Brussel bewijst Rossini's Turk de grootste eer

Il Turco in Italia, door de Opera van Brussel, t/m 7 januari...

ROLAND DE BEER

De nieuwe Brusselse produktie van Rossini's Il Turco in Italia heeft de kracht van een blikseminslag - met excuses voor de beeldspraak. Die lijkt misschien niet op z'n plaats, bij een komedie van het type Vrouw windt drie mannen om haar vinger maar bekeert zich tot het huwelijk, maar een betere vergelijking is op dit moment even niet te vinden.

Schelverlicht tekende het zich zaterdag in de Muntschouwburg af: het fenomeen-Rossini. Het manifesteerde zich in klanken die de mens zijn gewicht en waardigheid ontnamen, en hem een gevaarlijke ijlheid in het hoofd terugbezorgden. Het omgaf zich met beelden van een wereld die was ingesmeerd met groene zeep, en waar de liefde als een lege koffer werd voortgezeuld.

Voor het gedonder zorgde na afloop het publiek - met gejuich en ritmisch handgeklap. De Brusselse Turco, gedirigeerd door Ivan Fischer, geënsceneerd door het echtpaar Ursel en Karl-Ernst Herrmann en bezet met zangers als José van Dam, Tiziana Fabbricini, Barry Banks en Dale Duesing, kan waarschijnlijk worden bijgetekend als de fraaiste ooit opgevoerd sinds 1978 - het jaar waarin de Rossinistichting in het Italiaanse Pesaro de oorspronkelijke versie van het stuk aan de operawereld beschikbaar stelde.

Het 'dramma giocoso' dat de 22-jarige Rossini inleverde bij de Scala van Milaan, is lang gebukt gegaan onder een ongelukkige beeldvorming. Het begon al met een misverstand onder het Milanese publiek anno 1814, dat van de 'Turk in Italië' niet meer verwachtte dan een aftreksel van Rossini's L'Italiana in Algeri. De versie die later in de Europese theaters circuleerde was een samenraapsel van aria's en ensembles uit verschillende Rossini-opera's. Op de plaat verscheen de echte Turk pas veertien jaar geleden, gedirigeerd door Riccardo Chailly.

Het stuk ontbeert hit-aria's van het genre 'Figaro hier, Figaro daar' van Il barbiere di Siviglia. Maar het doet er in de uittekening van waanwijsheid en kippedrift niet voor onder. De muziek verklankt compassie met de allochtoon Selim. Met parodieën op de opera seria scheurt Rossini de vrouwelijke trots aan repen, tegelijk de zangeressentrots kietelend met duivelse coloraturen. Er zijn momenten van sublieme treurnis, wanneer de brave Geronio en zijn Fiorilla, de echtgenote met de op hol geslagen hormonen, het stadium bereiken van de ontgoocheling. Dat zijn diepe, Così fan tutte-achtige momenten.

Herrmann's enscenering kan zich meten met de epochmakende regies die hij eerder in Brussel verzorgde van Mozarts La finta giardiniera en Verdi's La traviata. Het pastelkleurige toneelbeeld waarin de Turk Selim aan land gaat, een land waar de bodem voortglijdt, waar de zon zonder vaste dienstregeling op- en ondergaat, en de bewoners een vulkaan rokend uit de zee zien oprijzen zonder er acht op te slaan, heeft de zuigkracht van de allerbeste Herrmann-decors. Mechanisch is het even vernuftig, met zijn glijdende voertuigen, en zijn veerbootje op de achtergrond, als het decor dat Herrmann ontwierp voor de Amsterdamse Moses und Aron, of het voortrollende Così fan tutte-schilderij dat hij maakte voor de Brusselse regie van Luc Bondy.

De gedragingen van José van Dam (Selim), Tiziana Fabbricini (een verbluffende, vocaal-technisch haarscherpe Fiorilla), Alberto Rinaldi (de bedeesd-ranzige echtgenoot) en de Rossini-tenor Barry Banks (die als de kandidaat-echtbreker de topnoot weet te combineren met de parmantigheid van een eendekuiken) tonen per nummer een gag en een mini-ontknoping. Ze komen voort uit de meest speelse fantasie en de allerstrenge logica, waarbij Herrmann royaal gebruik maakt van de persoon van de Poeta.

Il Turco hoort tot de weinige opera's waar het element van de raamvertelling, van het stuk-in-een-stuk, zomaar voor het oprapen ligt. De 'dichter', die in het libretto van Felice Romani ieders lotgevallen op de voet volgt, meekletsend en pogend inspiratie op te doen voor een 'blijspel', kreeg Herrmann cadeau. Je kon het aan zien komen, de dichter is hier composer in residence, hij bedenkt en schrijft Il Turco waar je bijstaat. Maar hij is bij Herrmann ook meer dan dat: kok, serveerder, champagneontkurker, cocktailschenker, ijsbereider en deus ex machina, strooiend met sterrenstof - en hij doet dat schitterend. De gekozen 'Rossini' is Dale Duesing, bariton-acteur bij uitnemendheid.

Het schuim dat Rossini uit de muziek slaat met zijn crescendi (het beslag dat kok Duesing staat te kloppen). Het rondtollen van malenden uit liefde (het vliegwiel dat Duesing op toeren brengt in een open souffleurshok). Duesing/Rossini die uiteindelijk de zeggenschap over zijn personages verliest; de muziek die verdriet veinst en weer van huppekee gaat; het Berlitz-zakwoordenboekje dat de brug slaat van Napels naar Allah - het is een feest en het houdt niet op.

Roland de Beer

Meer over