Broos evenwicht in Aleppo

Aleppo lag altijd op een kruispunt van culturen die zelden in vrede samenleefden. Ook nu nog is het een gemengde stad, een smeltkroes van christenen en moslims, van oude en moderne gelovigen....

Aleppo is een stad van de nostalgie. Alles in deze Noord-Syrische metropool lijkt gericht op het verleden ondanks de twee miljoen inwoners en de onafzienbare nieuwbouwwijken aan de randen van de stad. Die nieuwe wijken worden gebouwd in dezelfde befaamde zandsteen die ook voor de middeleeuwse binnenstad is gebruikt. Zo lijkt de blik op het verleden tot in de nieuwste flat te reiken.

Tussen de toeterende taxi's en de Benettonwinkels hangt nog altijd de geur van Arabische poëzie en Ottomaanse stoffen, van citrusbloesems en pistachebomen, herinneringen aan exotische muziek en de zijderoute. Zelfs in het Baronhotel, dat rond de eeuwwisseling werd gebouwd voor treinreizigers uit het westen, is de geest van Lawrence of Arabia nog niet verdwenen.

De gerichtheid op het verleden is er niet voor niets. De oude binnenstad van Aleppo voldoet aan alle verwachtingen die een westerling zich bij een oriëntaalse metropool voorstelt. Een wirwar van steegjes binnen de stadsmuren, een oude citadel op een heuvel, een grote soek - volgens de Aleppijnen de grootste van het Midden-Oosten - en verder ontelbare moskeeën, koranscholen en paleizen. Voor de Unesco was dit alles reden genoeg om het centrum van Aleppo onder bescherming te stellen en toe te voegen tot de lijst van de World Heritage Fund.

Ondanks de economische terugval na de Golfoorlog en de diverse problemen met de tweede Intifada wordt er toch nog flink gerestaureerd en gegraven. Inwoners van de oude binnenstad ontvangen een subsidie als zij hun huis in oude staat herstellen. Duitse archeologen spitten nu in de heuvel van de citadel om onder de Ottomaanse, Byzantijnse en Romeinse resten de Hetieten-tempels uit het tweede millennium voor Christus op te graven. Of zij bewijzen zullen vinden voor de oudste Syrische beschaving, de Halafperiode, die zo'n 6500 jaar geleden in Mesopotamië begon, blijft in het ongewisse. Echt belangrijk is dat niet, want de trotse Aleppijnen zullen zich, ondanks alles wat er boven de grond komt, blijven beschouwen als inwoners van de oudste, doorlopend bewoonde stad ter wereld.

De geschiedenis was roerig. Steeds lag Aleppo op een kruispunt van culturen die zelden in vrede samenleefden. Zij zaten klem tussen Perzen en Romeinen, Byzantijnen en Sassaniden, kruisvaarders en Abassiden, Ottomanen en Arabieren. In de architectuur is dat terug te vinden.

De moskeeën verraden welke cultuur er wanneer dominant was. De grote Omayaden-moskee uit de 7de eeuw herinnert aan het eerste kalifaat van de Islam. Niet lang na Mohammed ontwikkelde deze nieuwe religie zich vooral in de stedelijke centra van Syrië, in Damascus en Aleppo, tot een wereldgodsdienst. De spitse minaretten zijn Ottomaans, de ronde Damasceens en Egyptisch, de gedraaide en gebeeldhouwde zijn Mongools, de vierkante werden door de Turkse Seldsjoeken gebouwd, die er in de tijd van de kruistochten heersten.

Die periode heeft evenzeer zijn sporen nagelaten, al zijn de woeste Franken uit het westen er nooit in geslaagd de stad in te nemen. Aleppo was de eerste grote Arabische stad waar de kruisridders op stuitten nadat zij in 1098 vanuit Constantinopel door het Byzantijnse rijk waren getrokken. Maar wat deze ridders zich waarschijnlijk niet realiseerden was het feit dat hier een omvangrijke christelijke gemeenschap leefde. Byzantijnen, Syrisch-orthodoxen en Armeniërs maakten een onmisbaar deel uit van de handel en nijverheid. Toen de Arabieren in 637 de stad hadden veroverd, waren veel christenen zelfs blij dat zij het Byzantijnse juk konden afwerpen. De islam progageerde gelijkheid van alle christelijke splintergroepen, bovendien werden de kerkgebouwen met rust gelaten. Toen vierhonderd jaar later de kruisvaarders kwamen, werd dit evenwicht ernstig verstoord. Omdat de stad zich niet overgaf, vernielden de belagers alle islamitische begraafplaatsen buiten de middeleeuwse stadsmuren. De moslims namen nu wraak op de autochtone christenen. De kerken werden onteigend en in moskeeën geconverteerd. De christenen werden gedwongen om buiten de stadsmuren een nieuwe christelijke wijk te bouwen - het huidige Djdeide en Salibeh. Zelf spraken de autochtone christenen nooit van kruisvaarders maar van Franken. Het woord kruis was hen te heilig voor een meute barbaarse veroveraars.

Het evenwicht tussen christenen en moslims is in het huidige Aleppo nog steeds broos. Voorop staat dat de christenen er in vrede kunnen leven en er altijd een veilig heenkomen hebben gevonden. Armeniërs en Syrisch-orthodoxen die de Turkse genocide van 1915 ontvluchtten, konden terecht in Syrië, evenals later de Chaldeeën en Nestorianen uit het geplaagde Irak. Nog steeds zijn er in Aleppo kerken die één enkele gemeenschap uit één Turkse of Irakese stad herbergen. Zo hebben de Armeniërs uit Gaziantep hun grote kerk in de nieuwbouwwijk Villat en de Chaldeeën uit Diyarbakir en Mosul hun kerk in de wijk Azizieh. De Syrisch-orthodoxen uit de wijk Hajj Surian zijn nog preciezer; zij arriveerden op 26 februari 1924 met z'n allen uit het Turkse Sanliurfa, het oude Edessa.

De christelijke wijk Djdeide bereik je door langs de Bab Faradj, de Ottomaanse klokkentoren, de oude stad uit te lopen. Nog steeds liggen in de kleine steegjes talloze kerken, Armeens-, Syrisch-, en Grieks-orthodoxe en katholieke, Maronitische en Chaldeeuwse. Ook liggen hier de mooiste 17de- en 18de-eeuwse stadshuizen, ooit in het bezit van rijke christelijke, joodse en koerdische handelaren, en nu vaak omgebouwd tot restaurant, hotel of museum. Naast christenen en moslims schijnen er nog twee oude joodse dames in Aleppo te wonen. De rest heeft de laatste veertig jaar 'vrijwillig' mogen vertrekken. De oude Al-Bandarasynagoge staat er nog. Hij werd vlak voor de Golfoorlog gerestaureerd met buitenlands kapitaal, maar hij is de laatste tien jaar alweer aardig in verval geraakt. De enige sleutel van het gebouw is in handen van een rabbi die driehonderd kilometer oostwaarts in El-Qamishle woont.

Aleppo is een gemengde stad, een smeltkroes van christenen en moslims. Van oude en moderne gelovigen, want in de vele nieuwe wijken woont een moderne burgerij die grotendeels geseculariseerd is. Toch blijft het geloof een onmisbaar onderdeel van de identiteit van de verschillende groepen uitmaken en de nieuwe moskeeën en kerken getuigen daarvan. In de nieuwere christenwijk Azizieh staan de moderne Grieks-katholieke en de Chaldeeuwse kerk prominent bij elkaar. De afgelopen jaren heeft men tussen deze gebouwen, naar Saoedisch voorbeeld, de grootste moskee van de stad gebouwd, met vier immens hoge minaretten. Veelbetekenend heeft men die de Moskee van de Eenheid genoemd.

Meer over