BUITENLANDSE BLADEN

Begin jaren negentig werden ontwikkelingslanden de lievelingen van buitenlandse investeerders. In de emerging markets - zo heetten Mexico, Chili, Argentinië etc....

Foreign Affairs Het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs (juli/augustus) heeft hoogleraar economie Paul Krugman gevraagd de 'speculatieve luchtbel' van de emerging markets lek te schieten. Dat kost hem weinig moeite. De professor, die eerder het succes van de Aziatische Tijgers heeft gerelativeerd, hoeft slechts naar de Mexicaanse peso-crisis van december 1994 te wijzen om zijn gelijk te halen.

Krugman acht het optimisme waarmee de financiële goegemeente de vrije markthervormingen gekoppeld aan monetaire stabilisering in Derde Wereldlanden tegemoet treedt, niet theoretisch onderbouwd. Zie Mexico. Uit statistische gegevens blijkt dat liberalisering, hoe aanbevelenswaardig ook, niet per se tot een versnelde economische groei leidt. Evenmin is protectionisme zo schadelijk als tegenwoordig wel wordt beweerd, aldus de Amerikaanse hoogleraar.

De vraag is waar het optimisme ten aanzien van opkomende markteconomieën vandaan komt. Krugman kan daarover kort zijn: het

was/is de conventional wisdom onder het economenvolkje. Je maakte je belachelijk als je je scepsis bewaarde. Het kapitaal stroomde Mexico immers met miljarden binnen (30 miljard dollar in 1993), stelden de vrije-marktgoeroes.

De hoogleraar zelf ziet de buitenlandse beleggingen in Mexico etc. als een voorschot op vermeend economisch succes, ja, als makkelijke manier om geld te verdienen. De investeerders waren het zicht op de lange termijn kwijtgeraakt, en kregen te laat in de gaten dat de peso werd overgewaardeerd en dat de reële economische groei miniem was. Conclusie: de veronderstelling dat vrijhandel en vrije markt-politiek zich snel over de wereld zullen verspreiden, is goed fout.

Hoe nu verder met 'Latin America The Morning After'? In hetzelfde Foreign Affairs-nummer raadt de Venezolaanse oud-minister en onderzoeker Moisés Naím de Latijnsamerikaanse regeringen aan allereerst hun structurele problemen het hoofd te bieden. Besparingen en investeringen zijn er uitermate laag, de inkomensverdeling is er uiterst onevenwichtig en de werkloosheid hardnekkig.

Volgens Naím, die allesbehalve afbreuk wil doen aan de macro-economische veranderingen van de afgelopen jaren, heeft de toestroom van buitenlands kapitaal deze diepere oorzaken van de magere prestaties van Latijns-Amerika gemaskeerd.

Naím vult Krugman aan als hij signaleert dat de meeste buitenlandse kapitaalverschaffers slechts belangstelling hebben voor vluchtige aandelenportefeuilles, en liever geen directe investeringen doen in Latijns-Amerika. Uiteindelijk helpen zij daardoor de groei van de consumptie financieren, en niet de produktiecapaciteit, zoals zij eerder wel in de Tijgers hebben gedaan.

De meeste fondsmanagers kan bovenstaande weinig schelen, denkt Naím. Zij doen mee aan een hype. Zoals een van hen na de peso-crisis zei: 'We gingen naar Latijns Amerika zonder er iets van te weten. Nu vertrekken we zonder er iets van te weten.'

The Middle East Houdt naast Oost-Azië en Latijns-Amerika ook het Midden-Oosten een mooie kapitalistische belofte in, in weerwil van de waarschuwingen van Paul Krugman? Het Britse maandblad The Middle East, dat een kijkje nam op de opkomende beurzen van Tunis, Caïro en Amman, weet het nog zo net niet.

De weg zal in elk geval lang zijn. Traditioneel beheerst de staat het economische leven in de Arabische wereld, waardoor voor de particuliere sector slechts een beperkte rol is weggelegd. Particuliere Arabische bedrijven zijn gewend, als zij kapitaal willen aantrekken, zich tot banken te wenden en geld te lenen. De internationale succes-story van de aandelenbeurs is echter ook tot de Arabieren doorgedrongen.

Buitenlands effectenmakelaars bestuderen hun - mogelijk - nieuwe wingewest. Zo schreef de zakenbank Barings enthousiast over de vooruitzichten van de Jordaanse beurs, waar honderd bedrijven staan genoteerd met een totale marktkapitalisatie van 5 miljard dollar.

De beurs van Amman zal echter pas interessant worden als de Jordaanse regering met een privatiseringsprogramma begint, en staatsbedrijven naar de beurs brengt. Voorlopig is het wachten op politieke stabiliteit.

Het Tunesische beursje heeft geleerd van de Mexicaanse peso-crisis, en houdt buitenlandse speculanten buiten. De regering geeft de voorkeur aan directe investeringen. De Tunesiërs staan voor een ander huizenhoog risico: er zijn te weinig aandelen op de beurs en te veel investeerders.

Guido Goudsmit

Meer over