Buiten alles om

De drummer heeft net een nieuw rondje gehaald - 'ik moet in beweging blijven van de dokter.' Joop Korzelius was een van de beste allround slagwerkers in Europa....

Door Erik van den Berg

Het is nog stil in café Schumich als Joop Korzelius zijn eerste biertje van de dag bestelt. 'Goeiemorgen Joop', zegt de barman, 'je ziet eruit alsof je al een paar dagen onderweg bent.' Klopt als een bus, knikt de stamgast, terwijl hij zich in zijn favoriete hoek naast de kachel installeert. 'Mon Dieu et mon droit. Ik ben goed door het lint gegaan.'

Korzelius heeft er weer zin in. In het Amsterdamse daklozenpension beschikt hij over een eigen kamer, maar zijn 'lulverhalen' steekt hij nu eenmaal liever buitenshuis af. Aanspraak genoeg. Van de sigarenboer bijvoorbeeld, bij wie hij onderweg 'een donkerblauw pakkie' koopt en die probleemloos meemoduleert als Korzelius het gesprek van de bevoegdheden van de FBI op de zegeningen van het boeddhisme brengt. Of de verbouwereerde passante die hij ongevraagd op de wangen zoent en tot Korzelius' vreugde een Amerikaanse toeriste blijkt: 'Moooie vrouw, zag je dat?'

Van recente wederwaardigheden is de 77-jarige Amsterdammer weinig bijgebleven. Hij herinnert zich de Jellinek-kliniek, weet nog vaag dat hij zijn huis en zijn spullen verloor en vond de laatste vier jaar onderdak in het Leger des Heils-pension op het Hekelveld, een instelling die hij langs zijn neus weg 'een sekte' noemt. 'Maar ja, in het bejaardentehuis pas ik ook niet, haha.'

Over zijn jonge jaren heeft Korzelius genoeg verhalen paraat. Zijn pensiongenoten geloven hem maar half als hij opschept over zijn glorieuze muziekleven - en toch is er geen woord van gelogen. Een halve eeuw geleden was Korzelius een van de grootste allround slagwerkers in de Europese jazz. 'Een criminele drummer', zegt zijn tien jaar jongere collega John Engels, 'groovy, Amerikaans en met een enorme personality.'

'Negen van de tien zitten te rammen', zegt de 80-jarige vibrafonist Eddie Sanchez, die jaren met hem werkte. 'Maar Joop speelde vreselijk muzikaal en kon goochelen met z'n sticks.' Drummer Martin van Duynhoven (60): 'Als Joop optrad, zag je meteen: daar zit de slimste van de band.' Voor slagwerker Han Bennink (60) was hij een jeugdidool: 'Joop was de grootste. Ik was apetrots op zijn foto in mijn plakboek.'

Zelf heeft de 'paukenist in ruste' weinig tastbaars aan zijn carrière overgehouden. Er is een handvol heruitgaven op cd, waaronder opnamen van de Rhythme All Stars uit 1959, waarin presentator Pete Felleman de slagwerker complimenteert vanwege zijn 'beat die inspireert, stimuleert en. . . ontspant!' Zijn trommels en stokken is hij sinds lang kwijt ('ik heb alleen chopsticks, van de Chinees'), net als zijn platen en andere memorabilia.

De laatste souvenirs koestert hij in de binnenzak van zijn Boss-colbertje: een promotiefoto uit zijn gloriejaren, jeugdfoto's van zijn zoons Gerben en Jonker ('schermkampioen op de floret, allebei') en een vergeelde krantenfoto van prins Claus die ietwat ongemakkelijk achter een drumstel zit: 'Kijk, mijn broertje. Een veel betere drummer dan ik.'

Korzelius werd geboren in de Rustenburgerstraat ('komen heel veel miljonairs vandaan, wist je dat?). Zijn vader werkte bij de NS en werd na de oorlog geridderd voor zijn rol in de Februaristaking. Joop wilde de muziek in. Van 1940 tot 1945 kreeg hij trommelles van een ondergedoken Duitse jood. 'Georg Scheidel heette hij. Zijn adres mag ik nu wel zeggen: Maarten Janszoon Kosterstraat 22. Hij kon natuurlijk geen herrie maken, dus ik moest op een tafeltje trommelen. Trommelschule, Paukenschule, de complete klassieke techniek. Toen de oorlog voorbij was, wist ik waar het over ging.'

Met zijn eigen kwintet trok hij eind 1945 naar Duitsland, waar de Amerikaanse legerbases in die jaren veel werkgelegenheid boden. 'Een gekke wereld. Ik kwam in Amerikaanse dienst, Headquarters Entertainment Sector Show Troops US-Netherlands. Speelde ik met zo'n streepie op mijn mouw.' Voor het eerst zag hij Amerikaanse jazzmuzikanten in levenden lijve. 'Drummer Gene Krupa was de allergrootste. Financieel dan hè? Hij was binnen en dat telt toch ook. We zijn gezellig op stap geweest.'

In het Alpsee Hotel in Garmisch-Partenkirchen leerde Korzelius het Amerikaanse jargon dat nog steeds zijn zinnen kruidt (Han Bennink: 'Joop was de eerste die ik bullshit hoorde zeggen'). Minder hoefde hij zich sowieso niet te voelen. John Engels weet nog dat leden van de Count Basie band hem in Duitsland aan het werk zagen: 'Helemaal ziek van die ritmesectie waren ze.'

Eddie Sanchez speelde met Korzelius in Garmisch-Partenkirchen: 'Een Amerikaanse big band vroeg of hij kon invallen. Hun drummer lag uitgeteld van de drugs op z'n hotelkamer. Joop zegt tegen mij: jij gaat met me mee en verzorgt de partijen. Ik zat het hele concert naast hem om de blaadjes om te slaan en hij speelde het moeiteloos weg. '

'Ach', relativeert Korzelius achter zijn tweede bier, 'dat hing er maar vanaf hoor. Ik had zelf ook mijn favorieten. Kenny Clarke en in Nederland Cees See en Wessel Ilcken; goeie gabbers die prachtig konden spelen. En in Den Haag had je Tonny Nüsser, die was technisch enorm ontwikkeld. We hebben allebei in The Millers gespeeld. Hoor ik een keer op de radio: en nu volgt het Miller Sextet met Joop Korzelius. Ik dacht nog: jezus, wat speel ik goed, maar dat was ik niet, dat was Tonny! Haha, hadden ze onze namen verwisseld!'

Zijn stijl omschrijft hij als 'buiten alles om'. 'Ik ken alle paradiddles en technische dingen, maar ik gebruikte ze steeds minder. Ik ben meer een guy van (roffelt op de tafel) ba Die dam da Die da die Die Dom, weet je wel. Dus nee, ik gebruik eigenlijk helemaal geen techniek. Die opnamen met de Rhythme All Stars, dat was god zegen de greep. Het is zo onvoorstelbaar gek wat ik daar speel, dat kun je nooit herhalen. Drummers hebben vaak tegen me gezegd: Joop, dat kán niet wat je daar doet, je kunt onmogelijk zo spelen. Ik weet nu nog niet wat ik precies deed. Ik had een beetje gedronken en gerookt, ik loop de studio in en hop - het was gebeurd.'

Zijn populairste combo begon in 1950: het Flamingo-kwintet, dat optrad bij de opening van vogelpark Avifauna in Alphen aan den Rijn. 'We speelden op een bühnetje in het water en er wandelden allemaal flamingo's langs. Zo kwamen we aan die naam.' Het kwintet maakte platen, toerde door Europa en had in 1953 succes in de Londense Royal Festival Hall. 'Er stond een mooi Premier-drumstel voor me klaar, maar onder het spelen bleek dat het totaal ontstemd was. Verschrikkelijk zeg. Kregen we tóch een big hand. Een mooi bandje was het. Cees Smal, Dub Dubois, Eddie Sanchez en Harry Verbeke. Alleen Cees leeft niet meer. Ik droom weleens van een reünie, met een beetje muziek erbij.'

Eddie Sanchez herinnert zich engagementen in Hollywood, een dansgelegenheid in de Leidsestraat. 'Elk weekend stonden er zulke rijen voor de deur. En nooit rottigheid of ruzie. Als muzikanten een vrije avond hadden, kwamen ze naar ons luisteren. Dus dan weet je het wel.'

In 1956 werd Korzelius vaste drummer van de AVRO-big band The Skymasters. Een rommelige periode brak aan. 'Ik ging weleens dronken uit beeld, weet je wel. Bep Rowold, de leider, protegeerde mij. Morgenochtend is ie weer aan boord, zei hij dan. Ik ben wel een keer of zes ontslagen.' Nadat hij weer eens niet was komen opdagen voor een concert, kreeg hij definitief zijn congé. Eddie Sanchez: 'Iedereen hield van Joop. Maar hij kon vreselijk recalcitrant zijn, en moeilijk voor zichzelf. Zit hij nu in het Leger des Heils? Wat erg. Die man had miljonair kunnen wezen.'

Aan verhalen over Korzelius is geen gebrek, zegt ook John Engels. 'Mijn vader speelde als pauzenummer in de Etoile, een Haagse club waar Joop optrad met het sextet van Jerry van Rooyen. Ik was nog piepjong, maar op een keer zei Joop tegen me: joh, wil je me morgen vervangen, dan krijg je een mooie cymbal van me. De volgende avond paniek: wie heeft Joop gezien? Stomme verbazing natuurlijk toen ik zei dat ík zou drummen. Van die dingen hè.'

Begin jaren zestig vroeg de Amerikaanse saxofonist Don Byas hem mee naar Monaco, waar ze een jaar lang zouden optreden in een dure club. 'Op de openingsavond kwamen de meisjes kijken. Hoe heet ze ook weer, prinses Gracia, was er ook. Nou, goedenavond en hoe is het met u? Prachtig allemaal, maar we hebben dat hele jaar welgeteld één keer opgetreden. We zaten in een mooi huis in Monte Carlo, maar ik kreeg Don niet te zien. Hij ging liever vissen. Reed ie op de brommer met zijn hengel naar Saint-Tropez. Onvoorstelbare vogel.'

In 1963 ging Korzelius in zee met Wim Sonneveld. Samen met pianist Harry Bannink en gitarist Jan Blok zou hij honderden keren op de planken staan in Sonnevelds succesvolste theatershow, die evergreens opleverde als Nikkelen Nelis, de Tearoom Tango en Frater Venantius. Maar weer vloog Korzelius er voortijdig uit. Uit de Haagse Post van 5 september 1964 valt de toedracht te reconstrueren. Onder het kopje 'De ontslagen drummer' somt het blad een reeks vergrijpen op die hem zijn baan kostten: 'Het musiceren met losse boord, onder de maat gebleven muzikale prestaties en, als klap op de vuurpijl, een duidelijk verveelde houding tijdens de iedere avond opnieuw herhaalde Sonneveldgillers.' Jan Blok bevestigde dat zijn collega 'met een ontevreden gezicht' op het toneel zat en dat het publiek klaagde over zijn grimassen.

De drummer heeft net een nieuw rondje gehaald - 'ik moet in beweging blijven van de dokter.' Kan hij zich de affaire herinneren? 'Meneer Sonneberreg! Wim was een gabber van me. Al jaren daarvoor, ik heb veel platen met hem gemaakt. Tuurlijk. Er gebeurde weleens wat. Ik zei weleens: Wim, waar gáát dit over, you know? Maar een schat hoor. Ik ben nooit ontslagen. Natuurlijk niet.

'In 1964 werd mijn jongste zoon geboren. Ik kom te laat het Nieuwe de la Mar-theater binnen, de voorstelling is begonnen en ik loop zo de bühne op. Midden in de show draait Wim zich om en zegt: en wat is het geworden? Een jongen, Gerben Jeroen. Na afloop pakt hij zijn chequeboek en schrijft hij een mooi bedrag uit. Zo was Wim. Later zei ik tegen Jeroen: weet je wel van wie je dat geld heb gekregen? Ja zegt ie, en dat heb jij opgezopen. Nou, dat kon helemaal niet want het was me nogal een bedrag.'

Zijn laatste professionele engagement had Korzelius met het Nederlands Promenadeorkest, waarin hij pauken en percussie speelde in klassiek repertoire van Gershwin en Ravel. Trommelt hij nog weleens? 'Nee, maar je verleert het niet. Weet je wat, ik ben nooit in de Verenigde Staten geweest, maar ik had wél een contract getekend met de Holland-Amerika Lijn. Dat contract is nooit geannuleerd dus ik kan er zo heen. Jij nog een slok?'

Meer over