Brutale schilderkunst in rauwe loods

XXXL Painting, Klaas Kloosterboer, Jim Shaw en Chris Martin, 8/6 t/m 29/9. onderzeebootloods.nl, boijmans.nl

Bij de een gierden de zenuwen door het lijf. De ander was een aantal dagen uit het veld geslagen. En de derde was bij kennismaking zo overweldigd dat hij op de vloer ging liggen en alleen maar kon kijken.

Deze verpletterende eerste indruk werd veroorzaakt door de voormalige Onderzeebootloods in de haven van Rotterdam, bestaande uit drie hallen zo hoog als een flatgebouw van acht verdiepingen en samen zo groot als een voetbalveld. Oorzaak van de onrust: de euvele moed van museum Boijmans Van Beuningen om drie schilders uit te nodigen voor de vierde editie van de zomertentoonstelling in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam.

Schilders! Als één gebouw ongeschikt lijkt voor deze grande dame van de beeldende kunst, dan wel deze loods. Vanwege het formaat, vanwege de klimatologische omstandigheden zoals zonlicht dat fel binnen straalt, en vanwege zijn platte karakter.

Nu de schilders, na weken werken, de deuren openzetten van het grootste atelier dat ze ooit hebben gehad, is er maar één conclusie mogelijk. Er is een mirakel verricht.

De Amerikanen Jim Shaw (1952) en Chris Martin (1954) en de Nederlander Klaas Kloosterboer (1959) kregen ieder een hal en hebben de Onderzeebootloods veranderd in een lustoord voor de schilderkunst.

Jim Shaw heeft zijn zenuwen en horror vacui bedwongen door een vlootschouw aan afgedankte Hollywood-filmdoeken over te laten komen. Kriskras opgesteld vormen die enorme filmdoeken met feelgoodtaferelen van bergen, meren en paleizen een chaotische serie kamers waarin de sciencefiction en de fantasie woekeren en smeulen.

Dat komt doordat Shaw die filmdoeken met lijm en penseel en absurdistische beelden te lijf is gegaan. Hij plakte er uitgeknipte figuren in (hoofden van Amerikaanse politici), of schilderde er uiterst precies voorwerpen overheen; oorlogsmachinerie, of een stofzuiger die de lucht à la Dali vloeibaar maakt en opzuigt.

Shaw is ook de beroemdste van het stel. Hij was in de jaren zeventig met generatiegenoot Mike Kelley oprichter van punkband Destroy All Monsters. En hij is de meest kritische. In zijn doeken wordt de idyllische werkelijkheid van alle kanten aangevallen en bedreigd. Tegelijk is zijn universum zo vreemd en surrealistisch, zijn theatrale opstelling zo betoverend, dat je door zijn hal dwaalt als een kleuter in een sprookjesbos.

Martin en Kloosterboer houden juist van grote kleurvlakken, van abstracte kunst, van schilderen met grote kwasten. Vooral Martins hal staat diametraal tegenover die van Shaw. Martin heeft namelijk geen last van horror vacui. Hij heeft de leegte de leegte gelaten en op een drietal strategische plekken schilderijen van billboardafmetingen neergezet. Her en der zwermt een klein doek als een satelliet op de wand. Daarmee ontstaat de sfeer van een buitenpropor- tionele klassieke salon.

Martins schilderijen vormen een huizenhoog landschap van dikke lagen glitterverf, of beslaan een doek waarin roze vlakken zinderen en dansen in een zee van zwart. Het verwarrende is dat ze allesbehalve klassiek-modernistisch zijn en zeker niet heilig. Hij sneed bijvoorbeeld een raam en een deur uit zijn glitterlandschap, zodat mensen opeens dwars door zijn doek banjeren of hun hoofd door het raam steken, en de kunst opeens geen Kunst meer is. De kleur zindert en spat nog steeds, je kunt in zijn reusachtige doeken verdwijnen, maar ze zijn ook gewoon onderdeel van het dagelijks leven.

Kloosterboer heeft zijn enorme doeken vol kleur voor een deel in elkaar gebeukt tot boksbal, of er een gigantisch clownskostuum van gevormd. Hij heeft alle losse onderdelen met een touwtje aan een ruimtevullende carrousel geknoopt, zodat ze nu eindeloos ronddraaien, steeds veranderen van kleur, licht en vorm en hun eigen flirterige spel spelen met het licht en het staal van de hal.

Het is spectaculair om te zien en te beleven dat de schilderkunst zich in de rauwe Onderzeebootloods toont als een veelkoppig monster, dat zich door niets en niemand dood laat verklaren en dat zich niet laat temmen door regels, wetten en vooroordelen. In Rotterdam is de schilderkunst veerkrachtig, speels, brutaal, nieuw, jong, anders en daarmee springlevend.

undefined

Meer over