Buitenwereld heeft Chirac onderschat

Van president Chirac wordt vaak beweerd dat hij verbleekt bij de herinnering aan François Mitterrand. Een vergissing, volgens Henny Helmich....

JACQUES CHIRAC is een jaar president van Frankrijk, en in die tijd zijn de contouren zichtbaar geworden van een samenhangend politiek 'project' dat zou kunnen leiden tot een structurele modernisering van de Franse samenleving en een versterking van de Franse positie in de wereld.

'Elysée-watchers' besteden doorgaans te veel aandacht aan Chiracs vage standpunten tijdens zijn verkiezingscampagne en aan zijn politieke averij ten gevolge van de stakingen van december '95. En daarmee wordt hem geen recht gedaan. Ofschoon zijn beleid op onderdelen de verkiezingsbeloften weerspreekt, heeft het beslist aan cohesie gewonnen.

Het opinieweekblad Evenement du Jeudi publiceerde vorige maand een omslagartikel met als titel 'Surprise! Chirac nous étonne' (Verrassing! Chirac doet ons verbaasd staan). Hierin werd de gedachte vertolkt dat Chirac nu pas was begonnen aan de wittebroodsweken die zijn presidentschap vorig jaar moest ontberen.

Buitenlandse waarnemers doen er goed aan zich bij het vellen van een oordeel, te richten op de actuele inhoud van het beleid. Chirac draagt, in zijn binnenlandse optreden, met verve het Gaullistische ideaal van een trots en onafhankelijk Frankrijk uit. Elders verbond men daaraan de gevolgtrekking dat Frankrijk op de solistische toer zou gaan, hetgeen leek te worden bevestigd door de - zeer omstreden - hervatting van de kernproeven in de Stille Zuidzee.

Op die zienswijze valt echter wel wat af te dingen. Chirac voert een actieve Europese politiek die - na de stille nadagen van Mitterrand - weldadig aandoet. Tegelijkertijd volgt Frankrijk Duitsland voor wat betreft de 'opening' naar Oost-Europa, maar bouwt het tevens vlijtig verder aan de 'brug naar de Middellandse Zee'. Verder koerst Chirac aan op tijdige aansluiting van Frankrijk bij de Europese Monetaire Unie (EMU). Daarbij nam hij de vrees binnen zijn partij - de RPR - voor de almacht van de Centrale Europese Bank op de koop toe.

Om Frankrijk te kwalificeren voor toetreding tot de EMU, is Chirac begonnen met het reduceren van het grote beslag van de publieke sector op het bruto nationaal produkt (thans 55 procent - een mondiale topscore). Het overheidstekort en de staatsschuld zullen, als Chirac slaagt, eveneens tot aanvaardbare proporties worden teruggebracht. De werkloosheidsbestrijding - zijn aanvankelijke beleidsprioriteit - is daarmee ondergeschikt gemaakt aan de financiële herstructurering.

Voor 1996 staan nog bezuinigingen ten bedrage van twintig miljard francs op het programma, in combinatie met een aanzienlijke lastenverzwaring: de belastinginkomsten zijn in minder dan een jaar al gestegen met honderd miljard, en beslaan nu 45,7 procent van het BNP tegen 44,2 vóór de maatregel. En op 2 mei werden 'draconische' bezuinigingen van nog eens zestig miljard voor 1997 aangekondigd.

Het Franse belang in de opbouw van een economisch en politiek geïntegreerd Europa is door Chirac volmondig erkend, en ook daarmee treedt hij in de voetsporen van De Gaulle die Europa 'onze enige hefboom naar politieke macht' noemde. In andere opzichten neemt Chirac echter afstand van de eerste president van de Vijfde Republiek. Diens op dienstplicht gebaseerde 'volksleger' wordt in rap tempo vervangen door een klein maar doelmatig beroepsleger.

Alain Minc, een vooraanstaande Franse essayist, verklaarde onlangs: 'Chirac is de liquidateur van het Gaullisme op het strategische plan, en heeft een einde gemaakt aan de Gaullistische positie van de Franse uitzondering op defensiegebied.' Volgens Minc was de hervatting van de kernproeven de laatste handeling in de oude traditie.

TEN SLOTTE heeft Chirac, naar goed Amerikaans voorbeeld, de handelsdiplomatie tot een voornaam element van zijn buitenlands beleid verheven. Dat succes leek even te worden beperkt door de dreigende boycot van Franse produkten tijdens de kernproeven. Het Franse handelsoverschot is echter in 1995 gestegen tot een historisch record van 104,5 miljard francs. Ook de export van Franse wijn steeg met één miljard francs.

Zelfs Japan en Australië importeerden in 1995 meer Franse wijn dan voorheen. En de - relatief - vriendelijke verstandhouding die Frankrijk er op nahoudt met landen die een geïsoleerde plaats in de internationale gemeenschap innemen (zoals China en enkele Arabische landen) heeft Frankrijk economisch geen windeieren gelegd.

Chiracs 'verjongde Gaullisme', zoals het hier in Parijs wordt genoemd, komt tegemoet aan een verlangen van de Fransen om weer mee te tellen in de wereld, en om nadrukkelijker het voortouw te nemen. Ook Chiracs critici, zoals onlangs werd opgemerkt in de 'Herald Tribune', spreken nu van een 'coherent buitenlands programma'.

De kansen voor Chiracs project kennen duidelijke grenzen, zoals ook bleek tijdens de solo-initiatieven om de vrede in Libanon snel te herstellen. Het kent ook grenzen omdat Frankrijk - nog altijd de vierde economische wereldmacht - de economische modernisering relatief laat inzet, en het nog maar de vraag is of de economische basis krachtig genoeg zal zijn voor de Franse ambities in de EMU en daarbuiten.

Het belang van Chiracs politieke project lijkt buiten Frankrijk schromelijk te worden onderschat. En daarmee deelt hij het lot van Thatcher en Kohl. Ook op hen werd, in het begin van hun regeerperiode, wat schamper gereageerd door een sceptische buitenwereld.

Onderschatting van Chirac is kostbaar, want hij zal tot zeker het jaar 2002 (en bij herverkiezing tot 2009) president blijven. En tegen die tijd zullen vermoedelijk alle andere politieke hoofdrolspelers in Europa en daarbuiten van het politieke toneel zijn verdwenen.

Henny Helmich is politicoloog. Hij werkt bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs.

Meer over