Bubbeltjesplastic helpt maar een uur

Scapino Rotterdam danst allang geen sprookjesballetten meer. Toch wil artistiek leider Ed Wubbe het goede van de klassieke traditie behouden....

JUDITH KOELEMEIJER

Het begon met de vliegmachine van de Franse danskunstenaar Charles-Louis Didelot, die eind achttiende eeuw zijn dansers aan kabels door het theater liet zweven, of als marionetten, hangend aan touwtjes, op hun tenen liet lopen. Dansers moesten kunnen vliegen, zich boven het menselijke verheffen. Althans: die illusie moest worden gewekt. Dat je daarvoor geen kabels nodig hebt, begrepen de choreografen van de Romantiek. Onder hun regie zou de ballerina definitief het luchtruim bestormen. Met duizelingwekkende pirouettes, opwaaiende tutu's, het betere tilwerk, grote zweefsprongen en: spitzen.

Wie in het nieuwe programma Spitzen van Scapino Rotterdam verwacht dergelijke hemelse taferelen aan te treffen, komt bedrogen uit. Artistiek leider Ed Wubbe is immers, zegt hij, niet geïnteresseerd in klassiek of neo-klassiek repertoire. Niet voor niets veranderde hij het Scapino de afgelopen jaren van een gezelschap met sprookjesballetten voor het hele gezin in een eigentijdse, zelfbewuste dansgroep die niet schroomt Romeo en Julia op wereldmuziek te brengen.

Toch wil hij het goede van de klassieke traditie wel behouden. De spitzentechniek bijvoorbeeld, waarin de meeste Scapino-dansers goed getraind zijn. Maar dan niet om, als in het Zwanenmeer, tweeëndertig keer in de rondte te kunnen gaan. 'Spitzen zijn ontworpen om te zweven, maar kunnen ook iets heel aards en agressiefs hebben. Ze maken vrouwen erotisch, ongenaakbaar', zegt Wubbe.

Voor het spitzen-programma koos hij choreografen die zich 'deze andere benadering eigen hebben gemaakt': het Rotterdamse choreografenduo Voortman/De Jonge en de Amerikaan Antony Rizzi. Voortman en de Jonge hernemen een stuk dat in 1994 in première ging: Dangerous Choir. Rizzi, solist en choreograaf bij het Ballett Frankfurt van William Forsythe, brengt de wereldpremière van Nothing Original.

In de studio's van Scapino Rotterdam zwerft overal second skin, tape, en zelfs bubbeltjesplastic, dat volgens een danseres 'maar een uur helpt'. Preventieve maatregelen, zegt een ander, want als je eenmaal blaren hebt, heb je heel erg pech gehad. In de hoek van een studio probeert een danseres tien verschillende schoenen uit, een nieuw paar wordt hardhandig dubbel gebogen om het leer zachter te maken. Een ander laat haar gepijnigde voeten in de lucht wapperen. Maria Voortman en Roberto de Jonge geven de laatste aanwijzingen aan een solist: 'De beweging moet scherp zijn, afgebakend, alsof je zegt: dit is mìjn plaats.'

Dangerous Choir gaat over een koor waarvan de zangers letterlijk te veel hun eigen weg gaan. Er wordt veel en vervaarlijk op spitzen geroffeld, knieën worden tot krakens toe uitgedraaid, armen maaien door de lucht. Een danser, balancerend op de punt van zijn tenen, draagt een danseres ten hemel - alsof de zwaartekracht er even niet toe doet. Het stuk kreeg indertijd slechte kritieken. De Volkskrant sprak over een 'gedeconstrueerde dansmachine' die maar heel even leuk is: 'Je kijkt naar een podium vol uitroeptekens, elk in een ander handschrift. Na een paar minuten is de lol er af en wil je wel eens een goed lopende zin zien.'

Maar Ed Wubbe gelóóft in Dangerous Choir, zegt hij. Bovendien 'sloeg het bij het publiek erg aan'. Voortman en De Jonge steken hun nek uit, doen geen concessies. 'Dat apprecieer ik enorm. De critici hebben de waarde van het stuk niet gezien.' Het choreografenduo zelf voelt zich nogal onbegrepen: 'We hebben in Nederland nooit zoveel krediet gehad. De critici doen alsof we de spitzentechniek verkracht zouden hebben, maar het enige wat wij doen is grenzen verkennen: hoe lang kun je op een spitz staan, waarom kan een man het eigenlijk niet, hoe kun je op spitzen over de grond bewegen?'

Maria Voortman kreeg haar opleiding aan de Scapino Dansacademie, maar ontdekte al snel dat ze te 'eigenwijs' was om in een gezelschap te functioneren. Ze wilde liever 'de illusie hebben dat er nog wat te ontdekken valt'. In Roberto de Jonge vond ze een goede partner: autodidact, performer, danser, geschoold op 'de universiteit van het leven' en even nieuwsgierig als zij. Ze raakten geïntrigeerd door spitzen omdat die de beweging vervormen en vergroten, 'heftiger maken'. Maria Voortman, terwijl ze twee koffiemelkcupjes op elkaar stapelt: 'Zoiets als dit. Niet een, maar twee cupjes. Het is altijd méér, langer, scherper wat je laat zien.'

Dat hun onderzoek voor het publiek soms nogal shockerend is, zijn ze zich bewust. In Feverish processions (1992) lieten zij de danseressen een uur lang op spitzen trippelen. In het slotakkoord stuiterden de vrouwen, alsof het nog niet genoeg was geweest, met grote sprongen naar voren. Maria Voortman: 'Op dat moment had iedereen wel het zweet in zijn oksels staan. Dat deed ècht pijn. Maar het was niet zo dat wij tenen wilden breken voor de kunst, we hebben onze danseressen tot niets verplicht. We moesten door die grens heen, moesten weten wat het met het publiek deed. Zoiets doe je ook maar een keer.'

Spitzen zijn nu niet meer hun 'onderwerp', benadrukken ze. 'Het is maar een van de vele middelen die je tot je beschikking hebt', zegt De Jonge. 'Spitzen dwingen je bovendien goed op je techniek te letten. Je vraagt meer van je dansers, dat houdt ze alert. Als je de techniek veronachtzaamt, breek je je enkel.'

Spitzen past in het nieuwe beleid van het Scapino: niet drie choreografieën met twee koffiepauzes, zoals gewoon is bij dansvoorstellingen, maar een programma met een duidelijk thema. Zodat het publiek weet waar het aan toe is. 'Je moet een statement maken' zegt Ed Wubbe. 'Ik heb liever dat het publiek de hele avond niks vindt, dan dat het zegt: ''Dat eerste stuk was wel leuk, maar het tweede en derde vond ik niks aan.''

Dus kreeg gastchoreograaf Antony Rizzi de opdracht: maak iets op spitzen. Daar heeft hij zich niet helemaal aan gehouden - wat de prominente aankondiging van Scapino Rotterdam behoorlijk relativeert. 'Ed Wubbe vroeg me het, dus heb ik er maar een klein kwartier spitzenwerk in gedaan', zegt Rizzi na afloop van de repetitie. 'Ik hou wel van die point-stuff.' Maar essentieel voor zijn choreografie zijn de spitzen niet. Eigenlijk kun je je er alleen maar moeilijker door bewegen, vindt hij. 'Ik wil niet dat mijn dans er stijf uitziet. Ik hou meer van het nonchalante, van een massa mensen waarin schijnbaar toevallig twee mensen gelijk lopen.'

Nothing Original is een collage van dans- en muziekstijlen. De dansers dolen rond op de duistere klanken van David Byrne, dansen een eigentijds duet op klassieke muziek, kijken vertwijfeld voor zich uit terwijl - op een melig deuntje - hun ledematen alle kanten uit lijken te schieten. Rizzi gebruikt videobeelden, en laat de dansers ook acteren: 'Breng me rozen, breng me een milkshake, breng me een orgasme', schreeuwt een danseres op pumps, terwijl ze dildo's in het rond smijt.

'Rizzi was wel even wennen voor ons', zegt danseres Mariëlla de Jong die de gefrusteerde dame op pumps speelt. 'Ik moest veel schaamte overwinnen.' Wat de choreografie met spitzen te maken heeft, is haar niet geheel duidelijk: 'Tegen ons zei Rizzi gisteren dat hij met spitzen werkt omdat hij al wéét wat iedereen zal zeggen: zie je wel, hij imiteert Forsythe. Een beetje provoceren dus. Want daarna doet hij weer heel iets anders.'

Antony Rizzi: 'Spitzen? They are mainly just another type of shoe.'

Scapino Rotterdam presenteert Spitzen. 'Nothing Original' van Antony Rizzi en 'Dangerous Choir' van Voortman/De Jonge. Première 14 februari in de Rotterdamse Schouwburg. Tournee tot en met 3 april. Vanaf 21 februari danst Scapino Rotterdam ook het 'spitzen-programma' 'Rameau' van Ed Wubbe, gecombineerd met 'Dangerous Choir' van Voortman/De Jonge. Tournee tot en met 8 mei.

Meer over