Broeiend en bruisend

In de stukken van de Needcompany smeult van alles. Maar anders dan zielsverwant Lars von Trier, geeft regisseur Jan Lauwers er een vrolijke draai aan.

Het ziet er allemaal heel lieflijk en vredig uit: het dorpsplein met de fontein in het midden, de kleurig geklede bewoners, het gezellige komen en gaan van passanten en straatvegers die de stoep schoonvegen. Dit zou een dorpje aan zee kunnen zijn, of ergens midden in de Ardennen. Of het dorp uit onze eigen jeugd. Maar het is het toneelbeeld van de voorstelling Marktplaats 76 van de Needcompany, het Vlaamse theatergezelschap van Jan Lauwers. En dan weet je het wel: onder die vredigheid broeit iets, is iets gaande, staat van alles te gebeuren.

Dogville meets Dutroux - dat is de kortst mogelijke samenvatting van deze nieuwe productie van de Needcompany, dit weekeinde twee keer te zien op het Holland Festival. Lars von Triers film over een dorpsgemeenschap in de ban van sociale onderdrukking en plotseling uitbarstend geweld wordt hier gecombineerd met de gruwel van kindermisbruik.

En dat op een bedrieglijk luchtige manier en met een bijna lichte toon. De voorstelling is een boosaardig sprookje, parabel, thriller, soap en art-musical ineen, opgetuigd met fantasy en suspence. Er wordt gezongen en gedanst, veel heen en weer gepraat in een mengeling van talen, vooral Nederlands, Engels en Frans.

Marktplaats 76 begint met de herdenking van de ramp die zich precies een jaar geleden in het dorp voltrok. Bij een explosie kwamen zeven kinderen om. Eerst werd gedacht aan een terroristische aanslag, maar het bleek een ontplofte gasfles te zijn. De dorpelingen - de bakkersvrouw, de loodgieter, de slager - komen samen op het plein om de doden te herdenken. Maar er blijkt veel meer onverwerkt verdriet, wraak en onbegrip aanwezig. Dan volgen de ontwikkelingen elkaar op, met als miraculeuze coup de théâtre een boot die uit de lucht valt. Hierin zit een straatveger die als een soort messias op aarde terugkeert. Samen met zijn collega in het dorp wordt hij degene die alles in de gaten houdt, stuurt, van commentaar voorziet en, wie weet, ook nog tot een goed einde brengt.

Marktplaats 76 ging vorig jaar in wereldpremière tijdens de Ruhr-triennale en stond eerder deze maand een paar avonden in deSingel in Antwerpen. Er waren weglopers en ook bravo-roepers. Maar de meesten keken toch met de nodige verwondering naar deze bizarre bonte kermis, waarin groot en klein leed in een snelkookpan zijn samengeperst en straatvegers de lakens uitdelen.

De straatveger als de hoeder van de mensheid.

Lauwers: 'In alle wereldsteden zie je intussen straatvegers in oranje of gele pakken en meestal zijn het immigranten of opgeklommen illegalen. Bij het kantoor van de Needcompany in Brussel heb ik de eerste straatveger ontmoet die gedag zei en met wie ik aan de praat raakte. Dat bleek een man te zijn die aan de universiteit van Mogadishu had gestudeerd, was gevlucht en op straat in Brussel was geëindigd.'

Daags na de voorstelling in Antwerpen zit Jan Lauwers monter aan de koffie in het café van deSingel. Hij is de bedenker van Marktplaats 76, schreef de tekst en regisseerde ook de voorstelling. Het wel en wee van de illegalen was daarbij zijn uitgangspunt, in de voorstelling noemt hij dat 'de vijfde wereld'. 'Ik ga ervan uit dat illegaliteit niet bestaat, niemand kan illegaal zijn. Dat is ons vertrekpunt geweest en dat is inderdaad een politiek statement. Hoe is het mogelijk dat wij in Europa zo arrogant zijn dat wij ons het centrum van de wereld wanen en blind zijn voor wat we hebben gecreëerd, namelijk een soort onderwereld bevolkt door mensen wier bestaan wij ontkennen.'

Bij het kijken naar Marktplaats 76 komt de toeschouwer ogen en oren tekort en kan soms een en ander maar moeilijk duiden. Misschien hoeft dat ook helemaal niet, vindt Lauwers, en moet je die beeldtaal maar gewoon over je heen laten komen. 'Er gebeurt in Marktplaats 76 in korte tijd zo veel, dat het in feite onmogelijk is. Incest, seksueel geweld, alles wat fout is, zit erin. Maar al die dingen staan wel in de krant, elke dag weer. Dit is een dorp waarin de multiculturaliteit kapot dreigt te lopen, maar doordat er een ramp is gebeurd, kunnen de verschillende groepen misschien weer verbroederen. Een voorstelling is voor mij pas goed als alles willekeurig bij elkaar lijkt geïmproviseerd, maar in werkelijkheid alles van minuut tot minuut strak is getimed.'

Dat je bij het kijken naar Marktplaats 76 nogal aan Lars von Triers Dogville moet denken, snapt Lauwers wel. Hij ziet de Deense filmregisseur als partner in crime, een zielsverwant. Het verschil tussen beiden is alleen dat Von Trier vanuit een gedeprimeerd standpunt werkt en Lauwers juist veel optimistischer naar de wereld kijkt. Eigenlijk is Marktplaats 76 een antwoord op het naargeestige, gewelddadige einde van Dogville, vindt hij.

Lauwers: 'Ik geloof in de overlevingskracht van mensen. De kunst kan daarbij een belangrijke rol spelen en in die zin ben ik veel positiever geworden. De 20ste eeuw was een eeuw van vernietiging en deconstructie, de 21ste eeuw is er een van constructie en reconstructie. We moeten een begrip als schoonheid weer durven hanteren en uit onze ivoren torens komen. Daarom zit er ook zo veel muziek in Marktplaats en zingen de mensen samen - muziek als louterend contact, muziek die de emoties toelaat.'

Het ongebreidelde en overvolle Marktplaats 76 is illustratief voor de Needcompany, het gezelschap dat Jan Lauwers in 1986 oprichtte. Intussen is het een beetje een familiebedrijf geworden: zijn vrouw, danseres en choreografe Grace Ellen Barkey, is er nauw bij betrokken en maakt er eigen producties. En in Marktplaats 76 maakte ook zijn 18-jarige dochter Romy Louise Lauwers haar debuut bij de Needcompany.

Standplaats: Brussel. Speelplek: de hele wereld. Meteen al vanaf het begin was het internationale aspect het bestaansrecht van de groep. Niet blijven hangen in eigen land, maar theaterkunst (een mix van tekst, dans, performance, muziek, beeldende kunst) brengen naar Japan, New York, Australië, heel Europa en alle grote festivals.

Tweehonderd dagen per jaar brengt de groep in het buitenland door, voor de rest wordt opgetreden in eigen land en uiteraard gewerkt aan nieuwe creaties. Spraakmakende voorstellingen waren en zijn onder meer De Kunst der Vermakelijkheid, Het Hertenhuis, De Lobstershop en De Kamer van Isabella. Vooral die laatste voorstelling, met een grandioze rol voor de Vlaamse actrice Viviane De Muynck, reisde sinds 2002 de wereld over en doet in de nabije toekomst ook China en Taiwan aan.

'Dit is een vorm van totaaltheater die losjes en bijna achteloos lijkt te zijn samengesteld, maar uiterst geraffineerd in elkaar zit. Er is een goed doordachte afwisseling van vermakelijke en onthutsende scènes, van verbaal geweld en weldadige stiltes.' Dat schreef de Volkskrant over De Lobstershop, toen die voorstelling in 2007 in het Holland Festival te zien was. Een typering die nog steeds op veel producties van de Needcompany van toepassing is, en zeker ook op Markplaats 76.

Lauwers: 'Ons ensemble bestaat nu uit zeventien performers en die komen uit Korea, Japan, Canada, Nederland en België. Ze sluiten zich bij de groep aan, blijven soms hangen, gaan ook weer weg. Ze beschikken over een brede range van mogelijkheden, ze kunnen dansen, acteren, muziek maken. Voor mij is de hele wereld een speeltuin en wij verbeelden daarin als rondreizende artiesten onze verhalen over het leven zelf. Ik zie mijzelf dan ook als een radicaal entertainer.

'In Marktplaats 76 creëer ik eigenlijk positieve conflicten. Er gebeurt veel tegelijk en dat heeft zeker ook met mijn barokke, katholieke Antwerpse achtergrond te maken; wat dat betreft ben ik een genereus kunstenaar. In de voorstelling zegt Kim-Ho Signoret, de vrouw van de loodgieter: 'Ik speel geen hoer, ik ben de hoer.' Zij aanvaardt haar lot, zij is getraind in overleven. Daar hou ik van: van de kracht van overleven.'

Als jongeman werkte Jan Lauwers onder meer voor Oxfam, hij runde een tijdje een wereldwinkel en twijfelde over een carrière in politiek, ontwikkelingshulp of kunst. Het werd het laatste. Kunst in brede zin. Want niet alleen zijn Needcompany brengt verschillende vormen van podiumkunst bijeen, hij is ook nog beeldend kunstenaar, vooral in de sfeer van de performancekunst. Met de Needcompany werkt hij in verschillende musea, waarvoor hij installaties en performances maakt.

De internationale status en ambities van de Needcompany werden in 2009 verder onderstreept met de uitnodiging om 'artists in residence' te worden bij het befaamde Burgtheater in Wenen. Dit stadsgezelschap, met zijn 140 vaste acteurs en 28 premières per jaar, is het grootste toneelgezelschap van Europa. Met Lauwers en trawanten wilde het Burgtheater in dit van oudsher wat behoudende toneelbolwerk enig avontuur binnenhalen, of zoals Lauwers zegt: 'een zootje ongeregeld ertussendoor laten lopen'. In Wenen regisseert Lauwers nu geregeld een voorstelling met Burgtheater-acteurs en eigen mensen, en er worden coproducties gemaakt. Voor gastregies bij andere gezelschappen of bij de opera, zoals collega's als Johan Simons, Guy Cassiers en Ivo van Hove doen, voelt hij weinig.

'Voor een theaterregisseur zijn opera's onaantrekkelijk of je moet ze totaal binnenstebuiten keren en die strijd wil ik niet aangaan. In opera ben je als regisseur doorgaans onbetekenend. Ik zag laatst Cosí fan tutte in regie van Michael Haneke: Mozarts muziek blijft van een grote schoonheid, maar als regisseur kun je er weinig mee. Met een gastregie bij de opera verdien je veel geld, en dat moet absoluut de enige reden zijn waarom al die jongens zo graag een opera doen. Geld en aanzien.'

Need to know was de eerste voorstelling van de Needcompany die in 1987 in Nederland in het Mickery Theater te zien was. Lauwers werd toentertijd door de Volkskrant geïnterviewd, onder meer over het ontbreken van een moraal in zijn manier van theater maken. 'Ik stel vragen, verbind zaken met elkaar en kijk wat er uitkomt. Dat is voor mij een middel om te ontdekken hoe de wereld in elkaar steekt en waarom de wereld, ondanks alle verwarring, toch zo mooi is. Misschien omdat het zo ingewikkeld is.'

Een kwart eeuw later zijn die woorden voor hem nog steeds van toepassing. En hij verwijst graag naar beeldend kunstenaar Donald Judd. Lauwers: 'Je hebt iemand als Donald Judd nodig om te zeggen dat een bos niet bestaat uit bomen, maar uit de afstand tussen twee bomen. Ja, daar heb je een kunstenaar voor nodig.'

Extra: Lauwers en Cassavetes

Jan Lauwers (foto) noemt de Amerikaanse filmregisseur John Cassavetes (1929-1989) zijn mentor, die hem heeft leren inzien hoe met mensen om te gaan. Via contacten met de Cassavetes Foundation heeft Lauwers intussen de rechten verkregen voor een theaterbewerking van Cassavetes' laatste en pas onlangs ontdekte script: Begin the beguine (de titel verwijst naar een song van Cole Porter), geschreven in 1987. De wereldpremière van Begin the beguine is in april 2014 in het Burgtheater in Wenen; de beroemde acteur Gert Voss zal aan deze voorstelling van Jan Lauwers meedoen.

undefined

Meer over