Bron van de democratie

Nederland gaat volgende week stemmen. Peter Giesen bezoekt in Griekenland de heuvel Pnyx, de geboorteplaats van de democratie: niemand te bekennen....

De wieg van de democratie ligt er wat verweesd bij. De Pnyx is een heuvel in Athene waar de volksvergadering vroeger bijeenkwam. Een dor, rotsig veldje met uitzicht op de Acropolis. Het spreekgestoelte, de bèma, is bewaard gebleven: een grote steen die de spreker ooit licht boven het volk verhief. De suppoosten lummelen een beetje rond. Ze hoeven niemand in de gaten te houden, want er is niemand.

De Pnyx is een van de belangrijkste plaatsen uit de wereldgeschiedenis. Maar een monument voor de democratie kan het nauwelijks worden genoemd. Meer dan een bordje met summiere uitleg is er niet te vinden.

Iets verderop, op de Acropolis, puffen toeristen als dwangarbeiders in een lange sliert naar boven. Ze worden opgezweept door een suppoost: ‘Niet stilstaan! Doorlopen!’

Op de aangrenzende oude agora, de antieke markt in het stadscentrum, is het al een stuk rustiger. De kale Pnyx wordt echter door de meeste toeristen overgeslagen.

‘De Grieken willen de Pnyx in zijn oorspronkelijke staat laten. Democratie gaat over mensen. Daar passen geen praalmonumenten bij’, zegt Sotiris Var-dakis van het Grieks Verkeersbureau.

De Grieken zijn trots op hun klassieke democratie. ‘Het is ons geschenk aan Europa. Zonder ons zou Europa niet bestaan’, zegt Emmanuel Eleftherakis (34), een consultant die met zijn laptoptas langs de agora loopt.

‘Het is toch heel bijzonder dat mensen 2.600 jaar geleden hebben bedacht dat ze niet afhankelijk hoefden te zijn van een koning, maar zichzelf konden besturen’, vindt bankier Manos (30), die een sigaretje rookt op de stoep van de Nationale Bank van Griekenland.

Op de Pnyx is het allemaal begonnen. Nu onderdeel van een stadspark, in klassieke tijden een natuurlijk amfitheater dat plaats gaf aan 6000 mensen, ongeveer een vijfde van de toenmalige stadsbevolking. Dat was ook het quorum voor belangrijke beslissingen. Als de opkomst te wensen overliet, ronselden slaven weigerachtige burgers op de nabijgelegen agora. Ze sloegen de burgers met in rode verf gedoopte touwen. Wie met rode vlekken werd betrapt, moest een boete betalen.

De Atheense democratie was alleen voor mannen, ook omdat burgerschap gekoppeld was aan militaire dienst. Als de Atheners niet vochten, hadden ze genoeg tijd om te vergaderen, want het vuile werk lieten ze over aan slaven.

Ondanks deze minpunten belichaamt de Atheense democratie nog altijd een krachtig ideaal. De Atheners lieten de politiek niet over aan professionele politici. Ze deden het zelf. Veel bestuurders werden door het lot aangewezen. Een willekeurige boer kon zichzelf opeens terugvinden in de hoogste staatsorganen.

Het volk nam niet altijd de juiste beslissingen. In een hoekje van de oude agora liggen de restanten van de gevangenis, waar Socrates in 399 voor Christus zijn beker met het giftige dollekervel zou hebben leeggedronken. Hij werd ter dood veroordeeld omdat hij de jeugd zou hebben bedorven. In werkelijkheid werd hij aangewezen als zondebok voor de nederlaag van Athene tegen Sparta. Na dit verlies werd korte tijd een dictatuur gevestigd, waarin enkele leerlingen van de filosoof een prominente rol speelden.

De dood van Socrates sterkte een andere leerling, Plato, in zijn afkeer van de democratie. Hij ontwierp zijn eigen staatsideaal, met een koning-filosoof aan het roer. Daarmee geldt hij nog altijd als de aartsvader van het totalitaire denken.

Vroeger kon Plato over een rustige landweg van de agora naar zijn Academie wandelen. Tegenwoordig voert de route langs zwerfvuil, een bandenservice, een handel in siervelgen en eindeloze reeks flats. Dit is het volkse Athene, waar met olie besmeurde monteurs tussen de middag hun gyros eten.

In een parkje zijn de schamele resten van de Academie opgegraven, een kuil met een paar fundamenten. Het vergt erg veel fantasie om hier Plato en Aristoteles voor je te zien, discussiërend over de juiste staatsvorm.

In 260 voor Christus maakten de Macedoniërs een einde aan de democratie. Daarna volgden talrijke vreemde overheersers. Van 1456 tot 1829 waren de Ottomaanse Turken de baas. Hieruit wordt nog altijd de Griekse houding ten opzichte van de overheid verklaard: een vijand die je best mag belazeren.

Acropolis
In de Ottomaanse tijd zetelde het militair gezag op de Acropolis. Het Parthenon werd verbouwd tot moskee. De wijk Plaka, aan de voet van de Acropolis, werd het civiele bestuurscentrum waar ook de Albanese bewakingstroepen waren gelegerd.

Van het Ottomaanse Athene is niet veel over. Op het Monastarakiplein staat de niet meer gebruikte Tzistarakimoskee zonder minaret. In de zon staan Afrikanen met hun handeltjes in zonnebrillen, horloges en tasjes. Een mysterieuze schaduweconomie van verschoppelingen die nooit iets lijken te verkopen. In de aangrenzende straten heerst nog altijd de sfeer van een Turkse bazaar, een aaneenschakeling van winkels vol snuisterijen en T-shirts met teksten als Life is too short to be in a bad mood.

Met zijn smalle straatjes lijkt Plaka een beetje op het Griekenland van de eilanden. Je neemt er een souvlaki en een halve liter Amstel, terwijl je uitkijkt op de Acropolis die majestueus boven de stad uit torent. De combinatie van klassieke cultuur en pretentieloze gezelligheid maakt Athene een prachtige bestemming. Bovendien ligt het strand van Glyfada vlakbij.

In het metrostation Acropolis hangt een tekening van Athene in de jaren dertig van de 19de eeuw. Kamelen grazen aan de voet van de Acropolis. Athene was een Ottomaanse provinciestad geworden, waar nog maar 4000 mensen woonden.

Tegenwoordig is het een miljoenenstad. Vanaf de Acropolis zie je een woestijn van witte flats, uitgesmeerd over de heuvels van Attica. De stadsuitbreiding is grotendeels ‘op zijn Attisch’ uitgevoerd: zonder enige planning. Toch is het stadscentrum niet zo hectisch. Een groot deel is voetgangersgebied.

Aan de drukke winkelstraat Stadiou staat de zwartgeblakerde Marfin Egnatia Bank. Op de stoep liggen knuffels en bloemen. Op 5 mei werd de bank aangevallen door anarchisten met molotovcocktails. Drie medewerkers zaten opgesloten en kwamen om het leven. Die dag werd ook het parlementsgebouw op het Syntagmaplein bestormd, met de leuze ‘het parlement zijn hoeren’.

De Grieken zijn de uitvinders van de democratie, maar hun democratie staat er weinig florissant voor. ‘In de klassieke democratie had je als burger directe invloed’, zegt bankier Manos. ‘Nu hebben we een representatieve democratie. Als we het niet eens zijn met de regering, kunnen we alleen maar de straat op gaan.’

Incompetentie
Veel gewone Grieken vinden dat zij de prijs betalen voor de incompetentie van hun elite. Volgens de commentator van het dagblad Kathimerini is dat al te gemakkelijk: de bevolking profiteerde zelf ook van de vrijelijk uitgedeelde ambtenarenbaantjes en het oogluikend toestaan van belastingontduiking.

Maar het stoort de trotse Grieken dat ze voor geldverspillers worden uitgemaakt door Noord-Europeanen met hun vette inkomens. ‘De salarissen beginnen hier bij 680 euro, terwijl de prijzen even hoog zijn als bij jullie’, zegt consultant Emmanuel Eleftherakis.

De Grieken zijn niet van plan zich zo maar in een hoek te laten drukken, zegt Eleftheriakis. Ze hebben gevochten tegen de Turken en tegen de Duitsers. En nu zijn ze niet van plan zich te laten koeioneren door Europa of de regering-Papandreou.

‘We zijn een trots volk. We zullen vechten’, zegt hij. ‘Wij Grieken zijn een volk van overlevers.’

Meer over