Britse Conservatieven herontdekken gemeenschap, compassie en zorgzaamheid Tories zeggen thatcherisme vaarwel

Margaret Thatcher sprak tien jaar geleden nog onomwonden over 'mensen die maar zwammen en zeveren over zorgzaamheid'. Maar dat was in de oude dagen van het thatcherisme, toen de Britse Conservatieve Partij het individualisme en de vrije markt hoog in het vaandel had staan en 'zoiets als gemeenschap' niet bestond....

Van onze correspondent

Bert Wagendorp

BLACKPOOL

In de badplaats aan de Ierse Zee hield de Conservatieve en Unionistische Partij zijn 114e conferentie. Voor het eerst sinds 1979 deed ze dat als oppositiepartij. En voor het eerst sinds nog veel langere tijd als een partij die bij de laatste verkiezingen een ongenadig pak slaag had gekregen. Die beide gegevens schreeuwden om hervorming, om een nieuwe Conservatieve Partij.

Die partij geldt als de oudste en meest succesvolle ter wereld. Deze week bleek weer eens waarom. In een ongelooflijk staaltje van geestelijke lenigheid, sloegen de Conservatieven onder hun nieuwe leider Hague een nieuwe koers in.

De partij ziet zichzelf als de natuurlijke regeerder van Groot-Brittannië. 'Verkiezingen winnen is de bottom line', luidde in 1994 de titel van een door het Centraal Bureau van de partij georganiseerd symposium. Labour komt tussendoor wel eens aan de macht, maar dat zijn bedrijfsongelukjes. We, the Nation, is de veelzeggende titel van een van de beste boeken over de CP.

Door de eeuwen heen is de Conservatieve Partij vooral een pragmatische geweest. Een partij die zich niet te veel gelegen liet liggen aan principes en ideologieën. Historicus A. J. Davies, in We, the Nation: 'Principes mogen nooit macht in de weg staan. Doctrines mogen de vrijheid van manoeuvreren niet beperken.' Als de CP een principe heeft, luidt dat 'het veroveren van de macht en het behouden daarvan'.

Met het thatcherisme omhelsde de partij voor het eerst een duidelijk omlijnde ideologie. 'Wij moeten een ideologie hebben', zei Thatcher kort na haar aantreden als partijleider in 1975. Die kreeg de partij, en hoe. Maar in Blackpool bleek de afgelopen dagen dat het thatcherisme door de partij definitief ten grave is gedragen.

In een tv-serie over de geschiedenis van de partij zei Alan Clark, ooit een van de trouwste paladijnen van de Iron Lady, vorige week zelfs dat Thatcher bij nader inzien eigenlijk helemaal geen Conservatief was geweest. Haar opvattingen ontbeerden daarvoor te veel een sociale component.

De ommekeer werd vrijdag door een verslaggever van The Times vergeleken met 'de val van de Berlijnse Muur'. Misschien nog het meest opmerkelijk was wedergeboorte van Michael Portillo, ooit Thatchers meest geliefde zoon. Portillo hield donderdag een toespraak die door The Guardian werd omschreven als 'een van de grote ommezwaaien in de recente politieke historie'.

Portillo, nog niet zo lang geleden een zeer rechtse houwdegen, bleek opeens getransformeerd tot een man vol gemeenschapsgevoel en mededogen. 'Compassie is een essentieel ingrediënt van het Conservatisme', hield de voormalige minister van Defensie zijn gehoor voor. En dat de conservatieven jarenlang zijn beschouwd als 'maffe aanbidders van de vrije markt', als de partij die 'hebzucht toejuichte', was volkomen belachelijk, vond Portillo.

'Een instinct voor sociale cohesie is vitaal voor het Conservatisme', verklaarde hij verder, en dat Groot-Brittannië de afgelopen achttien jaar een niet eerder vertoonde centralisatie over zich heen kreeg, was ook nonsens. 'Wij zijn decentraliseerders van nature.'

De Conservatieve Partij voelt de veranderde tijden in Groot-Brittannië goed aan. 'Tolerantie', 'gemeenschap', 'compassie' en 'zorgzaamheid' zijn de nieuwe lokkers en dus werden ze snel ingelijfd. Nieuw Labour werd er de afgelopen maanden niet geheel ten onrechte van beschuldigd de kleren van de Conservatieven te hebben aangetrokken.

Helemaal onbekend zijn die niet voor de partij. Tot Thatcher aan de macht kwam en de zaak revolutionair veranderde, was de Conservatieve Partij de 'One Nation'-partij. Al in de negentiende eeuw, constateerde premier en partijleider Benjamin Disraeli dat Groot-Brittannië een staat was van twee naties, een rijke en en arme. Zijn partij, verklaarde Disraeli, moest ook de partij van de tweede natie zijn en de tweedeling opheffen. Tot en met premier Heath (1978) bleef dat een belangrijk beginsel.

Naast het gebruikelijke geblaf tegen Labour, leek Hague vrijdag in zijn grote conferentietoespraak vooral te willen benadrukken dat de Conservatieven weer die oude 'One Nation'-partij willen worden. Hij sprak van een 'open' en een 'tolerant' Conservatisme. 'Kom mij niet vertellen dat wij geen zorgzame partij zijn', zei Hague. En in een adieu aan de dagen van Thatchers there is no such thing as society: 'Ja, ik geloof in de gemeenschap.'

Meer over