Broeders geven asielzoeker meer dan taalles

Het mooiste compliment kwam van een Joegoslavische asielzoekster. Na een van de eerste cursussen Nederlands die broeder Willem Sondeijker had georganiseerd, raakte deze vrouw hem met één opmerking recht in het hart....

Sondeijker is lid van de congregatie van de Broeders van Maastricht. Begin jaren negentig overwoog deze congregatie haar klooster in het centrum van Den Haag te sluiten. Er woonden nog maar heel weinig broeders in het bijna 140 jaar oude klooster. Een paar Haagse broeders wilden echter graag blijven en nog één keer in het grote pand een project opzetten. Dat werd de Stichting Wereldvenster, die zich ging toeleggen op het lesgeven aan asielzoekers.

'Toen we in 1995 begonnen, dacht we bij vijftig cursisten te stoppen', herinnert Sondeijker zich. Al snel bleek het project echter in een veel grotere behoefte te voorzien. 'Er staan nu 129 asielzoekers als cursist ingeschreven. Er is een wachtlijst en we moeten elke dag nee verkopen.'

De meeste cursisten zijn asielzoekers die niet meer in een van de overvolle asielzoekerscentra wonen, maar logeren bij vrienden of familie. Zij zijn in afwachting van de beslissing van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of ze in Nederland mogen blijven.

'Deze mensen mogen officieel niet werken', vertelt de enige betaalde kracht van Wereldvenster, B. Bussink. Hij kent de kritiek op zijn werk: door hun Nederlands te leren, geef je de asielzoekers te veel het idee dat ze hier mogen blijven. 'De beslissing van de IND laat soms jaren op zich wachten. Moet je ze dan al die tijd hier laten wonen zonder dat ze in het Nederlands een kop koffie kunnen bestellen?'

Het gaat niet alleen om de lessen Nederlands, zegt Bussink. 'We zijn een keer benaderd door het traumacentrum in Oegstgeest. Zij hadden een asielzoekster behandeld die terug mocht naar haar kamer in Den Haag. Maar ze waren bang dat het weer helemaal fout met haar zou gaan als ze in haar eentje de hele dag op haar kamer zat. Stad en land hebben ze afgebeld, maar de vrouw kon nergens heen omdat ze geen officiële vluchtelingenstatus heeft. Bij ons kon ze wel terecht. Wij konden haar een dagbesteding bieden én sociale contacten.'

Broeder Lex Weiler kaatst de kritiek op het werk van Wereldvenster met één zin terug: 'Het leven van de asielzoekers hoeft toch niet stil te staan als ze wachten op de beslissing van de IND.' Sinds zijn pensionering als pastor in Rijswijk, werkt ook Weiler als vrijwilliger bij Wereldvenster. De andere twee broeders die nog in het klooster wonen, hebben betaald werk buitenshuis.

Bij Wereldvenster is het vooral liefdewerk, oud papier. Alleen Bussink krijgt betaald, voor de rest draait het project op vijftig vrijwilligers. De boeken voor de Nederlandse les, het materiaal voor de basiscursus metaalbewerken of elektra en de computers zijn betaald uit fondsen en giften. 'Maar voor het grootste deel hangt het wat de financiën betreft op de congregatie', zegt Sondeijker.

Of de congregatie dat kan blijven doen, is de vraag. Bussink vindt eigenlijk dat het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers het project moet subsidiëren. 'In een gesprek met de gemeente Den Haag heb ik onlangs gezegd: Wereldvenster voorziet in een behoefte. Erken dan ook gewoon dat er een probleem is: asielzoekers hebben structuur in hun dagen nodig. De gemeente ziet dat probleem wel, tenslotte verwijst de sociale dienst ook naar ons door. '

Het werk van Wereldvenster heeft ook voordelen voor de overheid als het gaat om de asielzoekers die uiteindelijk in Nederland mogen blijven, weet Bussink uit ervaring. 'Twee cursisten die de vluchtelingenstatus kregen, hoefden de zeshonderd uur Nederlands van de inburgeringscursus niet meer te volgen. De taal hadden ze hier al geleerd. Ze studeren nu in Delft.'

Bussink weet ook wel een mogelijkheid voor het COA om geld te besparen. Elke week moeten zijn cursisten zich melden in het asielzoekerscentrum waar ze aanvankelijk woonden. Bussink vindt dat onbegrijpelijk: 'Er zijn er bij die helemaal naar Dokkum of Helmond moeten. Dat kost hun een dag per week en het COA betaalt de reiskosten. Wat een geld daar niet mee gemoeid is.'

Om half drie woensdagmiddag stromen de cursisten de voormalige refter van het klooster binnen. Het is pauze en ze willen wat drinken. Daarna gaat een van de leerlingen het woongedeelte van het klooster in. In een kamertje dat vroeger aan een broeder toebehoorde, moeten nieuwe elektriciteitsleidingen worden aangelegd. Een mooie praktijkopdracht voor een cursist Basisvaardigheden in en om huis. 'Die kamer kan daarna naar iemand die hard woonruimte nodig heeft', vertelt de broeder. 'Nee, nooit naar een cursist. Dat hebben we vooraf zo afgesproken.'

Meer over