Broek/rok

Mijn collega-stukjesschrijver op deze plek droomde vorige week weg bij een nieuw verschijnsel in het arbeidsrecht: de broekenjager. Een welkom aan de vrijgevochten vrouw op het erotisch slagveld van de werkvloer, waar nu dus ook de ondergeschikte broekendrager niet meer veilig is....

Maar ook mannen blijken druk met inhaalmanoeuvres, op het terrein van de gelijke behandeling bijvoorbeeld. Lange tijd werden alleen vrouwen getroffen door seksediscriminatie, maar het oprukkend vrouwenlegioen lijkt inmiddels het slachtoffer in de man wakker te maken.

Nog steeds zijn de meeste uitspraken over seksediscriminatie, zaken waarin van ongelijke behandeling van vrouwen sprake is. Bijvoorbeeld ontslag wegens zwangerschap of een lagere beloning. Maar ook de man ontdekte het klagen.

Anekdotisch is de postbode die klaagt over het verbod zomers een korte broek te dragen, terwijl zijn vrouwelijke collega in een broekrok de post mag bezorgen. De rechtbank zag hierin (in tegenstelling tot de Commissie Gelijke Behandeling) geen seksediscriminatie. Een korte broek wordt, zo meende de rechtbank, of die nu wordt gedragen door mannen of door vrouwen, geassocieerd met vrije tijd en zelfs met frivoliteit. Dat geldt niet voor de broekrok die eerder ruikt naar degelijkheid. Zo'n kledingstuk past wél in het imago van de postbode. Nu ook vrouwen geen korte broek mogen dragen, is er van ongelijke behandeling geen sprake.

Meer serieus te nemen valt de klacht van een mannelijke medewerker van het ministerie van Landbouw die niet in aanmerking kwam voor een door het ministerie gesubsidieerde kinderopvangplaats. Deze plaatsen werden alleen ter beschikking gesteld aan vrouwelijke medewerkers.

De ambtenaar had al bot gevangen bij de Commissie Gelijke Behandeling en bij de rechtbank. De Centrale Raad van Beroep, waar de man daarna terechtkwam, vroeg het oordeel van het Europese Hof van Justitie. Het Hof achtte de regeling waarbij kinderopvangplaatsen werden voorbehouden aan vrouwelijke werknemers, in beginsel discriminerend. In dit geval werd het gemaakte onderscheid echter toelaatbaar gevonden wegens een zware ondervertegenwoordiging van vrouwen, die bij een gebrek aan kinderopvang ook nog eens hun werk zouden opgeven. Het Hof van Justitie vond overigens wel dat alleenstaande vaders (voor wie ook geldt dat zij afhankelijk zijn van kinderopvang) ook voor de regeling in aanmerking moesten kunnen komen.

Alles op zijn kop: vrouwen die hun handen niet thuis houden en mannen die zich beijveren voor kinderopvang.

Meer over