Bosch Reitz bleef zijn leven lang zoeken naar mooie dingen

Een mooi affiche is een goede verleider. Maar waar beloftes worden gedaan, liggen teleurstellingen op de loer en dat geldt ook voor het fraaie affiche waarmee het Singer Museum in Laren de tentoonstelling van 'schilder en wereldreiziger' S.C....

Van onze verslaggeefster Truus Ruiter

Ruim zestig jaar na zijn dood beleeft deze onbekende kunstenaar zijn eerste overzichtstentoonstelling. Het Stedelijk Museum in Amsterdam leende het enige schilderij van Bosch Reitz uit zijn bezit, Haven van St. Ives (1899), het Singer Museum dook in zijn depot en de rest van de doeken, studies en foto's komt uit particulier (familie)bezit. Het geheel roept een beeld op van een man die gevoelig was voor de bewegingen in zijn tijd (Haagse School, impressionisme, symbolisme, japonisme), maar weinig passie in zijn werk legde.

Misschien is het koesteren van een zeldzame 18de-eeuwse mannenpruik - het verleende zijn villa in Laren de naam 'Pruikenburg' - wel heel typerend voor de levenshouding van Sigisbert Chrétien (Gijs) Bosch Reitz (1860-1938). Hij hield van mooie dingen en nadat een loopbaan in de handel niet bleek te lukken, kwam hij op het idee dat hij met een kunstopleiding wellicht zelf mooie dingen zou kunnen ontwerpen.

Het was een dankbare uitweg voor zijn lauwe bestaan, waarin het mondaine uitgaansleven zijn enige interesse had. Als zoon van een aristocratische familie uit Amsterdam was hij een graag geziene gast op soirées en bals en werd hij 'minstens 5 keer per winter aan allerhande goede partijen uitgehuwelijkt' - zoals hij in zijn Herinneringen noteerde.

Bosch Reitz toog naar München, voor een opleiding aan de Kunst Gewerbe Hoch Schule - in Amsterdam leek hem een eenvoudig leven als academiestudent gezien zijn reputatie niet mogelijk - en al snel bleek hij niet zonder tekentalent. Hij vervolgde zijn studie in Parijs, schilderde in Pont Aven, dat Gauguin beroemd zou maken, maar waar Bosch Reitz slechts tot wat schetsjes kwam, zogenaamde pochades. In het Singer Museum staan er een groot aantal opgesteld, een aardig overzicht van 'kladjes'.

Terug in Nederland sloot Bosch Reitz zich aan bij de Haagse School-schilders en deed hij erg zijn best onder alle omstandigheden, storm en wind trotserend, in de openlucht te schilderen. Vooral op het Katwijkse strand was dat geen lolletje - maar het leverde een van zijn aardigste schilderijen op, Une rentrée périlleuse: een vrouw op de pier met een schuimende zee op de achtergrond.

Daarna ontwikkelde Bosch Reitz een symbolistische stijl, onder invloed van de kunstenaars die hij in Laren ontmoette (Hart Nibbrig, Roland Holst) en opnieuw leverde dit in feite maar één schilderij op dat echt overtuigt: het bijna vier meter lange drieluik St. Jansprocessie (1895), met fijngeschilderde boerenkoppen. Bijna een eerbetoon aan de oude meester Jan van Scorel.

Minder imposant, maar even fijnzinnig zijn de symbolistische bloemenschilderingen uit die tijd - een detail uit Drie witte chrysanten werd gebruikt voor het aantrekkelijke affiche. Eigenlijk bekende Bosch Reitz zich met deze werkstukken het meest duidelijk tot de Schoonheid, die hem tot een fervente verzamelaar van antiquiteiten en mooie gebruiksvoorwerpen maakte. Fraai zijn ook de ontwerpen voor waaiers, gemaakt na zijn reis door Japan in 1900.

Japan maakte zoveel indruk op hem dat hij zich ging verdiepen in de Aziatische kunst. De gespecialiseerde kennis die hij verwierf, leverde hem in 1915 een aanstelling op als conservator Aziatische kunst in het Metropolitan Museum of Art in New York. Twaalf jaar lang zou hij ten behoeve van dit museum studiereizen maken en kunst aankopen - het schilderen werd steeds minder belangrijk. Waarom ook zelf iets maken, als je steeds zoveel schoonheid onder ogen krijgt.

Meer over