Boze mens late de knuppel met rust

Het is onzin dat een kwaad mens zijn woede moet afreageren om die te laten verdwijnen, zegt de Amerikaanse sociaal-psycholoog Brad J....

Boze mensen zijn als opwarmend water in een afgesloten kookpot. Loopt de druk op, dan komen ze tot het kookpunt en knalt het deksel van de pot. Om zo'n explosie te voorkomen, moet de boze mens vooral stoom afblazen. Dat lucht lekker op en de kwaadheid gaat er snel van over.

Al sinds Freud ondersteunen psychologen deze 'catharsis'-theorie: de beste en snelste manier voor kwade mensen om woede kwijt te raken, is door die af te reageren. Niet door degene aan te vliegen op wie ze kwaad zijn, maar door zo hard mogelijk in een kussen te slaan, door tegen een boksbal aan te meppen, door met een kunststof honkbalknuppel keihard op de bank te slaan. Vaak is de aanbeveling hierbij je voor te stellen dat je het gezicht van de 'tegenstander' raakt.

Lariekoek, stelt de Amerikaanse sociaal-psycholoog prof. dr. Brad J. Bushman, die opereert vanuit de Universiteit van Michigan in Ann Arbor. 'Lucht geven aan woede om die over te laten gaan, is even effectief als benzine gebruiken om een brand te blussen. Woede en vijandigheid escaleren als ze de ruimte krijgen, in plaats van dat ze afnemen. Als je je kwaadheid de vrije loop laat, word je dus alleen maar kwader en agressiever. Dat is niet heilzaam', aldus de Amerikaan.

Volgens de catharsis-theorie zou het zelfs ongezond zijn geen stoom af te blazen, omdat dan het vergif van de kwaadheid langer in het lichaam blijft. Allemaal speculaties, zegt Bushman, er is nooit onderzocht wat het uiteindelijke effect is van dat afreageren op de mate van kwaadheid, of op het welbevinden van de boze mens.

Bushman is specialist op het gebied van menselijke agressie en woede. Hij toert dezer dagen langs Nederlandse universiteiten om uitleg te geven over zijn onderzoek. Tijdens de Tilburgse conferentie Emotion 2003 presenteert hij op 21 oktober zijn resultaten onder de titel The myth of venting anger.

'Tot voor kort werd deze problematiek puur benaderd aan de hand van meningen, niet getoetst in een onderzoek. Meningen van psychologen. En van proefpersonen die werden geïnterviewd over wat ze zoal doen als ze kwaad zijn.'

Bushman onderzocht daarom het gedrag en het welbevinden van boze mensen op het moment zelf dat ze kwaad waren. Om het effect van het afreageren te bekijken, heeft hij gewerkt met grote groepen proefpersonen, in totaal zestienhonderd mannen en vrouwen.

Bushman vraagt mensen onder een of ander voorwendsel deel te nemen aan zijn onderzoeken. Vervolgens zorgt hij dat ze geweldig kwaad worden. Zo liet hij psychologie-studenten een stukje schrijven waarin ze hun mening gaven over abortus. Dat stukje werd zogenaamd beoordeeld door een medestudent. Die fictieve medestudent maakte het geschrevene in een commentaartje met de grond gelijk, en schreef er ook nog onder: 'Nog nooit zo'n abominabel slecht essay gelezen'. Daartegen was niemand bestand, alle proefpersonen werden woedend.

Bushman manipuleerde per onderzoek hoe de proefpersonen vervolgens omgingen met die kwaadheid. Zo deed hij een onderzoek waarin de helft van de proefpersonen vooraf een artikel te lezen had gekregen over de heilzame werking van lucht geven aan woede door ergens tegenaan te slaan.

De andere helft las een artikel waarin stond dat afreageren een averechts effect sorteerde bij kwaadheid, en dat afleiding wél hielp. Vervolgens kregen alle kwaad gemaakte proefpersonen de kans hun woede te bekoelen op een boksbal. Zoals voorspelbaar: de eerste groep koos voor afreageren, de tweede voor afleiding.

Zou de traditionele theorie juist zijn dat stoom afblazen helpt, stelt Busman, dan zou de afreagerende groep nadien dus rustiger en tevredener moeten zijn dan de andere. Het tegenovergestelde bleek waar. De boksbal-groep bleek niet alleen nog steeds boos en agressief, maar was zelfs nog kwader en agressiever dan voordat ze begon met slaan.

Nog een onderzoeksvoorbeeld. Aan een volgende groep woedende essayschrijvers bood Bushman een boksbal om op af te reageren. Van de kwade mensen mocht de ene helft onmiddellijk bij binnenkomst vrijuit tekeer gaan tegen dat ding. De andere helft werd een paar minuten afgeleid. Zij moesten even wachten met slaan, omdat er zogenaamd eerst een technisch mankement moest worden verholpen.

Na die minutenlange afleiding, bleken de proefpersonen geen behoefte meer te hebben om tegen de bal te slaan, omdat de kwaadheid toen al was weggeëbd. Bushmans bevinding is niet: zóveel procent van de mensen heeft er wél baat bij om stoom af te blazen, en zoveel procent niet.

Maar: alle mensen worden nog bozer, agressiever en gewelddadiger wanneer ze lucht geven aan woede. En omdat iedereen kwaad-zijn een rotgevoel vindt, gaan mensen zich dus nog slechter voelen wanneer ze willens en wetens stoom afblazen. Niemand wordt daar beter van.

In kussens of tegen boksballen slaan is dus een slecht advies aan kwade mensen, concludeert de Amerikaanse sociaal-psycholoog dan ook. Het is in feite niets meer dan een oefening in agressief gedrag.

Meer over