Brabant laat paarden weer zweten

Het lijkt wel alsof iedereen die ook maar een beetje met een paard overweg kan, uitgerekend zijn of haar rijvaardigheid wil demonstreren tussen 25 en 28 maart in Den Bosch....

Dat kan natuurlijk niet, zo'n toeloop. Daar hebben de Brabanthallen, die weldra een forse uitbreiding zullen ondergaan, eenvoudig de capaciteit niet voor. Daarom zijn alleen toppers welkom, daarom poeiert Kemperman dagelijks om startbewijzen bedelende subtoppers af en daarom ook is het aantal Nederlanders dat is toegelaten tot de wereldbekerwedstrijd beperkt gebleven tot een zevental.

Nooit eerder mochten slechts zeven coryfeevan eigen bodem opdraven in Den Bosch. Kemperman zou wel anders willen, maar hij heeft zich aan de reglementen te houden en die staan niet meer dan zeven tickets toe. De Nederlanders presteren dit seizoen in de wereldbeker onder de maat, hetgeen onderstreept wordt door het feit dat Eric van der Vleuten de enige is die mag pronken met een plaats in de mondiale toptien.

De springruiters krijgen het straks zwaar te verduren, of anders wel hun rijdieren. Die moeten niet alleen de wereldbeker met zijn torenhoge hindernissen verstouwen, maar krijgen tot hun verbazing ook nog eens ongebruikelijkeparcoursen voor de kiezen. Het was Kemperman opgevallen dat springpaarden niet meer kunnen hardlopen. En dus zet hij ze extra aan het werk in een antieke jachtspringrubriek, een race tegen de klok, en in de door velen verafschuwde puissance, waarin paarden worden gedwongen tot sprongen over een muur van dik twee meter.

Voor de rest houden concoursbaas Swinkels en zijn adjudanten alles bij het oude. Geen rare fratsen zoals bij het zusterconcours in Amsterdam, waar een nieuw concept werd neergezet: een Mokumse ambiance compleet met kroketten van de Febo en kwelende volkszangers.

Daar moet Swinkels niets van hebben. 'Amsterdam is de hoofdstad van Nederland, wij de hoofdtad van een provcincie. Wij kennen onze plek.'

Meer over