Buitenlands beleid moet op de schop

Nederland moet zich bij een almaar onbeduidender NAVO en een verdeelde EU diepgaand beraden op zijn internationale positie, meent Bart Tromp, in plaats van de kronkelwegen van Washington te volgen....

Met het Verdrag van Brussel (1948) en de oprichting van Europese Kolen en Staal Gemeenschap (1950) legde ons land zich na de Tweede Wereldoorlog voor het eerst in verplichtende bondgenootschappen vast. Op het Verdrag van Brussel volgde een jaar later de NAVO en met de EGKS startte het proces van Europese integratie, dat leidde tot de Europese Unie.

Voortaan waren NAVO en EU de twee centrale parameters van de Nederlandse buitenlandse politiek, met als uitgangspunt dat de handelingsvrijheid van ons land het meest gebaat was bij deze twee samenwerkingsverbanden. In de NAVO was Nederland dan 'een trouwe bondgenoot', het feit dat het tegelijkertijd deel uitmaakte van een Europees samenwerkingsverband verkleinde zijn afhankelijkheid van de VS, zoals omgekeerd het lidmaatschap van de NAVO die ten opzichte van Frankrijk en Duitsland verzwakte.

Honderd jaar neutraliteitspolitiek, gevolgd door vijftig jaar buitenlands beleid gebaseerd op de peilers van NAVO en Europese Unie. Maar NAVO en Europa zijn al ruimtien jaar geen stabiele parameters meer. Het einde van de Koude Oorlog maakte ook een eind aan het primaire bestaanrecht van de NAVO. Sindsdien is het bondgenootschap op zoek naar een nieuwe raison dêtre.

De zoektocht ging in de richting van een regionale organisatie voor vredeshandhaving, zoals voorzien in het Handvest van de Verenigde Naties. Als zodanig treedt de NAVO sinds 1995 op in Bosnië en later ook Kosovo. Maar daarmee is het verlies aan oorspronkelijke betekenis niet weggenomen. Integendeel, bleek na de aanslagen van 11 september in de VS. Als reactie proclameerde de Noord-Atlantische Raad dat artikel 5 van het NAVO-verdrag nu van kracht was, het artikel dat verklaart dat een aanval op één lidstaat door de andere lidstaten als een aanval op alle wordt beschouwd. Deze beslissing markeert achteraf de NAVO-neergang.

De VS lieten zich politiek, noch militair iets gelegen liggen aan het bondgenootschap in hun 'oorlog tegen het terrorisme'. Sindsdien is de NAVO op weg naar politieke onbeduidendheid.

De ontbinding van het Sovjet-rijk viel nagenoeg samen met de voltooiing van de economische integratie van Europa. Zowel voor degenen die een vorm van supranationale Europese integratie bepleitten, als voor hen, die 'Europa' opvatten als instrument om de nationale staat te versterken, was de gemeenschappelijke markt een uitstekend instrument in dienst van hun verdere doel. Daarna konden de fundamentele verschillen in marsrichting steeds minder worden toegedicht. De voorgenomen uitbreiding van de EU maakt een gemeenschappelijke politiek naar buiten welhaast illusoir.

Kortom: de twee peilers waarop Nederland een halve eeuw zijn positie in Europa en de wereld fundeerde, zijn aangetast. Te verwachten was dat dit leidde tot een scherper bewustzijn van de eigen internationale positieen tot pogingen deze bedreiging van de Nederlandse politieke autonomie het hoofd te bieden. Maar onze internationale positie speelt in de politiek nauwelijks een rol. In het regeerakkoord waren nog geen twee, vrij nietszeggende bladzijden (van de 47) aan buitenlandse politiek en defensie gewijd. Concreet waren alleen ongekende bezuinigingen op Defensie en het neerwaarts bijstellen van de Nederlandse ambities op dit terrein. Enig besef ontbrak dat juist na de Koude Oorlog de krijgsmacht, of het nu om vredeshandhaving en -afdwinging danwel bescherming tegen terrorisme gaat, een instrument van buitenlandse politiek is geworden.

Dit 'Strategisch Akkoord' is symptomatisch voor het politieke klimaat. In plaats zich te beraden op de nieuwe positie van Nederland in Europa en de wereld, schaarde deze regering zich al september vorig jaar bij voorbaat achter een Amerikaans militair optreden tegen Irak, zonder dat daar enige politieke noodzaak voor bestond en zonder dat zij zich uitsprak over de noodzakelijke voorwaarden.

Het falen van de diplomatie, eerst tussen de VS en Europa, vervolgens in Europa zelf, is niet voor rekening van Den Haag. Maar wel het kritiekloos instemmen met de kronkelwegen van Washington - eerst ging het om de masavernietigingswapens van Saddam Hoessein; toen die niet aanwijsbaar bleken, om het niet nakomen van Resolutie 1441 door Bagdad, een schending van VN-regels die Washington zo hoog opneemt dat het het hele VN-stelsel opzij wil schuiven om ertegen op te treden.

Demissionair ging het kabinet zo door en nam het standpunt in dat zo'n gewapend optreden geoorloofd is ook buiten een mandaat van V-raad om: in strijd met het VN-Handvest, in strijd dus met de internationale rechtsorde waarvan de bevordering volgens artikel 90 van de Grondwet haar staatkundige plicht is.

Dit alles getuigt, behalve van een schrikbarend gebrek aan respect voor de waarden en normen van het interstatelijk verkeer, van een grote onberadenheid bij de handhaving van de Nederlandse autonomie in een context die grondig gaat verschillen van die van de afgelopen vijftig jaar.

Meer over