De stalbrand in Nederweert van afgelopen dinsdag. Er kwamen 4.600 varkens om het leven.

Vijf redenen

Brand in de stal, wéér 4.600 varkens dood: zijn de stalbranden te stoppen?

De stalbrand in Nederweert van afgelopen dinsdag. Er kwamen 4.600 varkens om het leven.Beeld Rob Cobben/ de Limburger

Dinsdag kwamen bij een stalbrand in het Limburgse Nederweert 4.600 varkens om het leven. Hoe kan het dat er in Nederland nog altijd gemiddeld 12 duizend dieren per maand sterven bij een brand? Dit zijn de vijf redenen.

Het zijn iedere keer weer confronterende cijfers: de aantallen varkens, kippen of koeien die omkomen bij een stalbrand. De getallen komen zo’n zeventien keer per jaar voorbij in de randen van het nieuws, ruwweg om de drie weken dus. Zo ook dinsdagmiddag, toen een stal in het Limburgse Nederweert in vlammen opging en alle 4.600 varkens omkwamen.

De cijfers maken even bewust van de omvang van de intensieve veehouderij. Opgeteld over de afgelopen dertien jaar gaat het om bijna bijna 2 miljoen dieren, iets minder dan 150 duizend per jaar, zo’n 12 duizend per maand. Levend verbrand, gestikt door rook of – als het nablussen voorbij is – afgemaakt vanwege ernstige verwondingen. Waarom lukt het nog steeds niet stalbranden te stoppen?

1. Weinig voorschriften en summiere controle

Tijdens de grootste stalbrand in de varkenshouderij, in 2017 in het Gelderse Erichem, was de eigenaar in het buitenland. De voerleverancier ontdekte de brand, maar stond zonder blusinstallatie met lege handen. Alle ruim 20 duizend varkens in de Knorhof kwamen om.

De omvang van die brand mag dan exceptioneel zijn in de varkenshouderij, de omstandigheden waren exemplarisch: de eigenaar is vaak afwezig en er is gebrek aan noodvoorzieningen, waardoor de brand snel om zich heen kan grijpen.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) kwam ruim twee maanden geleden dan ook tot harde conclusies. Het ontbreekt gemeenten en provincies aan wetten en regels om eisen te kunnen stellen aan brandveiligheid. Het gevolg: ‘Veehouders beschikken vaak niet over andere blusmiddelen dan handblussers of een waterstraal met een te beperkte capaciteit voor het blussen van een verder ontwikkelde brand.’ Bij doorgaans afgelegen stallen kan de brandweer vervolgens niet meer doen dan de brand van buitenaf beheersen.

2. Stoffige stal vol elektra is licht ontvlambaar

Wanneer de oorzaak van de brand te achterhalen valt – door de hevigheid lukt dit in de helft van de gevallen niet – blijkt het vuur vaak ontstaan door problemen met de elektra of een defect apparaat. Stofophoping of ammoniakdampen zijn belangrijke oorzaken van kortsluiting.

Open meterkasten, stofnesten en loshangende elektriciteitsdraden – Frederieke Schouten zag het vaak toen ze als dierenarts bij veehouders over de vloer kwam, nu werkt ze bij de dierenwelzijnsorganisatie Varkens in Nood. Met alle technische innovaties is het vragen om meer problemen, concludeerde de OVV. ‘Regelgeving om emissies uit de veehouderij te beperken (ammoniak met luchtwassers, red.) of aanleg van zonnepanelen op stallen zijn ontwikkelingen die de risico’s op stalbranden vergroten.’

Veel boeren zijn volgens de OVV ook lang niet altijd gekwalificeerd voor het beheren van dergelijke hoogtechnologische systemen. ‘Dat roept de vraag op of veehouderijbedrijven in de wet- en regelgeving ten aanzien van veiligheid niet meer als een industrie moeten worden benaderd.’

3. Stal zit potdicht

Het naleven van milieu-eisen en het voorkomen van geuroverlast voor de omgeving hebben nog een nadeel: varkens-, pluimvee- en kalverstallen zitten doorgaans potdicht. Uit de compartimenten waarover de dieren zijn verdeeld, zijn vaak geen directe ontsnappingsmogelijkheden.

De verschillende hokken zijn vaak met elkaar verbonden met een ventilatiesysteem. Dat brengt weer andere risico’s mee. Het aaneengesloten buizensysteem zorgt er niet alleen voor dat brand en rook zich razendsnel kan verspreiden over de compartimenten, maar ook dat het kan werken als een soort schoorsteen. Met aan het einde uit kostenoverwegingen één grote luchtwasser voor de afvang van ammoniak.

‘We hebben een vee-industrie gecreëerd waarin dieren hutjemutje op elkaar zitten, ruimtes zijn volgehangen met installaties en alles draait om de centen’, vat Kenny Oostrik van dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier samen. ‘Dit is allemaal niet nodig als we teruggaan naar een kleinere veehouderij.’

4. Aanpak al jaren te vrijblijvend

‘De stalbrandenproblematiek vereist een duidelijke visie en aanpak van de politiek’, schreven twee studenten die elf jaar geleden aan de Hogeschool Van Hall Larenstein afstudeerden op stalbranden. In 2021 trok de OVV eenzelfde conclusie. Dat er in de tussentijd weinig is veranderd, komt grotendeels door sectorafspraken die schitteren in vrijblijvendheden.

In de laatste tien jaar ziet de OVV slechts een paar kleine verbeteringen. Voor nieuwe stallen gelden iets strengere bouwvoorschriften en aanvullende verzekeringseisen. Voor bestaande stallen geldt weliswaar een vijfjaarlijkse elektrakeuring, maar ‘met beperkt aandacht voor brandrisico’s’.

De raad oordeelde dan ook snoeihard. Over de veehouder: ‘Uitgaven voor stalbrandveiligheid gelden dan als kostenposten die moeten worden terugverdiend, en niet als noodzakelijke investeringen om dierenleed te voorkomen.’

En over het Landbouwministerie: ‘De belangrijkste reden om mogelijke acties niet uit te voeren of wettelijk op te leggen is dat deze niet kosteneffectief worden geacht voor veehouders.’ En cynischer: ‘Binnen de systematiek van de huidige regelgeving wordt het als een acceptabel risico beschouwd dat bij een stalbrand tot 130 duizend stuks pluimvee of 7.000 varkens omkomen.’

5. Consument wil niet betalen voor brandveiligheid

Purschuim dat bij een brand smelt en op de huid van een varken druipt, een kip met het verenkleed in vlammen, een stalbrand ‘geeft veel angst, en ongerief door verstikkingen en pijn door verbranding’, zegt Marien Gerritzen, onderzoeker dierenwelzijn bij Wageningen Livestock Research. ‘Het is een zeer ernstige aantasting van het dierenwelzijn. Dit geldt voor de dieren die omkomen, maar ook voor de gewonde dieren die de brand overleven.’

Het is te gemakkelijk de calculerende veehouder de schuld te geven van dit alles. De meesten draaien mee in een mondiaal concurrerend systeem. Waarbij lage marges dwingen tot schaalvergroting en bezuinigingen.

‘De verontwaardiging van buitenstaanders is soms om moedeloos van te worden’, zegt Schouten van Varkens in Nood. ‘Want tijdens de barbecue met mooi weer en goedkope worst denkt niemand meer aan varkens die in bloedhete stallen risico’s lopen.’ Ze roept op alleen nog vlees te kopen met minimaal twee sterren van het Beter Leven-keurmerk of van kleinschalige boeren, waar de dieren standaard een uitgang naar buiten hebben.

Maar het koopgedrag van de Nederlandse consument biedt geen uitkomst voor driekwart van al het vlees dat hier voor het buitenland wordt geproduceerd. Juist deze week stemde de Eerste Kamer in met wijzigingen op de Wet dieren. Op voorstel van de Partij voor de Dieren is er nu een wettelijke basis is voor ‘het stellen van regels voor het beschermen van landbouwhuisdieren tegen de gevaren van stalbranden’.

Meer over