Brokken Irak slaan terug op Westen

De oorlog in Irak wordt telkens vergeleken met de Vietnamoorlog en de strijd tegen Hitler. Deze historische analogiehebben helaas, aldus H.W.G....

Van Talleyrand is het gezegde afkomstig 'erger dan een misdaad, een stupiditeit!' Dat na de Tweede Wereldoorlog dat woord op weinig ondernemingen m van toepassing is dan op de Irak-oorlog, is inmiddels duidelijk. Het is interessant om te zien hoe ook bij ons de overtuigde voorstanders van Bush' oorlog stapje voor stapje 'omgingen' en ten overstaan van de bloederige chaos en de systematische onthullingen over misleiding, bedrog en blunders hun bakens verzetten. De ene ruiterlijk, ander meesmuilend met de zijdelingse snier dat als de tegenstanders nu in triomfalisme of verkapt leedvermaak zouden vervallen, hun gelijk toch veel minderwaardiger blijft dan het fundamentele en morele gelijk van het eigen ongelijk. Nakaarten heet tegenwoordig niet alleen hinderlijk maar vooral kinderlijk, voor politieke missers evenzeer als voor beoordelingsfouten.

Veel belangrijker is de betekenis die historische analogie die grote dwaallichten in de geschiedenis, bij dat hele proces op allerlei vlak hebben gespeeld. Het verleden was voortdurend op de achtergrond aanwezig. Zo drong zich aan Amerika zelf de omineuze vergelijking met Vietnam op. Dat is maar ten dele juist. Irak is wat de historische uitwerking betreft veel ernstiger, ook als het destijds een jarenlang conflict betrof met (voorlopig) nog veel meer slachtoffers. Vietnam leidde dan wel tot een diep trauma, maar dat werd vooral een intern Amerikaans probleem. De brokken in Irak rakenechter het hele Westen en de hele Arabische wereld. Vietnam speelde bovendien tijdens en in het kader van de Koude Oorlog en de VS. Ze zaten er opgescheept met de erfenis van Europa's kolonialisme, een verzachtende omstandigheid. Maar het Amerikaanse Irak-fiasco, gevolg van bekrompen politiek dilettantisme, betekent nu ook voor Europa een versterkte voedingsbodem voor het terrorisme en voor de haat bij fundamentalistische moslims tegen heel het Westen, zijn cultuur en waarden.

Na 9/11 werd in de VS ook onmiddellijk Pearl Harbour (de verrassende Japanse overval in 1941) aangeroepen. Bush heeft die vergelijking daarop dankbaar tot kapstok van zijn politiek gemaakt: Amerika was weer in oorlog. Door Saddam tot bondgenoot van Bin Laden te bombarderen, werd de bestrijding van het terrorisme een vertrouwde oorlog tegen een dictator. Maar die analogie met de strijd tegen het hakenkruis heeft ook in Nederland en Europa tal van commentatoren en intellectuelen beloed. 'Democratie tegen Dictatuur' is immers het overschaduwende paradigma dat generaties na Hitler in het bloed zat.

Ook Blair schijnt die analogie voor ogen te hebben gestaan: onverzettelijk als Churchill zou hij zijn land leiden tegen een gevaarlijk dictator en zijn critici trotseren vanuit het bewustzijn dat de geschiedenis hem tenslotte gelijk zou geven. En opnieuw, zoals bij tal van momenten sedert 1945, dook ook de analogie met Mn en appeasement in dat debat op om de tegenstanders en critici van het Bush-team dadelijk in het verkeerde hok te zetten.

Ook bij het einddoel van de oorlog en van de Amerikaanse bezetting democratisering van Irak en daarna van het Midden-Oosten dook het verleden op. Washington herinnerde zich de succesvolle ontwikkeling in Duitsland na 1945 tot stabiele democratie. Maar ook dat berust dat op een volslagen gebrek aan historische kennis: de Tweede Wereldoorlog was om te beginnen door Hitler, de Irak-oorlog door Bush ontketend, hetgeen al een niet onbelangrijk volkenrechtelijk legitimatieverschil maakt. De metamorfose van Duitsland (eerst alleen van het westelijke deel) is een vrij uniek historisch fenomeen. Allereerst ging het om een cultuurvolk dat kind was van dezelfde grote antiek-christelijke erfenis als heel Europa. Duitsland kende ook een liberaal-democratische traditie en in Weimar een eerste democratie. Bovendien kan men de Amerikanen een in hoofdlijnen intelligent bezettingsbeleid na 1945 toedichten. De spoedige welvaart kwam daar nog als bezegeling van het verbond bij. Toen had men bovendien met een grote tegenspeler te maken, nu niet meer. Onbedreigde macht maakt niet alleen arrogant, ook dom.

Dat Bush, Condoleeza Rice en anderen nu de D-day-herdenking gretig aangrijpen om Europa te herinneren aan Amerika's rol als bevrijder ligt propagandistisch voor de hand. Maar mochten ze zelf geloven in die parallel (wat niet valt uit te sluiten) dan is dat het zoveelste bewijs van de giftige angel in de historische analogie. De duizenden Amerikaanse graven in Europa's aarde zijn reden tot dankbaar gedenken. Ze zijn daarom nog geen schuldbrief waarmee een geheel nieuwe generatie Amerikaanse politici zestig jaar na dato kan zwaaien. De recente onthullingen over Amerikaanse praktijken in de Abu Ghraib-gevangenis kunnen eerder een heel andere analogie oproepen. Ook die is uiteraard aanvechtbaar al gaat het om m dan een paar 'excessen' en passen ze helemaal in het 'nood-breektwet'-denken van Bush' kruistocht of Amerikaanse 'jihad'.

Maar daar waren pers en media als ongecorrumpeerde defensielinie van de democratie om de zaak aan het licht te brengen. Hitler heeft bij mijn weten nooit excuses aangeboden aan slachtoffers van de Gestapo. Dat doet geen enkele dictator. Totalitaire terreur behoort tot een andere categorie. Opmerkelijk is de gebleken broosheid van onze waarden en rechtsbeginselen. Als een natie zich bedreigd voelt, is ze snel geneigd die opzij te zetten onder het motto 'nood breekt wet'. De verbijstering en schok na 9/11 werden door de oorlogstheorie van Bush kunstmatig in leven gehouden om plannen van zijn neoconservatieve adviseurs door te drukken en een crisisgevoel te verlengen waarbij rechtsregels buiten werking konden worden gesteld. En dat bleek mogelijk mede dankzij de tv de voornaamste informatiebron voor de doorsnee-Amerikaan, waarvan de belangrijkste zenders zich in handen van de kapitaalkrachtige Bush-aanhang bevinden. Niet The New York Times is een bijbel van de kleine Archie Bunkers. Dus zonder formele censuur of beknotting van de vrije meningsuiting, blijkt een moderne democratie fundamentele kritiek te marginaliseren. Zij kan een sfeer cren, waar elke oppositie als onvaderlands en semi-verraad wordt neergezet. De Nederlandse regering koos voetstoots zonder parlement of Europees overleg voor Bush, zelfs buiten de VN om: een opmerkelijke breuk met de lange traditie van steun aan internationale overlegorganen en internationaal recht. Maar het atlantische automatisme, dat altijd voor de VS koos, bleek sterker en had de Koude Oorlog overleefd. Curieus was daarbij ineens de pejoratieve betekenis die het woord 'pacifistisch' kreeg in het land van de principi inzet voor vrede, en nog wel met betrekking tot Duitsland hier ook na de oorlog nog lang als onverbeterlijk militaristisch gewantrouwd. Nu viel onze krijgshaftigheid wel mee, we kwamen pas in actie bij wat wij braaf de Amerikanen napratend 'wederopbouw' en de Irakezen zelf 'bezetting' noemen, en we kozen voor veilig gebied. Tegen een soldaat die in de verwarring een Irakees doodt, wordt een proces overwogen. Als dat een algemene stelregel was, zou Europa nu nog met de processen van de Spaanse Successieoorlog zitten. Maar bij de eerste gesneuvelde Nederlander breken premier en defensieminister prompt hun verblijf elders af. Zo gemakkelijk raken we onze 'pacifistische' erfenis nu ook weer niet kwijt.

Meer over