Breakdancers zoeken naar hun wortels

Breakdancers en hiphoppers die doorstoten naar het theaterpodium laten graag zien dat ze van de straat zijn. Niet alleen hun kleding oogt streetwise, ook hun optreden ademt de sfeer van een hangplek; stoer geslenter in een halve cirkel en een oogverblindend kunstje in het middelpunt....

Annette Embrechts

De leden van het Franse Accrorap zoeken juist naar het tegenovergestelde; een dramatische context waarbinnen de headspins, windmills en jiggi boo's niet detoneren. Hun Nederlandse debuut, drie jaar geleden, was nog een ongeordende show vol halfslachtige verwijzingen naar Bosnische vluchtelingen. Maar vorige zomer namen ze revanche met een operadiva en een celliste die hun serene kunsten lieten vervloeien met de felle, acrobatische rapjungle.

In hun nieuwste voorstelling M'Panandro gaan twee van de oprichters, Eric Mezino (29) en Kader Attou (25), nog een stap verder in hun beschavingsoffensief van de streetdance. De eerste keert voor de pauze met Razana-Racines terug naar zijn zwarte roots in Madagaskar, de tweede sluit af met Een gebed voor een gek, een gedanst en gezongen ritueel over oorlogstrauma's uit zijn geboorteland Algerije.

In Razana-Racines bespeelt de donkere beeldhouwer Rodrigue Glombard als ceremoniemeester zowel zijn drie in te wijden leerlingen als een mobile van stenen en bamboestokjes. Eén voor één tikt hij ze aan waarna de breakdancers tot leven komen in het sobere, zandgelige decor. Halverwege verschijnt een machtige opperleerling Bouba Landrille die zijn zwarte bovenlijf in de strijd gooit om het ritueel met verftekens, kopstanden en glijsolo's te beslechten. Maar hoe beheerst deze inwijdingsrite ook wordt gehiphopt, als toeschouwer blijf je een buitenstaander omdat de (mistige) symboliek en de bewegingen nauwelijks raken. De innemende flow van de breakdance is gekortwiekt.

Dat euvel kenmerkt ook het tweede deel, al smelten in Gebed voor een gek de keelzang van Brahim Tounsi en de geëlektrificeerde schouder en armgolven meer samen tot een stemmig geheel voor een klaagmuur. Toch ontgaat je ook hier de boodschap. Waarom zit celliste Emmanuelle Miton opgesloten achter een venster in de grauwgele wand? Waarom eert het in het wit gestoken danstrio de zwarte stoffen reus met een vaag slotdansje? Wat resteert is meedeinen op het ritme van de trance. En in de toegift toch nog een straatwijze breakdance-show met dansers die de opgelegde symboliek van zich af spinnen.

Meer over