Brede opvatting, geen lastpost

Het karakter van de politiek leider, diens machtspositie en de partijcultuur bepalen het personeelsbeleid bij de kabinetsformaties. Omdat ook interne macht bij sociaal-democraten aan nivellering onderhevig is, hebben ze van oudsher meer onderling overleg tijdens de fase waarin de posten worden geclaimd en de mensen worden gezocht....

In 1989, bij de eerste kabinetsformatie waarin Kok optrad, was er maximale openheid in het 'klein bureau', zoals de top van het fractiebestuur heette. Kok kwam van buiten en kende de partij niet. Hij had een open oor voor iedereen die wat op te merken had over mogelijke ministerskandidaten.

Uiteindelijk was Kok in dat proces toch vooral zichzelf: hij wilde geen politici waarmee hij risico liep. Ze moesten de hiërarchische verhoudingen accepteren. Voorts wenste hij dat een deel van zijn ploeg eerder regeringservaring had opgedaan. Kok zocht ex-ministers Pronk en Van Kemenade aan en de twee oud-staatssecretarissen Dales en d'Ancona. Voor trouwe Kamerleden uit de fractietop, zoals Ter Beek en Alders, was altijd plaats.

Kombrink en Stemerdink, die hij als lastposten beschouwde, werden overgeslagen. Een ander belangrijk criterium voor Kok was dat bewindslieden bredere politieke opvattingen zouden hebben dan alleen over het eigen beleidsterrein.

De inspraak in 1989 was groot. Te groot, vond de politiek leider achteraf. Kok, die het verschijnsel kabinetsformatie ook maar van afstand kende, stond destijds toe dat Herfkens, zijn kandidaat voor Ontwikkelingssamenwerking, het veto kreeg van twee ambtelijke medewerkers. Kok trok daarna zijn verzoek aan Herfkens in.

Het ging dus anders in 1994. Het fractiebestuur hoorde niets van formateur Kok en onderhandelaar Wallage. De kritiek op het bereikte onderhandelingsresultaat was groot. Ze wilden Binnenlandse Zaken hebben en verlost worden van Onderwijs en VROM. Het ging precies andersom. Ook de personele bezetting was de minst wervende van de paarse smaldelen.

Nadat in 1994 Van Kemenade het op doktersadvies moest laten afweten, stortte de strategie van Wallage in. Binnenlandse Zaken werd weggegrist door Bolkestein, die zijn beoogde vice-premier Dijkstal op geen andere plaats kwijt kon.

Dit keer heeft Wallage als fractievoorzitter zijn bestuur de voorkeur laten uitspreken voor de departementen. De PvdA wil per se Sociale Zaken en Verkeer en Waterstaat. De afkeer van VROM is nog groter dan de vorige keer en de sociaal-democraten sterven duizend doden om Landbouw op hun dak te krijgen.

Wallages opvolger Melkert heeft de vrijdag voordat de definitieve knoop over de departementen werd doorgehakt, het fractiebestuur inzicht gegeven in de stand van zaken. Daarover vond geen discussie plaats.

Over de poppetjes nog geen woord, en het heeft er alle schijn van dat Melkert zich voldoende sterk voelt om die slechts met Kok te bespreken.

De afgelopen weken heeft Kok zijn eigen bewindslieden ontvangen om te spreken over een mogelijke continuering van het ministerschap of een staatssecretariaat. Kok belooft zijn bewindslieden niets. Hij houdt de handen vrij en geeft alleen een indicatie.

Nieuw bloed zou moeten komen van de lijstjes die Wallage voor deze formatie heeft opgesteld. Zorgvuldig opgesteld. Hij had zijn lessen geleerd van de rommelige slotfase, waarop de PvdA zich in 1994 niet goed had voorbereid. De lijstjes zijn weliswaar overgedragen aan Melkert, maar die heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Wallage heeft Melkert geadviseerd drie mannelijke en drie vrouwelijke ministers voor de PvdA te vragen.

Den Uyl was altijd bezig met nieuw talent voor het kabinet, ook als er niets te formeren viel. 'Joop had altijd een pagina in zijn agenda waarop hij namen noteerde', zegt Van Thijn. 'Hij durfde risico's te nemen, maar zorgde wel voor een verdeling tussen mensen buiten het circuit en de fractie. Bij de staatssecretarissen zette hij de Pietjes Politiek uit de fractie. Joop schuwde jaknikkers, hij hield van het type dat tegensprak.'

Meer over