nieuws

Buitenlandse Zaken nog nauwelijks begonnen met registratie te evacueren Afghaans personeel

Het ministerie van Buitenlandse Zaken is een week na beëindiging van de evacuatie uit Kabul nog niet begonnen met het maken van een lijst Afghanen die voor Nederland werkten en – conform de wens van de Kamer – naar ons land moeten worden geëvacueerd. Tot dusver heeft het ministerie hierover ongeveer 15 duizend e-mails ontvangen, maar staan er maar zestig personen uit deze categorie op de evacuatielijst.

Talibanstrijders op het vliegveld van Kabul na het vertrek van de Amerikanen. Beeld Getty
Talibanstrijders op het vliegveld van Kabul na het vertrek van de Amerikanen.Beeld Getty

Van al deze personen was al tijdens de evacuatie vastgesteld dat ze naar Nederland mochten komen. Het gaat om mensenrechtenactivisten, ontwikkelingswerkers en fixers van journalisten. Buitenlandse Zaken is bezig in kaart te brengen om welke personen het gaat bij de duizenden mails. Defensie houdt een eigen lijst bij met oud-medewerkers die volgens de Kamer naar Nederland moeten worden gebracht.

Bij Buitenlandse Zaken zijn nu circa 600 mensen ‘in beeld’ die nog geëvacueerd moeten worden. Verreweg de meesten daarvan zijn Nederlanders, ‘statushouders’ (mensen die asiel hebben gekregen maar eigenlijk nog niet naar hun land van oorsprong mogen reizen) en mensen die recht hebben op gezinshereniging. Een woordvoerder erkent dat het departement is verrast door de omvang van deze groep. Vlak na de val van Kabul werd hun aantal op 200 geschat, enkele dagen later op 700, nu blijkt het om minstens 1.200 mensen te gaan (waarvan er 700 naar Nederland zijn teruggebracht).

‘Zeer verbaasd’

Vluchtelingenwerk Nederland is ‘zeer verbaasd’ over het lage aantal Afghanen dat ‘een week na het einde van de evacuaties’ op de lijst staat, tegen de achtergrond van de ‘duizenden nog grotendeels ongelezen mails’ die zijn binnengekomen. ‘De berichtgeving veroorzaakt grote zorgen onder mensen met wie nog geen contact is opgenomen. Zij vrezen nu dat het kabinet hen in de steek dreigt te laten. Hun mails blijven nog steeds onbeantwoord en zij verkeren in doodsangst over de vraag of zij nog in aanmerking komen voor Nederlandse bescherming.’

Een van deze mensen is Niloufar Rahim, voorzitter van Keihan, een Nederlandse ngo die zich inzet voor de verbetering van het hoger onderwijs en de gezondheidszorg in Afghanistan. Twee bestuursleden en zes uitwisselingsstudenten (allen Afghaans en arts) zijn nog in Kabul en lopen gevaar omdat zij geassocieerd worden met het hervatten in Afghanistan van anatomielessen met echte lichamen (geen poppen) – een activiteit die door de Taliban verboden was.

Rahim heeft de afgelopen weken al tientallen bezorgde mails gestuurd, evenals de acht bewuste personen, en andere betrokkenen – zoals de afdeling anatomie en embryologie van het LUMC. ‘Het doet heel erg pijn dat we nog helemaal geen antwoord hebben gekregen. Het lijkt wel alsof we niet meetellen.’

‘Grote puinzooi’

‘Heel veel mensen hebben nog niets ontvangen of gehoord’, zegt Anne-Marie Snels, die zich als oud-militair vakbondsvoorzitter inspant voor Afghaans personeel dat volgens de Kamer naar Nederland mag komen. ‘Er dreigen veel dossiers tussen de wal en het schip te raken. Het is een grote puinzooi.’ Haar advies: ‘Zet er tweehonderd man op en schep orde in de chaos. Ik maak me er heel boos om want het gaat om mensenlevens.’

Aan de andere kant weerklinken er ook schampere geluiden over de grote groep Afghaanse Nederlanders die – tegen de uitdrukkelijke adviezen van Buitenlandse Zaken in – op familiebezoek was in Afghanistan. Een bericht hierover van De Telegraaf werd door Derk Jan Eppink (JA21) geretweet met het bijschrift: ‘Opmerkelijk: toerisme naar eigen land, tegen alle adviezen in.’ Schandalig, tweette Geert Wilders (PVV). ‘Zogenaamd gevlucht en toch naar Afghanistan. Ze hebben ons gewoon bedonderd.’

Meer over