Britse eurosceptici proberen vorige oorlog te winnen

Het Britse referendum werpt zijn schaduwen vooruit. David Owen, die ooit Labour verliet vanwege haar anti-Europese standpunt, is nu een beweging tegen de euro begonnen....

IN Groot-Brittannië moet er altijd sprake zijn van een middenweg. Al jarenlang pleiten premiers, zoals bijvoorbeeld destijds Harold Macmillan, voor de middenweg, maar ook Tony Blair maakt zich er sterk voor: het is de weg naar het wezen van het Britse temperament, de gulden middenweg tussen extremen, die leidt naar overwinning bij de verkiezingen.

Het was dan ook onvermijdelijk dat iemand in de kwestie Europa met een middenweg op de proppen zou komen, al lag het misschien iets minder voor de hand dat deze voortrekkersrol zou worden vervuld door David Owen, wiens carrière, zeker voor een politicus van de middenweg, op alle beslissende momenten getuigde van een onvermogen tot compromissen, een gegeven waarop zijn carrière uiteindelijk stukliep.

Wat Owen voor Europa in petto heeft, lijkt heel redelijk. Hij is naar eigen zeggen erg voor Europa, maar heel erg tegen de euro. Hij heeft een aantal medestanders, van wie één naam bekend is, die van Jim Prior, een held-van-het-midden, uit het Thatchertijdperk.

Hun campagne gaat volgende maand van start en zou best eens succesvol kunnen zijn. Is dit niet de perfect ontsnappingsroute voor de echte eurosceptici, die niets te maken willen hebben met de xenofoben en de slimme verbale krachpatsers die het in de discussie voor het zeggen hebben? Voor mensen van het midden is het een aantrekkelijk alternatief. Is het niet vreselijk aantrekkelijk om uit de Europese bak een graantje mee te pikken, maar tegelijkertijd de Europese munt te laten vallen?

Toch heeft volgens mij, van alle mogelijke standpunten inzake de euro, dit standpunt de minste kans van slagen. Met de komst van de euro is er een lawine op de middenweg beland.

De visie van Owen en Prior vertoont intellectuele en politieke gebreken: een veelzeggend begin van het Britse post-euro-debat, dat op losbranden staat.

De visie lijkt heel mooi en redelijk, maar is even ambivalent als al dat andere sceptische gedachtegoed, met name in de top van de Conservatieve partij. De visie is zogenaamd diplomatiek en dient ogenschijnlijk een economisch doel, maar is in feite principieel en politiek van aard. De middenweg van Owen en Prior kenmerkt zich door zware misleiding, of op zijn minst een hardnekkige vermijdingsdrang.

In hun visie is de euro slecht, omdat de bank die over de euro's gaat, slechts marginaal verantwoording schuldig is aan de gekozen politici. Dat klopt. En toch doen de middenweggers wat alle andere sceptici ook doen: ze proberen op geen enkele manier iets aan de onvolkomenheid te doen.

Meer macht voor het Europese Parlement of een verkozen Europese Commissie: het zijn ideeën waar deze tere zieltjes het Spaansbenauwd van krijgen. Ze doen zich voor als objectieve Britse waakhonden, die nauwlettend in de gaten houden wat er gebeurt, maar houden daarmee de onvolkomenheden die ze in de euro zo storend vinden, in stand.

Verzet tegen verdere politieke integratie is verdedigbaar, maar heeft niets te maken met de middenweg. Nu de euro er eenmaal is, is het project met de meeste prioriteit binnen de Europese Unie - de politieke ontwikkeling - onafwendbaar geworden.

Wie zich verzet tegen deze ontwikkeling voert niet langer een academische discussie, maar zorgt ervoor dat Groot-Brittannië steeds verder van de rest van Europa en uiteindelijk van de Unie af komt te staan.

Wat is er 'midden' aan een weg die Groot-Brittannië zo meedogenloos in de marge plaatst, en haar uiteindelijk, over de rand, een andere wereld inschuift?

Tot zover de intellectuele samenhang. Het politieke realisme is echter niet minder indrukwekkend. De denktank die Owen aan het opzetten is, staat uitsluitend open voor mensen die 'kunnen getuigen van een levenslange toewijding aan de Europese Unie'. Hij wil niets te maken hebben met mensen 'die al jaren te boek staan als sceptici'.

Owen is begrijpelijkerwijs kieskeurig. Hij probeert een territorium te vinden waartoe de xenofoben geen toegang hebben en stelt nadrukkelijk dat het Nee ook gehanteerd kan worden door mensen die niet worden gedreven door angst en haat, en die zich alleen maar verzetten tegen dat hele kleine onderdeeltje: de euro.

In zijn ambitieuze plannen houdt Owen echter geen rekening met de last van de geschiedenis, die je niet zomaar van je af kunt schudden. Het is te laat om het anti-eurostandpunt te ontdoen van het niets aan de verbeelding overlatende, anti-Europese sentiment dat er decennia-lang aan ten grondslag lag.

De intensiteit van dit sentiment bepaalde lang geleden de taal waarin de anti-EU discussie sindsdien altijd is gevoerd. Het is alsof men geen andere taal begrijpt. Van daar is het maar een heel klein stapje naar het wanhopige extremisme dat helemaal geen heil in Europa ziet.

De manier van denken die is beïnvloed door achttien jaar Thatcher en de onophoudelijke anti-Europese propaganda in de tabloids, laten geen ruimte voor de subtiele nuances die Lord Owen hoopt aan te brengen.

Hij is niet de eerste die een poging waagt. Vlak voor kerstmis was ik als vrijwel enige journalist aanwezig bij de eerste vergadering van het Congress for Democracy, een poging tot bundeling van de ongeveer dertig (splinter)groeperingen die zich tegen de euro verzetten. De bijeenkomst, voorgezeten door het conservatieve parlementslid Michael Spicer, was een beschaafde, nogal tamme bedoening: een verzameling van gelijkgestemde fanatici, met een gebroederlijk naast de communistische partij gezeten Michael Portillo, met Peter Shore, de Freedom Association, Save Britain's Fish en al die anderen die beweren dat met de euro de Britse manier van leven ten grave gedrage zal worden.

Ook hier wilden vele aanwezigen laten weten dat ze niet tegen Europa, maar alleen tegen de euro waren. Ze kwamen echter geen moment op het idee een pro-Europese gedachte, hoe abstract dan ook, te laten horen.

Dat zou zoiets geweest zijn als 'vloeken in de kerk'. Als ze eenmaal goed op dreef zijn valt er voor de anti-eurolobbyisten geen enkel positief aspect meer in de Europese Unie te ontdekken. En dat geldt, naar mijn mening, ook voor David Owen, met zijn angst voor de intregratie-tendensen in, bijvoorbeeld, het buitenlands beleid.

Maar voor een geloofwaardige middenweg zijn op zijn minst een paar positieve gedachten nodig. Het feit dat die gedachten nooit en te nimmer geuit worden, toont aan dat deze middenweg er gewoon niet is. In het denken over Europa bestaat hij in ieder geval niet meer. Dat is misschien jammer, maar het schept ook duidelijkheid voor het referendum over de euro. We hebben hier te maken met een duidelijke keuze; daarover zullen beiden partijen het eens zijn.

Het zal een keuze zijn, niet alleen voor of tegen de euro, maar voor of tegen de hele toekomst van Groot-Brittannië als Europees land: een keuze waaraan niemand zich, op welke manier dan ook, kan onttrekken.

Persoonlijk vind ik dit een goede zaak. Zo kan het referendum gemakkelijker worden gewonnen door een regering die zijn volle gewicht in de schaal legt, al vind ik wel dat Toby Blair niet al te lang meer moet wachten met het voeren van campagne. Het economische argument tegen de euro, dat toch al niet zo'n brede basis heeft, is dan moeilijker vol te houden. Maar uiteindelijk gaat het Owen daar helemaal niet om. De sluier van de middenweg is misleidend. Erachter gaat een diepgeworteld extremisme schuil.

De man die Labour verliet, omdat de partij anti-Europa was, dreigt nu, geheel in Owen-stijl, door te slaan naar de andere kant, en zich met hand en tand te verzetten tegen pogingen van diezelfde partij om van het Verenigd Koninkrijk een Europees land te maken.

Hugo Young is columnist van The Guardian en auteur van This blessed plot, over het Verenigd Koninkrijk en Europa.

The Guardian/de Volkskrant. Vertaling: José van Zuijlen

Meer over