Brandende stad

Hoe sterk de kunst over verwoeste steden ook is, in de tentoonstelling Ravage gaat de betekenis verloren. Te veel tijdperken, gebieden en zelfs mythen worden gelijkgeschakeld.

DOOR WIETEKE VAN ZEIL

Beeldende kunst

**

Ravage, kunst en cultuur in tijden van conflict

T/m 1/9 in Museum M Leuven MLeuven.be, ravage1914.be

Er hangt een verbrand kunstwerk aan de muur in museum M in Leuven. Het duurt even voor je het ziet, maar ja, er zitten gaten in. Ontploft-papier-gaten, met een bruin-zwarte rand erom. Als donkere wolken zwevend boven een gebouw dat een beetje op de Sint-Pieter in Rome lijkt. Zwart vuurwerk, project voor Hiroshima (2008) van de Chinese kunstenaar Cai Guo-Qiang zoekt terug wat werd weggevaagd in 1946: een stad en een herinnering. Weinig voorbeelden van vernietiging die zo effectief waren in de destructie van beide. En met zo weinig overlevenden zijn het vooral de kunstenaars die vormgeven aan de verwerking. Guo-Qiang reproduceerde ook een echte ontploffing in de lichtblauwe hemel boven Hiroshima, zwart vuurwerk boven de stad. Met buskruit, in zijn eigen omgeving in China gebruikt als jaarlijks vreugdevuur, dat ook zo destructief kan zijn. Het vuurwerk hangt in de film, die ook bij het project hoort, boven het herdenkingsmonument voor de slachtoffers in Hiroshima, dat in de tekening zo op de Sint-Pieter lijkt.

Project for Hiroshima is te zien in de tentoonstelling Ravage, kunst en cultuur in tijden van conflict. Het is met negen andere hedendaagse kunstwerken rondom de (dreigende) vernietiging van een stad een aparte tentoonstelling waard.

Nam je alleen die werken, dan zagen we een krachtig spectrum van reflecties op het leven in een habitat die, soms meerdere malen, als een feniks uit de as moest zien te herrijzen. Mona Hatoum met haar stalen monument van een geblakerde stad dat een museumzaal vult. Lamia Joreige met een poëtische historiografie van Beiroet, de stad die nog altijd onder grote dreiging staat. Door zich vast te klampen aan verhalen maakt de kunstenaar de liefde en wanhoop van het leven op bedreigde grond voelbaar. Emily Jacir en Michael Rakowitz zetten het intellectuele eigendom van de Iraakse en Palestijnse bevolking op de kaart met werk over de kunst die hun werd ontnomen.

Was het maar bij deze werken gebleven. In de tentoonstelling zijn ze slechts een fractie van de totale ambitie. Een ambitie die vertrok vanuit een herdenking: de vernietiging van Leuven in 1914, precies honderd jaar geleden aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Wie verwacht dat de tentoonstelling over Leuven gaat, raakt al in de eerste zaal in de war, waar Troje en Sodom en Gomorra centraal blijken te staan. Een mythologische ere-oorlog om een prinses en een bijbelse strafvernietiging van steden in moreel verval als inleiding voor de vernietiging van Leuven, die in de volgende zaal te zien is. Leuven, de stad die alleen maar in de weg stond. Die werd gestraft voor haar neutraliteit met de verbranding van duizenden manuscripten in de bibliotheek. Wie de overeenkomst met Sodom, Gommora en Troje zoekt, reduceert onvermijdelijk deze drie geschiedenissen. Dan blijft over: twee zalen vol kunstenaars uit verschillende eeuwen die brand schilderen.

Drie stadsgeschiedenissen die ieder een monumentaal verhaal vertellen over de condition humaine, teruggebracht tot een formeel probleempje: hoe schilder je een brand? De een schildert de huizen in rode gloed, de ander in zwarte, de volgende zet de wanhoop op de gezichten van bewoners of laat het vuur schitteren in de waterspiegeling. Tot veel meer gedachten wordt de kijker helaas niet aangezet, bij gebrek aan conceptuele coherentie.

Ravage struikelt daarmee over zijn ambities. Wat een breed onderzoeksproject is, opgezet met vele experts en met grote potentie, vervlakt in de presentatie tot een vlek van ongelijksoortige onderwerpen en kunstwerken. Het valluik bij elke tentoonstelling waarin kunst uit verschillende tijden, culturen en media tezamen te zien zijn: als de conceptuele samenhang niet helder is, verzandt het in willekeur, maar als de samenhang te simplistisch is ('ruïnes', 'stadsbranden') wordt de kunst, hoe sterk afzonderlijk ook, ontdaan van zijn beeldende reikwijdte en genivelleerd tot illustraties.

Het is een groots samenwerkingsproject. In de catalogus werkt dat goed; 32 essays over kunst en conflict werden losjes samengebonden. In zo'n boek wringt het brede kader niet; mooie stukken met historische, kunsthistorische, sociologische perspectieven staan naast elkaar. Maar in de tentoonstelling mist de curatorial eye - de creatieve sturing die nodig is om visuele werken met elkaar een krachtig verhaal aan te laten gaan dat de geest opent en waarin de werken door de juiste plaatsing elkaar optillen en versterken.

In de zaal over 'verwoeste steden' hangt kunst met de onderwerpen Constantinopel, Antwerpen, Parijs, Leuven, Ieper, Luik, Jeruzalem, en Beiroet. Gevolg is dat de vertelling niet gaat over Constantinopel, Antwerpen, Parijs, Leuven, Ieper, Luik, Jeruzalem of Beiroet, maar over een zeer globaal idee van stadsverwoesting. Alleen het project over Beiroet, dat enigszins apart is geplaatst, en een impressionistisch werk van Joseph Turner komen daarin tot hun recht. Niet omdat Constantinopel zo herkenbaar is weergegeven door Turner, maar omdat in de verwoesting de figuren versmelten tot donkere klei, de brand tot een monsterlijke wolk boven een nietige stad en de gebouwen alle macht en status verloren zijn. Alleen daar waar de creatieve kracht van de kunstenaar zich door het dwingende kader wurmt, wordt de kijker tot inleving gebracht. Over zijn zekerheden, zijn leefomgeving, de schijnzekerheid van stenen waarin hij woont en waarop hij wandelt.

In een kort en stevig essay in de catalogus schrijft criticus Pieter Webel over de hedendaagse 'oorlogsnivellering': murw geslagen door een overvloed van vijandbeelden in de media, volgt de televisiekijker een permanente soap van oorlogen waarin dader- en slachtoffer onduidelijk zijn en waarin inhoud nauwelijks een rol speelt. We kijken om te kijken naar geweld en de enige boodschap die we meekrijgen, is dat er gevaar is. De gelijkschakeling die ontstaat door beelden van vele geweldaspecten in vele geweldsgebieden, in vele tijden en zelfs uit mythologie en fictie, is precies waardoor in Ravage de kunstwerken worden verdund door hun context en echt inzicht niet ontstaat.

Op 4 augustus 1914 trokken Duitse soldaten de grens van België over op doortocht naar Frankrijk. In Leuven kostte de inval het leven aan 200 burgers, 1.100 gebouwen brandden af en in de Universiteitsbibliotheek gingen 300 duizend boeken en manuscripten verloren. In de tentoonstelling is met film, foto's, schilderijen en etsen aandacht voor de brand. Het begin van de Eerste Wereldoorlog, 100 jaar geleden, wordt deze zomer herdacht in Leuven met fototentoonstelling Gebroken Gevels, lichtkunst bij de bibliotheek, historische stadsrondleidingen en een herdenkingsconcert. leuven1914.be

Herdenking

undefined

Meer over