! We zullen Bulgarije terugveroveren!’ Ook de Amerikaanse ambassade schaarde zich achter de protesten.

Hoewel de demonstraties officieel geen leider hebben, komt Ivanov in gesprekken steeds nadrukkelijker bovendrijven. Hoogopgeleiden kennen hem als het gezicht van ‘Ja, Bulgarije!’, een splinterpartij die bij de laatste verkiezingen bovenaan eindigde onder diaspora-Bulgaren, maar in eigen land – illustratief – niet eens de kiesdrempel (4 procent) haalde.

Op de ochtend na het zoveelste protest zit Ivanov in spijkerbroek op een terras in zuidelijk Sofia. Een voorbijganger die hem herkent, steekt aanmoedigend zijn vuist in de lucht. ‘Bravo!’ Anticorruptie-waakhond Transparency International beschouwt Bulgarije al jaren als de meest corrupte EU-lidstaat. Niemand kijkt op van steekpenningen in ziekenhuizen of bij justitie en politie. Met aanbestedingen wordt voortdurend gerommeld, ook als er EU-subsidies mee gemoeid zijn.

Op een schaal van 1 tot 10 geeft Ivanov de Bulgaarse rechtsstaat ‘ergens tussen de 3 en de 7.’ Lachend: ‘Afhankelijk van het weer die dag.’ Als telg uit een intelligentsia-familie wilde hij eigenlijk schrijver worden. Het werd een ministerspost onder premier Borissov. ‘Een geslepen man’, zegt Ivanov. ‘Als ik hem nu bel, maakt hij mij in een oogwenk ambassadeur in Den Haag.’

Hiërarchie

Ivanovs ministerschap werd een flop. Naar eigen zeggen kreeg hij te horen: doe wat je wil, maar laat de procureur-generaal met rust – een belofte waarvan hij meteen wist dat hij zich er niet aan zou houden (het kantoor van de premier reageerde niet op vragen van de Volkskrant). Insiders noemen het OM nog even hiërarchisch als in de Sovjettijd: ieder dossier moet langs de procureur-generaal. ‘Ik zag dat Tsatsarov (de voorganger van ‘de pet’, red.) cruciale zaken tegenhield. Na een jaar heb ik mijn ontslag ingediend. Borissov wist niet wat hij hoorde. Ze zijn hier niet gewend dat je uit eigen beweging vertrekt.’

Zijn stem klinkt bitter als hij over Europa begint. De hoopvolle toetreding (samen met buurland Roemenië) in 2007 ging gepaard met een Europese belofte: zodra de corruptie is opgeruimd, krijgen jullie toegang tot het Europese gebied voor vrij reizen (‘Schengen’). De voortgang werd in de jaren daarna vastgelegd in een ambtelijke procedure – afgekort CVM.

Echt tastbare vooruitgang kwam er niet, en dus was Ivanov verbaasd toen Brussel afgelopen herfst plots aankondigde dat het CVM voor Bulgarije opgeheven kon worden. Buurland Roemenië had nog een lange weg te gaan, voor Sofia stond het licht op groen. ‘Er is veel ‘Nederlands’ geld onderweg hiernaartoe’, zegt Ivanov met een verwijzing naar het recent beklonken EU-budget, ‘net nu het enige toezicht op ons land van tafel is geveegd.’

Maandagavond in Sofia. Er schallen leuzen over het plein.

‘Maf-ffi-a!’

‘Wij eisen het vertrek van de pompoen en de pet!’

‘Ont-slag!’

Met lichte gêne bekent een van de demonstranten dat hij ooit op Borissov gestemd heeft. ‘Omdat hij beloofde nieuwe gezichten in de politiek te brengen.’ Nu heeft Mladen Mladenov (38) spijt: de nieuwe gezichten vindt hij corrupter dan de oude. Hij geeft zichzelf twee opties: of de voltallige regering vertrekt, of hijzelf, ’80 procent zeker.’ In zijn hoofd heeft hij de koffers al gepakt.

Meer over