Brussel voor het Blok

Het Vlaams Blok kan op 13 juni, als de Belgen naar de stembus gaan, opnieuw op winst rekenen. Onder aanvoering van voormalig 'superflik' Johan Demol rukt het Blok op naar Brussel, waar het Franstaligen probeert te bekeren....

Rob Gollin

OP EEN BORD prijkt de platte rijmelarij over de twee beproefde thema's: vreemdelingen en een vrij Vlaanderen. Tussen de ranzige stickers Multikultuur is diktatuur, 't is fijn om blank te zijn, en Islam, inpakken en wegwezen, zijn leuzen als België dood, Vlaanderen groot en Voor Waals failliet geen Vlaams krediet te ontwaren.

Drukwerk met dezelfde toon ligt op de plank: de brochure 'Baas in eigen land' en de 'Eigen volk eerst'-krant - Vlaams gezin verliest om de drie jaar een auto aan Wallonië.

Op het secretariaat van het Vlaams Blok in Brussel, een pijpenlaatje pal achter de parlementsgebouwen aan de Wetstraat, is een zwaar gestresste medewerker aanhoudend aan het mopperen. 'Hoe moet dat nu? De brief aan de Franstaligen moet er nog uit, hoor. Maar wanneer? Dat gaat niet lukken, hè. Nee, niet bij de Nederlandse versie van Le Vlaams Blok parle francophone. Wat? Zit dat erbij? Wel? Niet? Ja, pff. Wat dan?'

Hier woedt de Slag om Brussel.

Enkele kilometers verderop in de stad, in het hart van de gemeente Elsene op het Place Flagey, begeeft een onopvallende man in een lichtbeige jasje en met een ingeklapte paraplu in de hand zich aarzelend tussen wat bloemenstalletjes. Hij bestelt een tuiltje rozen. Bij een ander kraampje koopt hij wat fruit.

'Tja', verontschuldigt hij zich. 'De markt is wat ingekrompen. Het plein wordt opgebroken binnenkort. Dat wist ik ook niet. Het zal rap gedaan zijn, vandaag.'

Johan Demol (42) is op campagne. Voormalig 'superflik'. Bijnamen Dirty Harry, Robocop, The Terminator. Vaardig karateka. Begin vorig jaar werd hij ontslagen als hoofdcommissaris van de gemeente Schaarbeek. Hij had gelogen door te ontkennen dat hij eind jaren zeventig, begin jaren tachtig lid was geweest van het Front de la Jeunesse. Dat was een extreemrechtse organisatie die nazi's vereerde en gewelddadig optrad tegen alles wat links en progressief was. Demol was toen nog rijkswachter en maakte deel uit van het Speciaal Interventie Eskadron, een elite-eenheid van het korps. Nu is hij lijsttrekker voor het Vlaams Blok in Brussel.

Hier staat de man die in doemscenario's België aan het wankelen kan brengen.

Peilingen hebben het politieke establishment in België de afgelopen weken geregeld doen sidderen. De betrouwbaarheid staat nogal eens ter discussie, de percentages lopen uiteen, maar de trend is eenduidig: het Vlaams Blok zal op 13 juni, als de Belgen naast het nationaal parlement hun Vlaamse, Waalse en Brusselse vertegenwoordigingen zullen kiezen, opnieuw op winst kunnen rekenen. Vier jaar geleden groeide de partij naar ruim 12 procent. Morgen zullen de Blokkers in Lier op het laatste verkiezingscongres naar verwachting alvast een euforisch voorschot op de uitslag nemen.

Uitdagend is al aangekondigd dat na Antwerpen, waar de partij in 1995 ruim 28 procent van de stemmen haalde, nu ook Brussel zal 'vallen'. Het offensief in de hoofdstad baart de traditionele partijen grote zorgen. Een onbestuurbaar gewest, gevormd door de negentien gemeenten, dreigt. Als het Vlaams Blok erin slaagt in het Brusselse parlement de meerderheid binnen de Nederlandstalige vleugel te behalen - nu bezet de partij nog twee van de tien zetels -, zal een coalitie met de Franstalige partijen moeten worden gevormd. Niet langer kunnen die het Blok als een louter Vlaamse dissonant beschouwen. Onderling is al de afspraak gemaakt dat onder geen enkele voorwaarde zal worden samengewerkt met de 'Vlaamse racisten'. Aldus hopen de Blokkers de koevoet in handen te krijgen waarmee de deur naar een belangrijke doelstelling kan worden open gewrikt: een onafhankelijk Vlaanderen.

In de campagne lonkt de partij naar een opmerkelijke achterban: de Franstalige kiezers. Het thema: onveilig Brussel. Het lokaas: de sheriff van Schaarbeek, Demol. Hij belichaamt de politiek van 'law and order'. Zero-tolerantie. De knoet. In de optiek van de partij zullen de blanke Brusselaars die boodschap begrijpen, of ze nu Frans of Nederlands spreken. Dat de criminaliteit in Brussel in de statistieken niet hoger scoort dan in andere Europese hoofdsteden, wordt wijselijk genegeerd.

Voordat hij tot zijn grote woede struikelde over zijn zwarte verleden, maakte Demol de tongen los met een drie jaar durende 'grote kuis' in Schaarbeek, een van de grote gemeenten in Brussel waar veel migranten wonen. Met ware razzia's, voorbereid door tientallen agenten in burger, 'zuiverde' hij de straten van drugsdealers en verslaafde criminelen. Hij maakte er geen geheim van dat zachte heelmeesters bij hem aan het verkeerde adres zijn. 'Al die straathoekwerkertjes, of winkelstraatmannetjes of hoe ze ook mogen heten, het is weggegooid geld. Tewerkstellingen voor vriendjes van politici.'

In een geruchtmakende tv-documentaire van de Vlaamse commerciële zender VTM over het oprollen van heroïnebendes in Schaarbeek, legde Demol zijn strategie uit - zittend voor een poster van Lethal Weapon 2. Hij zei: 'Bieden ze weerstand, dan bieden wij nog grotere weerstand.' De agenten wisten wat ze te doen stond. Het beeld toonde een verdachte, een jonge migrant, die een politiebusje wordt ingeduwd. 'Als hij zijn bek opendoet, dan sla je erop', was het advies aan de arrestantenbegeleiders. De resultaten bleven niet uit. In Humo maakte Demol al ruim een jaar na zijn aantreden gewag van bewoners die met bloemen op het commissariaat hun dank kwamen betuigen.

Op het Place Flagey suddert de Slag om Brussel op een laag pitje. De man in de beige jas blijft nog wat ongemakkelijk dralen. Hij spreekt geen enkele bezoeker van de markt aan. Naast hem staat een partijgenote, nummer tien op de Brusselse lijst, met in haar hand een neutrale plastic zak met partijpropaganda. Het materiaal blijft onaangeroerd.

'We kiezen hier een kleinschalige aanpak', had de partijtop enkele weken eerder laten weten. 'Geen meetings. Dat zou bij bepaalde figuren alleen maar agressie uitlokken. Nee, we bezoeken marktjes, cafeï, dat is voldoende.' En er is een lawine aan publicaties. Folders voor jongeren, veiligheidsplannen, blaadjes voor de middenstand, krantjes voor het gezin. Brussel moet voornamelijk met papier worden veroverd.

'De mensen kennen mij al', zegt Demol. 'Ik hou er ook niet van, iemand lastigvallen met foldertjes. Dat doen politieke klungelaars. Ik laat me gewoon zoveel mogelijk zien op openbare plaatsen. Als een gewone volksman.' Vorig jaar figureerde hij zelfs - na zijn ontslag nog fier in uniform - op affiches van het Vlaams Blok; maar dat was, zegt hij nu, 'om ze over ons aan het praten te krijgen'.

'Aha, was dat monsieur Demol?', reageert de bloemenverkoper verrast. Jawel, de naam is bekend. 'Die van le Bloc.' Goede man. Weet van aanpakken. Met hem wordt het veiliger. Zelf is de handelaar Franstalig, maar waarom zou hij niet op Demol kunnen stemmen? Vlaanderen onafhankelijk? 'Pourquoi pas? Zo werkt de democratie.'

Het secretariaat van het Vlaams Blok in Brussel beschikt inmiddels over zesduizend contactadressen van Franstaligen, vult medewerker Herman Vereecken - mee op campagne - triomfantelijk aan. Het bestand is in drie jaar opgebouwd. 'Ooit kozen de Brusselaars om sociale redenen Franstaligen. Nu zullen ze vanwege de veiligheid Vlaams stemmen.'

Demol: 'We zien wel, hè, wat de Franstalige partijen doen, als wij winnen. Ze zullen toch met ons de boot in moeten.'

'Eh nee, nee', het uiteenspatten van België zal hem geen genoegdoening geven. Het houdt hem niet zo bezig. 'Het gebeurt toch. Fractieleider Claude Eerdekens van de Parti Socialiste heeft gezegd dat Wallonië aansluiting bij Frankrijk moet zoeken. De Vlaamse minister-president Luc van den Brande geeft België nog vijftien jaar. Dat zegt genoeg. En Brussel hoort dan bij Vlaanderen. De Brusselaar is eerst en vooral Brusselaar. Maar er is meer verwantschap met de Vlaming. De Brusselaar is zeker geen Waal.'

De reacties van de opponenten op de opmars van het Blok wisselen vrijwel met de dag. Soms klinkt vrijwel unisono de oproep tot gezamenlijke verkettering van de partij - 'het behoud van de democratie wordt de inzet van de komende verkiezingen', waarschuwde premier Jean-Luc Dehaene nog vorige week. Twee dagen later gaf Louis Tobback, lijsttrekker voor de Socialistische Partij, ex-minister, oud-partijvoorzitter, al te kennen er niets voor te voelen van het Vlaams Blok een thema te willen maken. 'Ik ben geen kandidaat tegen het Blok, maar voor de SP', vertelde hij De Standaard. Maar hij had eerder al een ander geluid laten horen: in Het Laatste Nieuws waarschuwde hij uitdrukkelijk tegen een opmars van het Blok in Brussel. Het Brusselse parlement zelf is een mediacampagne begonnen op Franstalige radio- en tv-zenders. Ook vakbonden roeren zich.

Marc Swyngedouw probeert de opwinding wat te sussen. 'Eerst zien, dan geloven.' De hoogleraar sociologie en politicologie aan de Katholieke Universiteit van Brussel, en directeur van het Interuniversitair Steunpunt Politiek Opinie-onderzoek heeft een reeks publicaties over het Vlaams Blok op zijn naam staan.

Zeker, hij sluit winst niet uit. Het Blok heeft zich bewezen als een partij die politiek weet te bedrijven, hoe 'anti-democratisch' haar opstelling ook is. Charismatische kopstukken beheersen de kunst van de retoriek en domineren al jaren het debat over het migrantenvraagstuk. De club is goed georganiseerd, heeft een goed gevulde partijkas, en heeft, althans voor de buitenwereld, vroegtijdig ongure types verwijderd. In de beeldvorming domineren maatpak, das en een enkel mantelpakje. Maar volgens Swyngedouw bestaan er nog wel degelijk banden met omstreden organisaties als Were Di, de Vlaamse Militanten Orde en Oud-strijders Oostfront.

Hij ziet vooralsnog evenwel geen reden waarom Brusselaars zich nu opeens massaal tot het Blok zullen wenden. 'Ze konden dat vier jaar geleden ook al. Dat is niet gebeurd. De omstandigheden zijn nauwelijks gewijzigd.' Er zouden tienduizenden stemmen extra nodig zijn om de meerderheid onder de Nederlandstalige partijen te halen.

Dat veel Franstaligen zich zullen bekeren tot het Blok, lijkt hem onwaarschijnlijk. 'Het imago van een separatistische, anti-Franstalige partij is zeer manifest. De haat tegen migranten zou dan groter moeten zijn dan de vrees dat ze hun rechten zullen kwijtspelen, bijvoorbeeld door het optrekken van het minimum aantal Vlaamstalige medewerkers bij openbare instellingen. Welnu, zo immens is die haat niet. Er is enige pacificatie opgetreden tussen de bevolkingsgroepen.'

Het kiessysteem is ook nog eens in het nadeel van het Blok. De kiezers moeten op de computer eerst bepalen of ze op een Frans- of een Nederlandstalige partij zullen stemmen. Wie Frans kiest, zal het Vlaams Blok niet meer terugvinden.

Swyngedouw wijst erop dat de Franstaligen een extreemrechts alternatief hebben. Dat speelt wel een marginale rol. Leden van het Front National zijn geregeld in opspraak geweest wegens onder meer het brengen van de Hitler-groet en het urineren op joodse grafzerken. De groepering valt uiteen, er zijn zelfs aanhangers terug te vinden op de lijst van het Vlaams Blok. Maar wie zich als anti-migrant opstelt, kan op de Franstalige kieslijsten gelijkgestemde zielen vinden.

Dat Brussel onbestuurbaar wordt bij forse winst voor het Blok, is volgens hem nog maar de vraag. 'De besluitvorming zal maar in een beperkt aantal instellingen stil komen te liggen. Praktisch gezien zullen de effecten wel meevallen. Het is maar welke symbolische waarde je eraan wil toekennen.'

Volgens het Vlaams Blok is er wel degelijk wat veranderd in Brussel. Het verschil is Johan Demol.

Op 24 februari 1998 introduceert de partij de voormalig hoofdcommissaris als lijsttrekker voor het Brusselse parlement. 'Welkom Demol.' Op de presentatie poseert hij met oranje bokshandschoenen, het symbool van de campagne waarmee extreemrechts zich op 24 november 1991 in het politieke krachtenveld van België nestelde. Die datum staat sinds die tijd te boek als Zwarte Zondag. Partijvoorzitter Frank Vanhecke glimt van trots naast Demol. 'Die bokshandschoenen staan voor de politieke muilpeer die hij aan de traditionele schandaalpartijen zal uitdelen.'

Dat Demol Franstalig is opgegroeid en nimmer Vlaams-nationalistische gevoelens etaleerde, is bij het binnenhalen van de Schaarbeekse Dirty Harry niet van belang. Nee, het is de manier waarop hij daar de criminaliteit in de kasbahs en de soukhs aanpakte. Beweerde Demol zelf niet dat de drugshandel geheel in handen is van vreemdelingen? Dat is de man die het Blok in de slag kan gebruiken.

De keerzijde van de 'grote kuis' in Schaarbeek wordt beschreven in het boek Het gevaar Demol (uitgeverij EPO) - door de ex-commissaris zelf bestempeld tot 'een stel leugens van de eerste tot de laatste bladzijde'; hij is verwikkeld in een procedure over een schadevergoeding. Publicist Ron Hermans en Eric Goeman, voorzitter van het Studiecentrum voor de geschiedenis van fascisme en racisme, menen dat de Schaarbeekse schoonmaak grimmige trekken vertoonde.

De razzia's lopen geregeld uit de hand. 12-Jarige migrantenkinderen zitten 's nachts urenlang vastgeketend aan de radiatoren in het commissariaat. Een Afrikaan wordt om onduidelijke reden afgeranseld. Er volgen meer klachten over 'slagen en verwondingen zonder aanleiding'. Van uitroeien van de criminaliteit is geen sprake: de overlast verplaatst zich slechts. Hermans en Goeman signaleren illegale praktijken onder de keurtroepen van Demol. Ondanks tal van arrestaties en in beslagnames bereiken slechts weinig geld en drugs het parket. Het korps blijkt er verslaafde informanten mee te belonen en rekruten op te leiden. Rechercheurs zouden samenwerken met de Bulgaarse maffia, die meisjes uit het voormalige Oostblok in bordelen plaatst.

In februari 1997 valt justitie het hoofdcommissariaat binnen. De verdenking luidt: heling, verduistering, geweldpleging en het plegen van valsheid in geschrifte. Tien personen, onder wie vijf agenten, worden in staat van beschuldiging gesteld. Demol spreekt van een 'nep-dossier, een poging om mijn korps te destabiliseren'. 'Blijkbaar kunnen sommigen niet verkroppen dat onze methodes succes opleveren.'

Het zijn niet de ontsporingen binnen zijn korps die tot de val van The Terminator hebben geleid. De opmaat voor zijn aftocht klinkt op 13 januari 1996, als de krant De Morgen zijn lidmaatschap van het Front de la Jeunesse onthult. Aanvankelijk ontkent Demol categorisch, hij weet zich ook gesteund door zijn korps en wordt nog geruime tijd politiek gedekt door zijn burgemeester. Maar ruim een jaar later levert het weekblad Solidair van de uiterst linkse Partij van de Arbeid het bewijs: de lidmaatschapskaart uit 1979 van Demol wordt afgedrukt. Later publiceert het blad de presentielijsten van FJ-bijeenkomsten in de Bunker, in het havengebied van de stad. Demol bleek een trouw bezoeker.

Een reeks incidenten eind jaren zeventig wordt toegeschreven aan het front: een plakploeg van de Parti Socialiste wordt met ijzeren staven gemolesteerd, er is een aanslag op de Belgisch-Vietnamese Vereniging, een communist wordt in de Bunker uren geschopt, geslagen en met het hoofd in een emmer water geduwd. Als twee bestelwagens met zeventien militanten en wapentuig worden onderschept - onderweg naar een betoging ter ondersteuning van het apartheidsregime in Zuid-Afrika - is voor justitie de maat vol. Op 5 juni 1980 veroordeelt de rechtbank enkele leden wegens de vorming van een privé-militie en verboden wapenbezit. De organisatie wordt uiteindelijk verboden.

Demol heeft destijds niets gemerkt van gewelddadigheden en nazi-verering, zegt hij nu. 'Ik ging er gewoon een pint nemen. Het zat er vol met studenten.' Hij voelde zich tot het FJ aangetrokken wegens de anti-communistische opstelling. 'Je moet weten: we zaten toen nog midden in de Koude Oorlog.' Hij was bovendien verliefd geworden op een jongedame die lid was van het FJ. Daarom kwam hij geregeld in de Bunker, 'maar met de bedoeling natuurlijk om haar zo snel mogelijk naar buiten te trekken'.

Volgens politicoloog/socioloog Swyngedouw ligt voor België nog een crucialer moment dan 13 juni in het verschiet. Volgend jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Als het Vlaams Blok er in slaagt in Antwerpen te gaan regeren, dan heeft de partij een springplank voor de verovering van heel Vlaanderen. Blijft dat uit, dan zal onvermijdelijk intern een ideologisch debat losbreken; mogelijk een begin van het einde.

Op het Place Flagey dooft de Slag om Brussel na een laatste rondje over de markt. Demol: 'Overmorgen zit ik in Antwerpen. Ik ontmoet er wat politiemensen. Ze zouden me daar wel willen hebben.'

Politiek België is gewaarschuwd: The Terminator kijkt niet op een Slag meer of minder.

Meer over