Brugjaar op Baroniecollege mogelijke oplossing voor tekort aan recruten in leger Zestienjarige oefent met stokken in plaats van geweren

'Ik ben geen soldaat', zegt de 16-jarige Susan Kuypers uit Swalmen. Ze wil het worden. Daarom is ze leerling van het Baroniecollege in Breda....

BAS MESTERS

Van onze verslaggever

Bas Mesters

BREDA

De geestelijk vader van het plan om de minimumleeftijd voor soldaten te verlagen tot 16,5 jaar, voorzitter Bruurmijn van de Nederlandse Officieren Vereniging, bezocht twee weken geleden het Baroniecollege waar voor het derde jaar het militair brugjaar bestaat.

Hij concludeerde dat deze onderwijsvorm een mogelijkheid is om het tekort aan recruten te bestrijden. De zestienjarigen worden geen militair genoemd, tekenen geen arbeidscontract met defensie, leren een civiel vak en militaire gebruiken. Als ze 17,5 jaar zijn kunnen ze zich aanmelden als Beroeps Bepaalde Tijd (BBT), maar ze zijn het niet verplicht.

Een exercitieterrein heeft het schoolterrein niet. Het is een grote onderwijsfabriek, als zo vele mbo's. Van de tienduizend leerlingen op de beroepsopleiding volgen 39 pupillen het militaire brugjaar.

Volgens H. Vrienten, teamleider van de vakgroep economie van het college, is haar opleiding klaar om uit te breiden. In samenwerking met Defensie denkt ze een paar honderd van de zestienjarigen die in dienst willen, een oriëntatiejaar te kunnen aanbieden.

De initiatiefneemster van de brugklas meent dat een tussenjaar te preferen valt boven inlijving van zestienjarigen in het leger, waarover de Tweede kamer nadenkt. 'Een heleboel jongeren zijn nog niet aan het legergroen toe als ze zestien zijn. In het leger worden ze geïsoleerd van de samenleving, een kazerne is te besloten. Hier reizen ze op en neer naar huis. Ze kunnen langzaam aan het idee wennen en hebben nog een ontsnappingsmogelijkheid.'

Van de honderdveertig belangstellenden heeft Defensie er deze zomer 39 bestempeld als 'fysiek opleidbaar'. In Leeuwarden zijn nog eens zestig zestienjarigen toegelaten op een vergelijkbare opleiding. Volgens docent G. de Wild uit Breda kunnen de criteria voor sommige baantjes in het leger wel wat worden aangepast. Een chauffeur hoeft niet aan dezelfde criteria te voldoen als iemand die luchtmobiel wil worden.

Bij binnenkomst krijgen de leerlingen allemaal een standaard gevechtsuitrusting van het leger. Alleen het wapen en het gasmasker ontbreken. De spullen slaan ze op in een kast op de kazerne in Breda. Wanneer ze het leger bezoeken, dragen ze het uniform, anders niet.

Op het Baroniecollege krijgen ze wekelijks drie dagen les; ze volgen een civiele opleiding in autotechniek of facilitaire diensten. Als ze uiteindelijk, zoals tot nu toe 20 procent doet, besluiten geen beroepsmilitair te worden, kunnen ze de kennis die ze hebben vergaard, gebruiken in de burgermaatschappij.

De voorbereiding op een plek in de landmacht gebeurt in lessen als gezondheidskunde, persoonlijke hygiëne, sociale vaardigheden, assertiviteit.

Docent De Wild: 'Er wordt gewerkt aan een groepsgevoel. De leerlingen leren op een goede manier voor zichzelf opkomen en er heerst meer discipline dan in andere klassen: geen petten en geen walkmans in de lessen.'

De leerlingen fitnessen op apparatuur van Defensie volgens dezelfde schema's die in het leger worden gebruikt. Voorzover mogelijk worden militaire situaties op school al nagebootst. De Wild: 'Als we gaan hardlopen, beschouwen we de nieuwbouwwijk waar we doorheen komen als vijandig gebied. We verplaatsen ons in kleine groepjes om te voorkomen dat we met zijn allen door een granaat kunnen worden geveld.'

Tijdens de zwemlessen worden bruggen in het zwembad gebouwd en de leerlingen leren hun wapen, een stok, droog naar de overkant van de 'rivier' te brengen.

Elke leerling heeft een buddy, net als in het leger. Mocht een van de twee ziek zijn, dan belt de ander hem op om te melden wat het huiswerk voor de volgende dag is. In de klas van leerling Robert Walmsley, die zich aangetrokken voelt tot het 'bosgebeuren' in de luchtmobiele brigade, heeft iedereen een bijnaam. 'Mij noemen ze Afro, omdat ik uit Zuid-Afrika kom.'

De oriëntatiedagen op kazernes en de bivaks moeten de leerlingen meer inzicht bieden in het leger. Volgens Walmsley zet een bivak tot denken aan. Sommige leerlingen twijfelen sinds hun eerste praktijkervaring of ze wel zo graag beroeps willen worden.

In april moeten de leerlingen kiezen in welk onderdeel ze straks als Beroeps Bepaalde Tijd willen dienen. Daar zullen ze hun stage volgen in het civiele vak dat ze hebben geleerd. Als ze voor de tweede keer een medische en psychische keuring hebben gepasseerd, mogen ze tekenen.

De twee soldaten in spe zijn enthousiast over de opleiding. Ze hebben een beter beeld gekregen van het leger en vooral de lessen sociale vaardigheden en assertiviteit oogsten veel waardering.

Susan: 'Als ik nu in de trein een oude man of vrouw zie, sta ik op om ze te laten zitten. Een paar maanden geleden was ik daar nooit op gekomen.'

Robert: 'Als mijn moeder nu zegt dat ik mijn kamer moet opruimen, ga ik daar niet meer agressief tegenin. Ik zeg nu dat het goed is, en bepaal in stilte wanneer het me uitkomt.'

Meer over