Buitenissig en onpraktisch

Een spannend avondschoentje uit 1930 staat te schitteren in een vitrine. Het schoeisel is helemaal, inclusief de hak en het bandje over de wreef, bezet met kleine steentjes van geslepen wit glas....

Op de tentoonstelling 'Wie de schoen past trekt hem aan!' staan veel schoenen die beelden oproepen van de dragers en hun tijdperken. In een ruimte waarin het licht is gedempt om eeuwenoud leer, kwetsbaar textiel en fragiel borduurwerk te ontzien, staan ruim honderdvijftig schoenen, teruggaand tot ongeveer 1360.

Wat er staat rechtvaardigt voor liefhebbers van archeologie, geschiedenis èn voor schoenenaanbidders een bezoekje aan het Historisch Museum van Ede. De Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek in Amersfoort leverde historisch lederen schoeisel. Diverse musea die schoenen verzamelen, leenden paren aan Ede uit. Daarnaast staan er kunstzinnige, buitenissige en couture-schoenen van particuliere verzamelaars.

In de klassieke tijd en de middeleeuwen is de schoen louter een hulpmiddel, vervolgens begint hij al vroeg deel uit te maken van de kledingmode. Vooral voor mannen. In de veertiende eeuw krijgen mannenschoenen lange punten, uitgroeiend tot zogeheten 'poulaines', voorzien van een zeer smalle zool en onzinnig lange, verstevigde punten.

Pas na 1500, in de loop van de Renaissance, wordt de modieuze schoen weer wat draagbaarder. Dan doet de 'koemuil' zijn intrede, een plompe leren schoen met een brede voorkant, die doet denken aan de muil van een koe.

Dat schoenen slecht zitten en pijn doen wordt eeuwenlang helemaal niet verwerpelijk gevonden. Eind achttiende eeuw is er geen verschil tussen de linker- en de rechterschoen, met vervormingen van de voeten tot gevolg. Tot het begin van de twintigste eeuw worden schoenen bijna altijd een maat te klein gedragen omdat men kleine voeten mooi vindt. Pas tegen 1900 begon de Britse schoenenfabriek Clark met het promoten van anatomisch correcte linker- en rechterschoenen.

Echt totaal onpraktische schoenen zijn door de eeuwen heen altijd voorbehouden geweest aan gefortuneerde mensen. Een onbruikbaar hoge plateauschoen, alleen te dragen wanneer er een dienstmeid bij de hand is om de wankelende draagster op de been te houden. Doel: het droog houden van de voeten. Plateauzolen van later datum staan er ook, aangezien ze in de twintigste eeuw opnieuw in de mode kwamen.

De ontwikkeling van de schoen is te volgen tot rond 2000, inclusief stilettohakken, Flower Power-schoenen en futuristische zweefhakken. De expositie toont vrijwel alleen ambachtelijk gemaakte schoenen die buiten het alledaagse confectiewerk vallen. Het zijn meesterwerkjes van leerbewerking, of gemaakt van fraai geborduurd of beschilderd textiel.

Meer over