Bot rentewapen en leeg fiscaal kanon

Barack Obama moet een oorlog beginnen tegen de economische crisis, maar Bush en Greenspan hebben zijn wapens bot gemaakt. ‘We kunnen het makkelijk verpesten.’..

Toen Franklin Delano Roosevelt op 4 maart 1933 aantrad als 32ste president van de Verenigde Staten, leek het einde der tijden nabij. In de dagen daarvoor hadden Amerikanen massaal hun spaartegoeden opgenomen of omgewisseld in goud. De hele financiële sector dreigde om te kieperen.

Roosevelt ging die dag om 12 uur achter de microfoon zitten en sprak miljoenen Amerikanen moed in. ‘The only thing we have to fear, is fear itself.’ Roosevelt kondigde een ‘oorlog tegen de noodtoestand’ aan.

Om orde op zaken te stellen, werden alle banken voor een week gesloten. De slechte banken bleven dicht, de goede gingen na een week weer open. En het vertrouwen onder Amerikanen bleek in een klap hersteld. Het spaargeld en het goud werd weer teruggebracht en de Amerikaanse economie sloeg de weg omhoog in.

Obama wacht een soortgelijke opdracht. De problemen zijn vooralsnog minder erg – toen Roosevelt aantrad bedroeg de werkloosheid bijvoorbeeld 25 procent – maar de oplossingen zullen minstens zo ingewikkeld en ingrijpend zijn.

Vrijdag kondigde de aanstaand president een ‘reddingsplan voor de middenklasse’ aan. Obama wil de crisis onmiddellijk na zijn inauguratie op 20 januari 2009 aanpakken. Wie wil horen wat hij ongeveer zal doen, moet het interview terugkijken dat Charlie Rose had met Larry Summers en Bob Rubin, die beiden minister van Financiën waren in de regering-Clinton (1992-2000) en nu de belangrijke adviseurs van Obama zijn.

Summers, inmiddels hoogleraar aan Harvard, schetst daarin allereerst waarom het economisch beleid van Bush zo desastreus heeft uitgepakt. Toen de internetzeepbel in 2001 klapte en de terroristische aanslagen van 11 september de economie verder in de put duwden, verlaagde George Bush de belasting. ‘Dat was logisch’, vindt Summers, ‘maar deze maatregel had tijdelijk moeten zijn. Zodra de economie weer aantrok, had Bush de belastingen weer moeten verhogen. Hij had het fiscale kanon moeten herladen, zodat je er in de toekomst ook nog gebruik van kon maken. Maar hij bleef de belasting verlagen.’ In eendrachtige samenwerking met Alan Greenspan, die de rente fors verlaagde – en te lang wachtte om die weer te verhogen – joeg Bush de economische groei aan. Recessies moesten tegen elke prijs voorkomen worden

Obama kan net als Roosevelt een oorlog tegen de economische noodtoestand afkondigen, maar veel wapens heeft hij op het eerste gezicht niet. Het rentewapen is bot geworden – elke nieuwe renteverlaging van de Fed heeft vrijwel geen effect – en het fiscale kanon is dus eigenlijk leeg.

Inmiddels bedraagt de Amerikaanse staatsschuld 10 biljoen (10 duizend miljard) dollar, dat is 70 procent van het Bruto Binnenlands Product. Op zich geen ramp – de schuld in Japan is verhoudingsgewijs bijvoorbeeld veel hoger – maar hij loopt wel snel op. Het financieringstekort bedraagt volgend jaar mogelijk 1 biljoen dollar. Dat zou betekenen dat de staatsschuld jaarlijks met 10 procent stijgt. Zulke stijgingen zijn niet al te lang vol te houden, eenvoudigweg omdat de financiers van de Amerikaanse staatsschuld geen oneindig diepe zakken hebben.

Summers heeft wel een uitweg uit dit dilemma: op korte termijn tijdelijke belastingverlagingen, vooral voor de middenklasse, doorvoeren om de Amerikaanse economie weer op gang te helpen, en tegelijkertijd een langetermijnplan maken voor vermindering van de Amerikaanse schuld. Dit om de financiers van de Amerikaanse schuld enigszins gerust te stellen.

Alleen: het interview vond plaats op 10 september, vlak voordat Lehman Brothers omviel. Het is de vraag of de oplossingen van toen voldoende zijn voor de huidige problemen. Staatssteun voor banken was toen nog ondenkbaar en de Amerikaanse economie was nog niet in een recessie beland.

Het Internationaal Monetair Fonds pleitte donderdag hartstochtelijk voor keynesiaanse maatregelen om een diepe crisis af te wenden. Door de kredietcrisis is het voor iedereen moeilijker om aan geld te komen. Om te voorkomen dat de economie daar al te zeer onder lijdt, moet de overheid investeren. De auto-industrie, met 2,5 miljoen werknemers nog steeds heel belangrijk, zal waarschijnlijk als eerste aan de beurt komen. Er wordt gesproken over steun met een totale waarde van 25 miljard dollar.

De financiële speelruimte van Obama zal grotendeels afhangen van het lot van de Amerikaanse banken. De Amerikaanse overheid gaat zoals het er nu naar uitziet zo’n 750 miljard dollar investeren in het bankwezen. Leveren deze investeringen geld op, zoals veel economen denken, dan zal de staatsschuld afnemen en krijgt Obama meer ruimte. Moet er nog meer geld bij of moet de overheid uiteindelijk fors afschrijven, dan wordt de nieuwe president juist beknot.

De grote vraag is ook wat China en andere grote financiers van de Amerikaanse schuld doen. Nu vloeien de dollars die de Amerikanen voor Chinese producten betalen, haast automatisch terug naar de Amerikaanse schatkist. De Chinezen zijn van nature spaarzaam en al dat spaargeld kunnen ze in eigen land nooit kwijt. Maar hoe lang blijft dat zo? Als de vraag naar Chinees speelgoed uit de VS terugvalt, dan zal China wellicht proberen de binnenlandse vraag op te jagen en zullen meer dollars in eigen land worden geïnvesteerd.

De meeste economen zien dat voorlopig niet gebeuren. Door de kredietcrisis is de vraag naar Amerikaanse staatsobligaties voorlopig alleen maar toegenomen. En ook de dollar wint terrein ten opzichte van andere munteenheden, wat erop duidt dat veel investeerders het land van Obama nog steeds als veilige haven zien.

China en andere grote financiers als de oliestaten hebben er alle belang bij om de VS sterk te houden, al was het maar om de eigen export en hun omvangrijke investeringen in het land te redden.

Als Obama voor Summers kiest, grijpt hij terug op de Clintonjaren. Het idee is dan dat deze crisis vooral het gevolg is van het wanbeleid van Bush. Maar dat gaat Jeffrey Sachs, een andere invloedrijke Amerikaanse econoom, niet ver genoeg. Obama moet rechtzetten wat er sinds 1980, toen Reagan aan de macht kwam, is misgegaan, schrijft hij deze week in The Big Money. Reagan voerde een rigoureuze belastingverlaging door en die vergissing is volgens Sachs nooit rechtgezet. Ook niet door Bill Clinton. Obama heeft tijdens de verkiezingscampagne beloofd, dat de federale belastingen onder zijn bewind niet hoger zullen worden dan 18 procent van het Bruto Binnenland Product. Dat is volgens Sachs precies gelijk aan de gemiddelde belastingdruk onder Reagan. En lang niet genoeg om de Amerikaanse economie, het zorgstelsel en de pensioenen overeind te houden. Laat staan als Obama, zoals Sachs wenst, ook de ontwikkelingshulp verhoogt en de geplande investeringen in duurzame energie verdubbelt.

Ook Summers geeft in het interview te kennen dat Obama op termijn de belastingdruk moet verhogen. Ook al trekt de Amerikaanse economie aan, dan nog heeft het land problemen genoeg. Het zorgstelsel wacht al jaren op een reorganisatie en het pensioenstelsel wordt snel onbetaalbaar. Summers gaf ook alvast een waarschuwing. ‘Niemand heeft ons een eeuwig leiderschap beloofd. We kunnen het makkelijk verpesten.’

Meer over