Reportage

Budel schrikt niet van asielzoekers

Budel krijgt een tweede aanmeldcentrum voor asielzoekers. In Brabant halen ze daar de schouders over op: geen dorp in Nederland dat zo vergroeid is met vreemdelingen.

Twee Syrische asielzoekers lopen door het centrum van Budel. `We hebben geen last van die mensen.' Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Twee Syrische asielzoekers lopen door het centrum van Budel. `We hebben geen last van die mensen.'Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

'Buul is altijd gastvrij geweest voor buitenlanders', zegt Harrie Reemers. De gepensioneerd maatschappelijk werker nipt op het terras van café De Bonte Os voorzichtig van een kelkje jenever - ernaast staat een glas bier. Drie Syrische mannen fietsen langs. Eentje heeft een doos met boodschappen van de Jumbo onder de snelbinder. De asielzoekers parkeren hun rijwiel net om de hoek bij cafetaria 't Buulke, waar ze even later een bakje friet bestellen.

De inwoners van Budel, een Brabants dorp op de grens met België, worden Buullanders genoemd. Zelf noemen ze hun dorp (negenduizend inwoners) kortweg Buul. 'De bevolking is pragmatisch en nuchter', had gemeenteraadslid Ton Dijkmans van tevoren door de telefoon gezegd. 'We zijn wel gewend aan vreemdelingen die door de straten lopen.'

Klopt als een bus, beaamt Reemers. Het is sinds de oorlog een komen en gaan geweest van groepen buitenlanders. Eerst waren dat de Ambonezen, afkomstig uit voormalig Nederlands Indië. In 1956 kwamen de Hongaarse vluchtelingen. Dan had je ook nog de gastarbeiders uit Spanje en Portugal die in de zinkfabriek in Budel-Dorplein of bij Philips in Maarheeze werkten.

In 1963 namen Duitse militairen hun intrek in de Nassau-Dietzkazerne, in het kader van het uitwisselingsverdrag Budel-Seedorf. Ze bleven tot eind 2005. Veel Budelnaren denken nog met weemoed terug aan die 'gouden jaren'. Want de Duitsers - op het hoogtepunt zaten er een paar duizend - hadden geld en zetten de bloemetjes regelmatig buiten in het Brabantse dorp. Een restaurant had zelfs een privébus rijden om klanten in de kazerne op te halen en af te zetten.

Geen last van criminaliteit

Peto de Jong, oud-ondernemer en aan de cola op het terras: 'De Duitsers kwamen alleen maar om te zuipen. Het was een goudmijn voor de horeca. Eind jaren zeventig kwam hier zelfs een HEMA - die had je toen alleen nog in de grote steden.'

Sinds een jaar wordt de kazerne, die ligt tussen de dorpskernen van Budel en Maarheerze, bevolkt door 1.500 asielzoekers. In het naburige Budel-Dorplein is ook nog een klein azc met 240 mensen. Vorige week werd bekend dat er ook een tijdelijk aanmeldcentrum wordt gevestigd in de kazerne, als Ter Apel de toestroom niet meer aankan. De gemeente Cranendonck, waaronder Budel valt, benadrukt dat dit niet zal leiden tot extra opvang: 400 van de 1.500 plaatsen worden tijdelijk ingeruimd als 'centrale ontvangstlocatie'.

Budelnaar Reemers haalt zijn schouders erover op: 'We hebben geaccepteerd dat de Duitsers kwamen. Zo accepteren we ook de asielzoekers. Ze zijn welkom, we hebben geen last of criminaliteit van die mensen. Maar we prijzen ons wel gelukkig dat er 3 kilometer tussen de kazerne en het dorp zit. In Weert is er veel meer verzet, maar daar staat de kazerne ook midden in een woonwijk.'

Aanvankelijk waren er wel protesten tegen het azc. De Jong: 'Dat ging vooral over de manier waarop de gemeente het bracht. Vrijdagmiddag werd het bekend, maandagmorgen stonden de eerste bussen al voor. De mensen voelden zich overvallen.'

Avontuur

Er werd geklaagd over overlast. Reemers: 'Ze kwamen te voet naar het dorp. Ze poepten soms in de sloot, floten de vrouwen na en stonden zomaar bij mensen in de tuin om bijzondere planten te fotograferen. Maar dat was vooral een kwestie van voorlichting.'

De protesten zijn grotendeels verstomd. Na de alleenstaande mannen zijn er ook gezinnen met kinderen gekomen. Op het azc is een school gevestigd. 'Die moederkes met kinderen, daar heb ik echt medelijden mee. Wat een avontuur hebben die gehad om ergens onderdak te vinden', aldus Reemers.

'Mensen die eigen volk eerst willen, zijn er natuurlijk overal', zegt gemeenteraadslid Dijkmans, lid van de grootste partij Cranendonck Actief. Maar de Budelnaren zien inmiddels ook wel profijt van de komst van Syriërs en Eritreeërs. Bij het azc is een extra bushalte en verlichting gekomen, betaald door opvangorganisatie COA. En de asielzoekers doen boodschappen in het dorp; bij de Jumbo, AH, Action of Scapino, al gaan ze ook wel vaak naar de Lidl in Maarheeze.

Reemers heeft al lang gezien dat het 'niet de armsten zijn': ze hebben nette kleren en dure smartphones. De lokale fietsenmaker heeft al diverse tweedehandsfietsen verkocht aan de vluchtelingen. Reemers, die zelf een oude fiets heeft weggegeven aan het azc, verhaalt lachend over een Eritreeër: 'Die had nog nooit een fiets gezien, hij viel er gewoon vanaf.'

Het asielzoekerscentrum in Budel, gemeente Cranendonck. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Het asielzoekerscentrum in Budel, gemeente Cranendonck.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Beter dan niets

Bij de warme bakker vlak bij de AH komen de asielzoekers ook weleens binnen, vertelt de verkoopster. In het begin was dat best wennen, want 'ze kijken rond, pakken iets vast, zoals een zakje krentenbollen, drukken erin en leggen het dan weer terug'. Brood kopen ze nauwelijks: 'Ik denk dat ze ons brood niet kennen. Maar ze kopen wel eens een koek of appelflap.'

'Het is een ander type vreemdeling', zegt raadslid Dijkmans. De Duitse militairen werden destijds ook niet met veel enthousiasme begroet, memoreert hij. 'Rot op, jullie hebben de oorlog verloren', was de eerste reactie van veel dorpelingen begin jaren zestig. Maar dankzij de Duitsers heeft Budel wel 'winkelvoorzieningen die uitstijgen boven het dorp'.

Volgens collega-raadslid Koen van Laarhoven moeten de winkels het tegenwoordig vooral hebben van Belgische klanten die net over de grens wonen: 'De supermarkten zijn goedkoper dan in België en hebben ruimere openingstijden.' Maar ook de asielzoekers doen een duit in het zakje: 'Ze zijn natuurlijk anders dan de Duitsers, maar voor de middenstand is het beter iets dan niets.' Oud-ondernemer De Jong noemt nog een reden waarom de bewoners het wel goed vinden zo: 'Die kazerne staat al jaren leeg. We zijn blij dat er eindelijk wat mee gebeurt.'

Ach, en dat de mensen nu opeens hun fiets op slot moeten zetten, dat is vooral een mythe: dat gebeurde toch al. 'Er stond weleens iemand aan mijn fiets te prutsen', vertelt Reemers. Maar dat deden de Duitsers ook, relativeert hij. 'Als je een fiets kwijt was, moest je even bij de kazerne gaan kijken. Lag hij daar in de sloot. Een Duitse militair had gewoon geen zin gehad om twee uur 's nachts met een stuk in zijn kraag naar de kazerne terug te lopen.'

Tentenkamp voor 3.000 asielzoekers in Nijmegen

In Nijmegen komt op korte termijn een tijdelijke noodopvang voor 3.000 asielzoekers. Op het terrein Heumensoord gaat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) samen met de gemeente en Defensie 'zo snel mogelijk' een tentenkamp bouwen voor vluchtelingen die niet terecht kunnen in Ter Apel. Burgemeester Hubert Bruls van Nijmegen spreekt over 'humane, maar sobere' noodopvang, 'voor mensen die anders buiten moeten slapen'. Op het terrein zullen paviljoens worden gebouwd: 'Geen canvas tenten, maar ook geen luxe chalets.'

De tijdelijke opvang wordt gebouwd om mensen te huisvesten die nog geen status hebben en hun procedure afwachten. Op het aanmeldcentrum in Ter Apel arriveren de laatste tijd elke week rond de 3.000 vluchtelingen. 'De druk is enorm. Dit is niet meer alleen het probleem van het COA, maar van heel Nederland', aldus bestuursvoorzitter Gerard Bakker van het COA.

Het bosachtige terrein van Heumensoord, aan de zuidoostkant van Nijmegen, wordt elke zomer gebruikt als kampplaats voor de ruim 5.000 militaire deelnemers aan de Vierdaagse. In 1998 werd het gebruikt om 900 asielzoekers te herbergen. Dat kamp bleef zo'n vier maanden open.

Het besluit om nu 3.000 vluchtelingen te herbergen is snel genomen: dinsdagmiddag kreeg burgemeester Bruls een telefoontje van het COA. Volgens Bruls kan men snel beginnen met de bouw van de noodopvang, omdat bestuurlijk 'alle neuzen dezelfde kant op staan' en het terrein al beschikt over stroom en water. Het tentenkamp blijft naar verwachting de hele winter staan.

Meer over