Bretagne in nieuw licht

Honderd jaar geleden stierf Paul Gauguin op een Zuidzee-eiland, in ballingschap van Tahiti, waar hij zeven jaar had gewoond. Hij werd 55 jaar....

Kees Fens

De meesten hebben in Bretagne hun beste werk gemaakt: Emile Bernard, die Gauguin evenaarde en soms ook overtrof, Paul Sérusier, de Deen Jan Ferdinand Willumsen, die het vrolijkste schilderij op de expositie, twee haast huppelende Bretonse meisjes, maakte en de Nederlander Meyer de Haan die in Bretagne van Gauguin les kreeg; hij moet een tovenaarsleerling zijn geweest (hij stierf jong in 1895 in Amsterdam). Zijn mooiste schilderij, Boerderij in La Pouldu is een tweelingstuk van een van Gauguin; beide schilderden dezelfde boerderij, zij het van verschillende afstand. Ik geef de voorkeur aan het geconcentreerde werk van De Haan. Het hangt in Kröller-Müller, dat van Gauguin is in particuliere collectie. In Parijs zijn ze tot 22 juni samen.

Dan gaan ze met de hele expositie naar de fraaie stad Quimper, naar het Museum voor moderne kunst, waar niet alleen veel 'Bretonse' schilders, vaak met hun beste werk, hangen, maar ook de stadgenoot, de tragische dichter en schilder Max Jacob, een permanente expositie heeft, - een indrukwekkende documentaire. Als voorbereiding op de Gauguin-expositie worden de kinderen met een speelse tentoonstelling in diens werk ingewijd. Heel Zuid-Bretagne maakt zich trouwens op voor een reeks tentoonstellingen over Gauguin en zijn school.

Er is nog een, bescheidener, Nederlander: Jan Verkade. Er hangen twee kleine werken van hem. Hij zal het licht verlaten voor het donker van de monastieke schildersschool in Beuron, in Duitsland. Daar werd hij, na zijn bekering tot het katholicisme, Benedictijn. Als Dom Willibrord Verkade schreef hij zijn bekeringsgeschiedenis (ook die van de bekering tot een andere kunst) onder de opwindende titel Van ongebondenheid en heilige banden.

Een paar dagen later vind ik Bretagne in het gelukkige licht van de expositie. Maar de grote witte bloemen in het landschap die de witte mutsen van de boerinnen voor de schilders waren, zijn verdwenen. En Pont-Aven is een toeristisch provinciestadje geworden. Langs de weg wordt het aangekondigd als 'La Cité des Peintres'. Dat was het. Maar het wil het nog steeds zijn. En dat heeft geleid tot een ramp van de grootste concentraties galeries die mogelijk is. 'Au bout du monde' heet er een. Achter de ramen huilt de kitsch. Een echte kunstenaar passeert mij en in de etalage van een textielwinkel hangt een schilderskiel voor 49 euro.

Maar ga het 'Bois d'amour' in. Gauguin deed het geregeld. Aan het einde staat, verlaten, een klein kerkje: La Chapelle de Trémalo, dat uit de zeventiende eeuw dateert. Daar hangt hoog tegen de muur van het middenschip de allereenzaamste gekruisigde Christus die ik ooit heb gezien. Waarom hebben ze mij verlaten? Alles is vergeefs geweest. Toch niet. Gauguin bracht hem terug in de Bretonse wereld op het schilderij dat 'De gele Christus' is gaan heten. Christus hangt in het lichte landschap en drie treurende Bretonse boerinnen zitten aan zijn voeten.

Dit absolute meesterwerk uit die revolutionaire explosie van schilderkunst in Bretagne is helaas niet in Parijs aanwezig.

Meer over