Bulbillen: als seks niet nodig is

Komt een plant altijd uit een zaadje?

GERDA BOSMAN

Vorige herfst plantte ik een paar sint-jansuien, een ouderwets uienras. Bij het oogsten ontdekte ik iets geks in de bloemen: er groeiden piepkleine uitjes tussen. Zouden het ontkiemde zaadjes zijn?

'Dat zijn bulbillen', vertelt Chris Kik, tegenwoordig hoofdcurator bij het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland, maar daarvoor zeventien jaar lang werkzaam in de knoflook- en uienveredeling. 'Bulbillen zijn kloontjes die in de bloem groeien'.

Kik vertelt dat er op een bloemhoofd honderden groeipunten zitten - zogenaamde meristemen. Daar groeit óf een kloontje óf een zaadje. Wat er zich vormt, hangt af van stress die de plant ervaart. Staat de plant in een omgeving die hem niet uitdaagt, dan zijn klonen perfecte erfopvolgers. Die bezitten tenslotte precies dezelfde eigenschappen als de moederplant. Maar is het milieu uitdagender, dan moet de plant aan seks doen, want dat levert zaad op. En zaadjes leveren nakomelingen met verschillende eigenschappen.

Knoflookveredelaar Kik ging in Zuid-Azië op zoek naar wilde knoflook. Want in een wilde plant komt de veredelaar eigenschappen tegen die hij graag in zijn gecultiveerde plant wil hebben, zoals smaak, groei-eigenschappen en ziekteresistentie.

Knoflook wordt door kwekers vermeerderd door de teentjes in de grond te stoppen, die weer uitgroeien tot een volwaardige plant. Uit elk teentje groeit dus een kloon, met dezelfde eigenschappen als de moederplant. Zaden maakt de geteelde knoflookplant amper meer aan. Maar in het wild vormt deze alliumsoort nog wel zaad. 'Daar ben je echt de sjaak als je je alleen maar vegetatief kunt vermeerderen.'

In de Oezbeekse bergen trof hij in de knoflookbloemen ook bulbillen aan. Daarin was hij niet geïnteresseerd. 'Die bolletjes drukken de andere bloemen stuk en die vormen daardoor geen zaden meer.' Hij drukte met een aardappelschilmesje de bulbillen eruit. 'Best makkelijk hoor, vóór de koffie heb je er al vijftig gedaan.' De planten vormden zo meer zaad, dat Kik oogstte. Met die buit ging de knoflookveredelaar in het lab verder aan de slag.

Het sint-jansuitje is het vermogen tot zaadvorming helemaal verloren. Dat is al eeuwen overgeleverd aan tuindershanden die de plant vegetatief vermeerderen uit de bolletjes. Seks, daar doet de plant niet aan. En waarom zou hij. Hij valt dood neer en daar waar het hoofd de grond raakt krijgt een handjevol klonen een plekje in de biotoop die perfect geschikt voor ze is. En anders helpen de kwekers een handje. Geen stress, geen libido. Fuck seks.

Op deze plek schrijven Gerda Bosman en Corlijn de Groot wekelijks over wetenschap en tuinieren. Heeft u een vraag? Vraag het De Groene Vinger. Wij weten het ook niet, maar zoeken het voor u uit. Reageren kan op degroenevinger.net

undefined

Meer over