Bowie doet weer Bowie na

In 68 zalen in 22 landen zagen fans David Bowie op een beeldscherm 'live' zijn nieuwste plaat vertolken. Maar net als eerdere platen maakt ook 'Reality' weer weinig indruk....

'Dit is het einde van de rock 'n' roll verzucht iemand maandag voor de deur van de Amsterdamse Melkweg. De Oude Zaal is vanavond uitverkocht. Aangekondigd staat een optreden van David Bowie. Dat wil zeggen: boven het podium hangt een groot filmdoek waarop rechtstreeks vanuit Londen een concert van David Bowie zal worden doorgestraald. De belangstelling was zo groot dat de kaartjes binnen een uur waren verkocht. En niet alleen in Nederland. In 68 (bioscoop)zalen in 22 landen is maandagavond rechtstreeks te volgen hoe de 56-jarige Bowie met zijn band in een Londense tv-studio zijn nieuwe, 15 september te verschijnen plaat Reality integraal vertolkt.

Een volle Melkweg starend naar een filmdoek, na elk nummer enthousiast applaudisserend. Er zijn cameraploegen en fotografen die het gebeuren op het doek registreren. Veel gekker moet het niet worden, maar het einde van de rock 'n' roll?

Bowie heeft vaker stevige kritiek uitgelokt. Zo was hij in 1989 de eerste superster die in weerwil van zijn mega-status een clubconcert in het Amsterdamse Paradiso wilde geven. De negenhonderd kaartjes werden verloot onder de fans die naar organisator Mojo Concerts een briefkaartje hadden verstuurd. Zowel buiten als binnen Paradiso sprak men er schande van: iemand van de statuur van David Bowie in Paradiso, dat was een olifant in een vissenkom willen stoppen.

Foute keuze? Nee, eerder het begin van een nieuw tijdperk. Talloze te grote artiesten, van de Stones tot Sting, hebben sindsdien bij het te kleine Paradiso aangeklopt en zijn er warm onthaald.

Zo zal ook de stunt van maandag vast voor herhaling vatbaar blijken, want het was best gezellig in de Melkweg, het geluid was uitmuntend, en Bowie is en blijft een begenadigd entertainer, met sinds een paar jaar ook weer een uitstekende vaste band.

Dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat ook Reality niet veel meer indruk achter laat dan: ach-het-zal-wel. En zo is het eigenlijk al sinds Scary Monsters uit 1980. Niet dat Reality een echt slechte plaat is, zoals Never Let Me Down uit 1987 dat was (Bowie zelf beaamde dat door deze titel te noemen toen hem tijdens een vragenkwartiertje maandag na het concert door een bezoeker per sms werd gevraagd welke plaat hij het liefst uit zijn catalogus verwijderd zag).

Maar voor Reality geldt wat voor de meeste Bowie-platen van de laatste twintig jaar geldt: ze klinken vooral als David Bowie die David Bowie wil nadoen. De grote kwaliteit van David Bowie in zijn gloriejaren (1971-1981) was dat hij zichzelf elk jaar opnieuw uitvond, en een nieuw imago verschafte. Van gevallen rockster Ziggy Stardust aan het begin van de jaren zeventig via de disco van Young Americans naar de Thin White Duke op Station To Station, en dat in nog geen vijf jaar.

David Bowie was een gids door de moderne cultuur. Hij wees zijn fans achtereenvolgens op de literatuur van Burroughs, de New Yorkse discomuziek, en maakte eind jaren zeventig krautrock en Kraftwerk toegankelijk op zijn Berlijnse trilogie (Low, Heroes en Lodger).

Na zijn succesvolle maar vlakke discoplaat Let's Dance, bleek Bowie vooral trendvolger in plaats van trendsetter, en zelfs dat volgen ging hem moeilijk af. Album na album klonken zijn pogingen relevant of venieuwend te blijven wanhopiger. De op zware industrial noise van Nine Inch Nails leunende 1.Outside (1995) was bedoeld als deel 1 van een trilogie, maar om een vervolg maalde niemand.

Zelfs de grootste Bowie-fan kan niet volhouden dat platen als Black Tie, White Noise (1993), Earthling (1996) en Hours (1999) eenzelfde impact hadden op de popcultuur als zijn werk uit de jaren zeventig. Sterker nog: die platen zijn nu al zo goed als vergeten, zoals elke Bowie van de laatste tien jaar binnen drie maanden winkeldochter werd.

Dat zal Bowie, die behalve tot de best geconserveerde ook tot de slimste rockveteranen gerekend mag worden, niet zijn ontgaan. Dus gooide hij vorig jaar op de plaat Heathen (2002) het roer om. Ineens leverde hij geen commentaar meer op de wereld om hem heen, maar op zichzelf. Songs op Heathen verwezen muzikaal en tekstueel naar zijn eigen werk.

Die lijn zet hij voort op Reality. Maar net als op Heathen zijn de songs net te stuurloos om lang te beklijven Het openingsnummer New Killer Star benadert nog wel een klassieke Bowie-song als Rebel Rebel, maar wat moeten we met die lelijke Jonathan Richman-cover Pablo Picasso? En ook nummers als Never Get Old en Looking For Water of She'll Drive The Big Car willen heel graag vintage-Bowie zijn, en klinken aanvankelijk ook zo, maar ontberen uiteindelijk zeggingskracht.

En dat terwijl Bowie in zijn teksten vaak wel raak schiet op Reality. De altijd zo zelfverzekerde muzikant twijfelt openlijk aan zijn eeuwigheidswaarde. In een van de meest geslaagde nummers, Bring Me The Disco King, verzucht hij: 'soon there will be nothing left of me'. En in Reality heet het: 'now My Death is more than a sad song'.

Maar dergelijke bespiegelingen zijn te weinig om Reality te redden. In Fall Dog Bombs The Moon heeft Bowie het over 'These blackest of years, that have no sound, no shape, no depth, no underground'. En dat is meteen waar het ook Reality aan ontbreekt: vorm en diepgang.

Meer over