NIEUWSDecembermoorden

Bouterse wijt moorden aan Nederland en aan ‘psychologische factoren’

Desi Bouterse schuift de schuld voor de Decembermoorden van 1982 door. Niet hij was de hoofdschuldige, dat was Nederland: dat steunde plannen voor een tegencoup, en plande zelfs een invasie in Suriname. En dan zijn er ook nog de ‘psychologische factoren’. 

De Surinaamse ex-president Desi Bouterse (M) arriveert bij de Krijgsraad waar hij een verklaring aflegt over zijn veroordeling tot twintig jaar cel voor de moord op vijftien tegenstanders van het militaire regime, in december 1982.Beeld ANP

Oud-president en oud-legerleider Desi Bouterse heeft maandag voor het eerst voor de Krijgsraad gesproken over de zogeheten Decembermoorden van 1982, waarbij vijftien tegenstanders van zijn toenmalige militaire bewind in Suriname zijn vermoord. Bouterse, die in eerste aanleg tot twintig jaar cel is veroordeeld, legt indirect de schuld bij Nederland.

Bouterse (75), die in mei dit jaar de verkiezingen verloor, moest persoonlijk verschijnen, omdat hij anders riskeerde dat het eerdere vonnis zou worden uitgevoerd. Hij is bij verstek veroordeeld en heeft daartegen een zogeheten ‘verzet’ aangetekend. De nieuwe behandeling van zijn zaak kan opnieuw lang duren.

In zijn voorgelezen verklaring zei Bouterse, die volgens het vonnis persoonlijk actief betrokken is geweest bij de wrede executie van zijn toenmalige opponenten, ‘verdriet’ en ‘spijt’ te voelen dat hij de moorden van 8 december 1982 niet heeft ‘zien aankomen’. Hij verwacht echter dat de geschiedenis hem ‘zal vrijspreken van alle schuld aan het trieste, traumatische gebeuren.’

Tegencoup

In 1980 had Desi Bouterse de leiding bij een militaire staatsgreep tegen de toenmalige regering van Suriname, het land dat in 1975 onafhankelijk was geworden van Nederland. Eind 1982 werd een groep van vakbondsmensen, journalisten, ondernemers en oud-militairen opgepakt, omdat zij plannen zouden hebben het bewind-Bouterse door een tegencoup omver te werpen.

Die groep, zo liet Bouterse maandag weten, werd feitelijk aangestuurd door buitenlandse machten als Nederland en de Verenigde Staten, die op hun beurt uit zouden zijn op een militaire invasie. De bewijzen daarvoor zouden te vinden zijn in Nederlandse documenten. Deze zijn echter tot staatsgeheim verklaard en zullen niet eerder vrijkomen dan in 2060, als de meeste betrokkenen zullen zijn overleden.

Bouterse refereerde aan eerdere berichten over Nederlandse betrokkenheid bij de coup van 1980. Een centrale, maar onopgehelderde rol hierbij zou zijn weggelegd voor kolonel Hans Valk, destijds de militair attaché op de Nederlandse ambassade in Paramaribo. Valk is in 2012 overleden.

Verdenking

De zaak is onlangs ook weer aangekaart door Jan Pronk, de man die als minister van Ontwikkelingssamenwerking in het kabinet van PvdA-premier Joop den Uyl, maar ook daarna nauw betrokken was bij de ontwikkeling van het jonge onafhankelijke Suriname. In een lezing eerder deze maand zegt Pronk dat door de geheimhouding van Nederland ‘de verdenking’ blijft bestaan.

Bouterse meent dat de Krijgsraad bij het tot stand komen van het eerdere, overigens zeer uitvoerig gemotiveerde vonnis onvoldoende aan waarheidsvinding heeft gedaan. ‘Wanneer mensen worden verdacht van ernstige staatsgevaarlijke activiteiten dan is het volkomen legitiem om die onder arrest te plaatsen’, aldus Bouterse.

De voormalige legerleider probeerde aan te geven dat bij de Decembermoorden geen sprake was van voorbedachten rade. In dat verband sprak hij over niet nader verklaarde ‘onderliggende psychologische factoren’, waarmee de Krijgsraad geen rekening heeft gehouden.

De zaak wordt op 29 januari voortgezet. 

Meer over