Buitenlandspecialist

Het was half drie, vrijdagmiddag. In de Runstraat, hartje Amsterdam, zag ik Bert Koenders lopen. Buitenlandspecialist van de PvdA...

Hij was aan het bellen.

Er zijn diverse manieren om al wandelend te telefoneren. Sommige mannen (over die categorie hebben we hier) doen het met geheven hoofd, zeg maar met de neus in de wind. Qua lopen hoort daar of de stevige tred bij, of een soort schrijden. Herman Heinsbroek doet het zo.

Het kan ook zo: ietwat gebogen, de telefoon besmuikt, nee, stiekem, aan het oor gedrukt. Vergeefs doet de beller alsof hij heel iets anders doet dan bellen. Maar wat? Knelt de boord van zijn overhemd en krabt hij even? Is er iets met zijn oor? Bij dit telefoneren hoort een haastige, slordige manier van lopen, dicht langs de gevels. Jaap de Hoop Scheffer is zo'n schichtige beller. Waar nog eens bijkomt dat er altijd een druppel aan Jaaps neus hangt, of zojuist heeft gehangen.

De derde manier is gebaseerd op de suggestie van vanzelfsprekend. Hierin is Bert Koenders een kei: hij wandelt en telefoneert alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat hij wandelt en telefoneert, sterker nog - zonder telefoneren wandelt hij niet en zonder wandelen telefoneert hij niet. Perfecte cadans van man en netwerk.

Bert Koenders is een lange man. Dat helpt. Zijn haar is ook lang, maar het ligt in een zwierige slag naar achteren op zijn hoofd. In zijn nek krult het prettig. Het is dat hij buitenlandspecialist van de PvdA is, anders zou hij een succesvolle vastgoedhandelaar kunnen zijn.

Een minzaam gezicht.

Ik was volkomen aan Bert Koenders voorbij gegaan daar in de Runstraat gistermiddag als het niet bijna vier uur was geweest, het uur van Blix. Met hem zou Bert beslist niet aan het bellen zijn, maar misschien toch wel met Wouter, Wouter Bos. Zoiets kan zomaar.

Niet zo lang geleden was Wouter in de Rode Hoed om aan zijn achterban uitleg te geven over de vorderingen in de formatie en het standpunt van de PvdA in zake Irak. Dat laatste akkefietje liet hij aan Bert Koenders over die niet zoals Wouter aan het beroemde witte tafeltje kwam staan, maar zittend vanaf de eerste rij een lange, lange stroom mitsen en maren, voorbehouden en ferme standpunten ten gehore bracht. Zijn lange benen hield hij al die tijd gekruist, wat er pijnlijk uitzag.

Nog lang geen Max van der Stoel.

Dat kon je toch wel concluderen.

Terwijl ik Bert Koenders dus daar zo zag lopen, via mobiele telefonie verbonden met wie weet wie, moest ik ook even denken aan Marga van Praag die donderdagavond in Het Journaal weer eens de stemming van het volk mocht peilen. Ditmaal ging het over Irak, een kwestie die in de wondere wereld van Marga niet bleek te leven, behalve bij Max van der Stoel met wie zij precies 1 minuut en 9 seconden sprak. Daarna sloot Marga haar repo af met de volgende, hopelijk onsterfelijk woorden: 'Vrijdagmiddag Hans Blix, zaterdagavond de finale van Idols en daarna kan het beginnen!'

Bert Koenders sloeg aan het einde van de Runstraat rechtsaf de Prinsengracht op. Hij telefoneerde nog steeds, of wisselde hij informatie of was hij aan het zwaluwstaarten? Moeilijk te zeggen van een buitenlandspecialist.

Meer over